Antisemieten SU scheppen hun martelaar

MOSKOU, 26 juli Met het nodige rumoer is in Moskou eindelijk het proces begonnen tegen een van de leiders van de nationalistische en antisemitische organisatie Pamjat, Konstantin Smirnov-Ostasjvili. Ostasjvili was een van de aanstichters van een rel in het Moskouse Schrijvershuis, waar in januari enkele tientallen aanhangers van Pamjat een bijeenkomst van de schrijversclub April verstoorden met antisemitische kreten. Er ontstond wat geduw en getrek, een bril sneuvelde en de zaal moest door de politie worden ontruimd. Het is de eerste keer dat een aanhanger van Pamjat voor het gerecht staat wegens 'het aanwakkeren van nationale of rassenvijandschap en vernedering van de nationale eer en reputatie', zoals de nieuwe formulering van artikel 74 van het wetboek van strafrecht luidt.

De zaal van het Moskouse gerechtshof was afgeladen en heet. Behalve een groot aantal meest Russische journalisten was een grote groep aanhangers van Pamjat aanwezig, naast een aantal bij de rel betrokken schrijvers en democraten die bezorgd zijn over de antisemitische uitwassen van Pamjat. De sfeer was verhit. De rechter had moeite de zaal onder controle te houden. Ostasjvili (54) eiste onmiddellijk de toewijzing van een nieuwe advocaat: 'Ik heb geen vertrouwen in het Moskouse college van advocaten. Het heet dat 65 procent van zijn leden personen van joodse nationaliteit zijn. Ik heb me er van overtuigd dat het er meer zijn', aldus Ostasjvili onder applaus. Na lang beraad wees de rechter zijn verzoek af. Ostasjvili eiste ook dat de 'linkse, zionistische pers' uit de zaal verwijderd werd. Terwijl de rechter zich met de twee volksassessoren voor beraad terugtrok gaf Ostasjvili met gretigheid commentaar aan de journalisten. De beklaagde, die zegt 'geen antisemiet, maar antizionist' te zijn, maakt bezwaar tegen 'de uitwassen in de kaderpolitiek' van het land. Hij bedoelt daarmee dat op sommige plekken 'te veel mensen van de verkeerde nationaliteit' op leidinggevende functies benoemd worden. Hij gaf als voorbeeld de Armeense enclave Nagorno Karabach, waar Azeri de dienst uitmaken terwijl de bevolking merendeels Armeens is. Maar in feite doelt hij op de joden die, volgens de stellige overtuiging van Pamjat, alle Moskouse sleutelposities hebben ingenomen. 'Het is een paradox', zei Ostasjvili, 'dat in het hele land al honderden doden zijn gevallen bij nationale twisten, maar dat juist ik als eerste op artikel 74 berecht word. In het zuiden van het land vallen Russische doden, terwijl hier nog niet een haar op een joods hoofd gekrenkt is.'

Ostasjvili ontkent dan ook schuld en beweert zich juist verdedigd te hebben tegen beledigingen aan zijn adres. Het stenogram van de beruchte bijeenkomst, zei hij, heeft aangetoond dat er niets onwelvoeglijks is gebeurd en alle getuigenverklaringen spreken elkaar tegen. 'Ik offer mijzelf op', zei Ostasjvili theatraal. Hij rekent op enkele maanden cel de hoogste strafmaat is vijf jaar en heeft zichzelf al de martelaarsrol toegekend die Pamjat voortdurend met graagte exploiteert. Pamjat is overigens zelf al lang in verschillende splinters uiteengevallen en andere leidersfiguren van de onfrisse organisatie hebben Ostasjvili al luidkeels voor krankzinnig uitgemaakt. De schrijversorganisatie April, een progressieve afsplitsing van de Schrijversbond, bestaat volgens Ostasjvili voor negentig procent uit joden. Gorbatsjov heeft met zijn perestrojka een grote fout gemaakt, hij heeft het volk onvoorbereid aan de democratie overgeleverd, en 'de zogenaamde democraten, die politieke haaien, hebben daar handig gebruik van gemaakt'.

'Het is een volledige herhaling van 1917', aldus Ostasjvili, die waarschuwde tegen de nieuwe dictatuur van links. Lech Walesa heeft het toch ook gezegd, voegde hij er nog aan toe: 'Eerst hebben de communisten Polen aan de rand van de afgrond gebracht en daarna hebben de joden de zaak overgenomen.' Het proces, dat waarschijnlijk lang gaat duren, draait in feite niet zozeer om Ostasjvili, al doet de rechtbank alle moeite om de zaak terug te brengen tot een prive-kwestie. De Russische intelligentsia hoopt op een veroordeling van Pamjat, een veroordeling van het antisemitisme, een ziekte die jarenlang niet alleen getolereerd maar zelfs van hogerhand aangemoedigd is. Aan de vooravond van het proces en dat soort coincidenties zijn hier zelden toeval publiceerde de Pravda een artikel van de historicus S. Rogov, waarin deze de aanval inzet op Pamjat en zijn bezorgdheid uitspreekt over het toenemende antisemitisme. Het is voor het eerst dat de Pravda zich zo openlijk over dit onderwerp uitlaat. 'De laatste jaren is er in het land een hele serie extremistische groepen ontstaan die een brutale antisemitische propaganda bedrijven. Pamjat en aanverwante organisaties doen het antisemitisme als strijdmiddel tegen de perestrojka herleven', aldus Rogov.

Zij maken daarbij gebruik van de mythe van de 'joods-masonistisch-bolsjewistische samenzwering' tegen Rusland en de schuld van de joden aan de dood van de tsarenfamilie, de stalinistische repressie en het verval van de Russische cultuur, zegt Rogov. Hij gaat nog verder door een beschuldigende vinger uit te steken naar de rechtse literaire bladen, 'die zich de laatste maanden openlijk associeren met antisemitische opinies', een fenomeen dat volgens Rogov 'de grootste bezordheid oproept'. Ostasjvili noemt de rechtszaak zelf een politiek proces en Boris Aboesjachmin, lid van het Moskouse college van advocaten en als toehoorder bij het proces aanwezig, is dat met hem eens. 'Het is een proces tegen fascisme en chauvinisme, maar helaas probeert men er gewoon een criminele zaak van te maken. Ostasjvili wordt als individu berecht op artikel 74, punt 2, terwijl punt 3 van toepassing zou moeten worden verklaard, dat betrekking heeft op groepshandelingen. Het is een oud, beproefd recept te pogen dit vergrijp te reduceren tot de daad van een maniak.' De zitting van de rechtbank werd maandag, de eerste dag, verdaagd wegens de wanorde in de zaal. Jongens met zwarte hemden, dames van middelbare leeftijd en woedende burgers vuurden Ostasjvili aan en riepen 'Schande' bij alles wat hun niet beviel. Een magere man droeg een hemd met de tekst 'Laten we het land dezioniseren'.

Deed Ostasjvili nog pogingen om een onderscheid te maken tussen joden en zionisten, zijn aanhangers hadden die scrupules niet. 'We krijgen jullie het land wel uit, naar Israel, waar jullie thuishoren! Jullie hebben hier niets te zoeken', schreewde een dikke man met een been, die rood aanliep van kippedrift. 'De Russen zijn weer eens het slachtoffer', riep een dame met tasje en gouden tanden, 'net als in 1917 zijn de Russen opnieuw het slachtoffer!' Gisteren, op de tweede dag van het proces, verscheen Ostasjvili niet meer. De Moskouse justitie heeft inmiddels een opsporingsbevel tegen hem uitgevaardigd.