Chantagepogingen van Iraks Saddam met succes bekroond

AMSTERDAM, 26 juli Sinds vier maanden worden Iraakse tankdivisies en luchtlandingstroepen er op getraind om het naburige ministaatje Koeweit in een etmaal te bezetten. De in Bagdad gestationeerde Westerse militaire attaches zijn ervan overtuigd dat de operatie als president Saddam Hussein het bevel ertoe geeft geen enkel militair probleem zal opleveren, gezien het overweldigende machtsoverwicht van Irak. Maar sommige waarnemers geloven niet in het politieke nut van zo'n invasie voor Saddam Hussein. Zij wijzen erop dat de dreiging van een invasie veel snellere financiele resultaten oplevert voor de benarde Iraakse staatskas dan een invasie zelf. Irak heeft, evenals trouwens Syrie, al vele malen tegenover zijn Arabische broeders het recept beproefd van een beetje geweld, aangevuld met de dreiging van nog meer geweld. Meestal paste men dat beetje geweld toe met behulp van terroristische groeperingen.

Soms echter vond men dat terroristische aanslagen onvoldoende druk opleverden en aangevuld moesten worden met troepenbewegingen alsmede de dreiging van een invasie. Dat gebeurde bij voorbeeld in 1961, toen Engeland aan Koeweit onafhankelijkheid verleende en Irak vervolgens geheel Koeweit opeiste omdat dat gebied vorige eeuw deel uitmaakte van de Ottomaanse provincie Basra. Iraakse troepen stonden klaar om Koeweit binnen te rukken. Met een onderhandse gift van 84 miljoen dollar aan Irak kocht Koeweit een invasie af.

Twee jaar later erkende Irak officieel de souvereiniteit van Koeweit. Maar dat was geen belemmering was om in 1973 en 1976 wederom gebiedsaanspraken tegenover zijn kleine buurman te doen gelden. Ook tijdens de Golfoorlog van 1980 tot 1988 drong Saddam er voortdurend bij Koeweit zonder resultaat op aan om de eilandjes Bubiyan en Warba aan Irak af te staan 'ten behoeve van de strijd van de Arabische Natie tegen Iran'. Zonder enige twijfel speelt het bezit van deze eilandjes opnieuw een zeer belangrijke rol in de huidige intimidatie-oorlog. Het is geen toeval dat Irak Koeweit geen non-agressiepact heeft voorgesteld, zoals het vorig jaar met Saoedi-Arabie en dit jaar met Bahrein sloot. Saddam heeft ondanks herhaalde Koeweitse verzoeken ook nooit een definitieve grensregeling met Koeweit willen treffen. Toen vorig jaar februari de kroonprins, tevens de premier van Koeweit, naar Bagdad kwam en de Koeweitse pers aankondigde dat er een akkoord over de grens zou worden getroffen, merkte men in Bagdad stijf en zuur op dat de grenzen nooit waren gedefinieerd, dat het om een moeilijk probleem ging en dat het geen pas gaf om tussen de Koeweitse solidariteit en deze kwestie een verband te leggen.

Iraks veiligheid

Nu Saddam zich niet langer door Iran bedreigd voelt, kan hij zijn eisen nog harder dan voorheen stellen. Nog steeds weet niemand of hij volgens zijn beproefde methodes alleen intimideert om zich breed te maken of dat hij op den duur toch een veroveringsoorlog van plan is. Want al maanden geleden waren Amerikaanse regeringsfunctionarissen ervan op de hoogte en bevestigden ook onder vier ogen dat Saddam de Koeweiti's in niet al te subtiele bewoordingen had bedreigd. Hij had hun ervan op de hoogte gesteld dat hij in de toekomst wel eens genoodzaakt zou kunnen zijn om terwille van Iraks veiligheid Koeweits gebied te bezetten.

Nooit tevoren uitte een Arabisch land aan de Golf zulke ernstige beschuldigingen aan het adres van zijn Arabische buren. Niet eerder werden de heilige diplomatieke gedragsregels van de sjeiks zo met voeten getreden. Die regels schrijven voor dat men meningsverschillen en conflicten met zijn geliefde Arabische broeders nimmer openbaar maakt, maar ze onder de grootste discretie 'regelt'. Treden conflicten desondanks naar buiten, dan dient men ze aan te duiden als 'voorbijtrekkende zomerwolkjes' en bemiddelingspogingen van derden met liefde te aanvaarden. De huidige aantijgingen van Irak gaan oneindig veel verder dan de traditie toelaat: de heersers aan de Golf hebben zich, volgens de Iraakse media, zowel aan het zionisme als aan het imperialisme verkocht. En de Koeweitse minister van buitenlandse zaken, nota bene de broer van de emir, is zelfs een Amerikaans agent, 'de spil van een samenzwering van de Koeweitse regering tegen Irak'. Saddam Hussein wees bemiddeling van de Arabische broeders af. Zo kreeg secretaris-generaal Chedli Klibi van de Arabische Liga direct na aankomst in Bagdad van minister van buitenlandse zaken Tariq Aziz te horen dat zijn tussenkomst onnodig was 'omdat grensgeschillen tussen Arabische landen door de landen zelf geregeld moeten worden'.

En president Hosni Mubarak van Egypte, die zich naar Bagdad haastte, werd wel door Saddam omhelsd, maar met de boodschap dat Irak zijn zaakjes met Koeweit zelf wel kon regelen. Koeweit aldus een officiele verklaring van Tariq Aziz dient Irak onverwijld schadeloos te stellen en tevens 'diegenen te verwijderen in de machtscentra die komplotten tegen Irak hebben gesmeed'.

Pas dan zou het klimaat gunstig zijn om over het grensverloop van beide landen te praten.

Zo geintimideerd zijn de overige Golfstaten dat er de afgelopen dagen in de Saoedische pers geen regel werd gewijd aan de Iraaks-Koeweitse crisis. De hoofdartikelen gingen over de Duitse crisis of over de Palestijnse intifadah in de bezette gebieden. Ook de overige landjes van de Golf Samenwerkingsraad, die volgens verdrag nauw met elkaar samenwerken op politiek, militair en economisch gebied, namen een diep stilzwijgen in acht.

In de verschillende hoofdsteden van de Golfstaatjes deed men alsof men van niets afwist. Een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) reageerde hoogst verontwaardigd op de Amerikaanse aankondiging van gemeenschappelijke militaire oefeningen tussen de VAE en de Amerikaanse vloot. Die bekendmaking bevatte ongerechtvaardigde overdrijvingen aangezien de oefeningen al lang tevoren waren afgesproken. Eerder had Irak laten weten dat de VAE 'naar verraad afglijden' en kennelijk 'zich bij de Koeweitse vijand scharen'. Overwinnaar? Saddams politiek van bluf en angstaanjagerij, de afgelopen maanden tegenover Israel en nu tegenover zijn machteloze Arabische buren, is het directe gevolg van de afloop van de Golfoorlog. Weliswaar laat Saddam zich voortdurend vieren als de grote overwinnaaar van die oorlog, maar de Iraakse burgers weten wel beter: zij zien de vruchten van de overwinning niet.

De slechte conditie van de Iraakse economie die het overgrote deel van de bevolking aan den lijve ondervindt, werd nog extra geillustreerd toen bekend werd dat het tekort op de begroting van dit jaar 21 miljard dollar bedraagt. Saddam moest een oplossing vinden. Daarom werden Amerikaanse, Franse en Japanse oliemaatschappijen, waaronder Exxon, Hunt en Total, enkele maanden door Bagdad benaderd met het aanvankelijke verzoek om deel te nemen aan de door hen te financieren Iraakse oliewinning. Vervolgens werd hun gevraagd om van Irak 'olie in de grond' te kopen in de Majnoun-eilanden, vlakbij de Iraaanse grens, ten bedrage van tussen de 135 en 185 miljard dollar. Zij bedankten voor het aanbod. Oliedeskundigen zeggen dat de komende jaren voor Irak bijzonder moeilijk zullen zijn. Want de olievelden van Kirkuk en Basra zijn door de oorlog zwaar verwaarloosd en kunnen lange tijd niet geexploiteerd worden. Irak kan met andere woorden voorlopig zijn eigen olieproduktie niet opvoeren en daardoor meer geld binnenkrijgen. Het is dan ook volstrekt afhankelijk van een hogere olieprijs. De uitvallen tegen Koeweit en de VAE dienden dat doel.

Maar niet alleen dat doel: Irak wil, behalve 'schadevergoeding voor gestolen olie' plus 'een Arabisch Marshallplan' alsmede kwijtschelding van zijn schulden aan de Golfstaten, nog veel meer: de Koeweitse eilanden Warba en Bubiyan die als diepzeehavens in de Golf zeer geschikt zijn. Als Irak die eilanden in handen krijgt, zou het exclusieve bezit van de Shatt al-Arab, Iraks enige uitweg naar de Golf, opeens niet meer zo belangrijk zijn. Dan zou Saddam inzake deze grensrivier de nodige concessies aan Iran kunnen doen die hij tot dusver heeft geweigerd. Dan zou hij werkelijk vrede met Iran kunnen sluiten. Derde en laatste artikel over Irak en zijn moeizame betrekkingen met zijn Arabische buren. De twee voorgaande verschenen resp. gisteren en eergisteren.