Broeder in Bagdad

IRAKS Saddam Hussein heeft zijn gepantserde spierballen laten rollen en de omwonende sjeiks hebben hem haastig in hun paleizen uitgenodigd. Dollars, hogere olieprijzen, mogelijk zelfs nadere grensregelingen, Uw wens is ons bevel, hebben zij de nieuwe ster van het Midden-Oosten bij voorbaat laten weten. Er van uitgaande dat voor de zwakste praten altijd beter is dan vechten. Na in oostelijke richting orde op zaken te hebben gesteld, heeft de Arabische duce het gelaat nu in zuidelijke richting gewend. Vrienden van weleer kon nog wel het een en ander afhandig worden gemaakt.

De Iraakse leider bevindt zich in een vicieuze cirkel. Hij heeft zich vijanden gemaakt en daarom heeft hij zijn in de achtjarige oorlog tegen Iran zeer sterk geworden leger na de wapenstilstand op de been gehouden. De oorlog kostte meer dan het land kon opbrengen, de gewapende vrede die erop volgde bood onvoldoende soelaas om financieel orde op zaken te stellen. Irak beschikt over grote oliereserves, maar het prijsbederf veroorzaakt door andere oliestaten belemmerde Bagdad daarvan optimaal gebruik te maken. Om de concurrentie tot kartelvorming te dwingen werd het leger ingezet met als consequentie dat de nabuurschap verder op de proef werd gesteld.

De verwachte prijsopdrijving door OPEC zal Saddam Hussein niet tevreden stellen. Daarvoor zorgen een 'push en een pull'. De 'push' komt voort uit de sociaal-economische verarming die de heerser zijn volk heeft opgelegd. Zonder geweld, zonder een continue oorlogstoestand of staat van beleg kan dit regime zich niet handhaven. De 'pull' komt voort uit Saddam Husseins grootheidswaan waaraan al meer Arabische leiders hebben geleden. Irak is niet het eerste slachtoffer van het fantoom 'Arabische natie' en zal ook niet het laatste zijn. De nederlaag van Iran verschaft de Iraakse leider bovendien de strategische ruimte om zijn plannen althans voor een deel te realiseren.

DE AMERIKANEN hebben verrassend snel positie gekozen om de Iraakse dwingelandij het hoofd te bieden. In hoeverre dat erger heeft voorkomen, is moeilijk te achterhalen. Voorlopig ziet het er naar uit dat Saddam Hussein de ronde op zijn naam kan schrijven. Maar tegelijkertijd is onderstreept dat de Verenigde Staten uit de ingrijpende veranderingen in de internationale situatie van de laatste tijd niet de conclusie hebben getrokken zoveel als mogelijk het veld te ruimen, een opvallend verschil met de Sovjet-Unie.

Ook voor de VS mag olie de eerste aanleiding zijn geweest om te handelen. De Amerikanen zijn voor hun olievoorziening meer en meer afhankelijk geworden van het Midden-Oosten; voor hun belangrijkste partners in Europa en Azie geldt dat in versterkte mate. Maar met olie is niet alles gezegd. Irak kan immers op een punt worden vertrouwd: dat het de olie binnen zijn machtsbereik zal willen afzetten.

De Verenigde Staten zijn, nu de Koude Oorlog met zijn warme uitlopers is gestreden, op zoek naar nieuwe opdrachten. Met een zekere gretigheid grepen zij de Iraakse dreigementen aan om te tonen dat zij als supermogendheid nog niets aan betekenis hebben ingeboet. Op die manier konden zij voor een moment het regionale evenwicht herstellen dat als gevolg van de uitkomst van de Golfoorlog verloren was gegaan. Maar het risico van de onderneming is het betrokken raken bij conflicten waarvan inzet en beloop door anderen worden bepaald. Zoals de sjeiks samen met hun nieuwe 'broeder' in Bagdad zo overduidelijk aantonen.