Het nieuws van 26 juli 1990

Westduits model veredeld systeem voorkeurstemmen

DEN HAAG, 26 juli Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer van vorig jaar ging het tussen Lubbers en Kok. In 1986 ging het tussen Lubbers en Den Uyl. Niet de volksvertegenwoordiging werd gekozen, maar de minister-president althans zo suggereerden de verkiezingscampagnes van CDA en PvdA. Er is een wedstrijd Feyenoord-Ajax aan de gang die alle aandacht voor de andere clubs wegneemt, zo klaagde D66-lijsttrekker Van Mierlo tijdens verkiezingsbijeenkomsten. Enkele kiezers zouden misschien wel op een kleinere partij willen stemmen, maar zien daar op het laatste moment toch maar van af, omdat de 'grote wedstrijd' moet worden beslist.

Machtsvraag

Het 'twee-stemmensysteem' dat nu wordt besproken in de door de Tweede Kamer ingestelde commissie-Deetman (die de mogelijkheden voor staatkundige vernieuwing bestudeert), kan het Ajax-Feyenoord-syndroom enigszins beteugelen. Dat is ook de gedachte achter de zogeheten 'Zweitstimme' in West-Duitsland, waar het door PvdA-fractievoorzitter Woltgens geopperde idee reeds in de praktijk wordt toegepast. Om te voorkomen dat de regionale inbreng geheel verloren gaat onder het geweld van de pure machtsvraag (wie wordt Bundeskanzler) krijgt de Westduitse kiezer twee stemmen: de eerste kan worden uitgebracht op een meestal partijgebonden districtsafgevaardigde. Hiervoor is de Bondsrepublek in 248 districten verdeeld. Per district is een zetel te vergeven. In de districten geldt het stelsel van de relatieve meerderheid: de kandidaat met de meeste stemmen krijgt de zetel, de stemmen op de andere kandidaten gaan verloren. Het is voor de kandidaten dus alles of niets, en ze zullen zich dan ook moeten profileren.

COC wil homo op platteland uit isolement halen

LEEUWARDEN, 26 juli Het COC Friesland is als eerste in ons land een campagne begonnen om homoseksuele jongeren op het platteland uit hun isolement te halene. In een typische plattelandsprovincie als Friesland blijkt homoseksualiteit in dorpen en kleine steden nog vaak een taboe. Jonge homo's dreigen daardoor alleen te komen staan, aldus J. van Leeuwen en P. Zijlstra van het COC Friesland. 'In een dorpsgemeenschap blijkt het heteropatroon nog nadrukkelijker aanwezig dan in de stad', zegt Van Leeuwen. Het COC heeft zich volgens haar in het verleden te veel op de (grotere) steden gericht, omdat werd gedacht dat de anonimiteit van de stad veiligheid bood aan homo's. Met een grote poster- en folderactie (bij huisartsen, scholen, bibilotheken en instellingen werden er 800 verspreid) wil de Friese belangenvereniging voor homo's homoseksuele jongeren op het platteland bereiken. 'Doe normaal, je bent de enige niet! Kom gewoon eens langs bij het COC', is de uitnodigende tekst. Deze herfst zal de actie een vervolg krijgen als de scholen, huisartsen en buurthuizen opnieuw worden benaderd met de vraag wat er met de folders is gebeurd, of er nieuwe nodig zijn en of het zinvol is een voorlichtingsavond te organiseren op een plattelandsschool of dorpshuis. Ook zullen er speciale gespreksgroepen worden opgezet voor lesbische vrouwen en homoseksuele mannen uit dorpen. In november wordt er in de Friese hoofdstad een Roze Week georganiseerd, waarin ook het jaarlijkse tweedagelijks congres van het landelijke COC valt. 'Acht van de tien mensen die hier in een praatgroep zitten, wonen in een dorp', zegt Zijlstra. De problemen waar zij op stuiten lopen uiteen van moeilijkheden met het geloof tot (angst voor) afwijzing door dorpsgenoten. Angst voor herkenning en eenzaamheidsgevoelens doen veel jongeren in een isolement belanden.

'Liever bedankje dan een KNIL-monument'

ARNHEM, 26 juli Terwijl op het terrein van het tehuis voor oud-militairen in het Arnhemse Bronbeek vandaag een standbeeld is onthuld ter herdenking van het feit dat veertig jaar geleden het Koninklijk Nederlands Indonesisch Leger (KNIL) werd opgeheven, demonstreerden 300 Molukse oud-KNIL-militairen op het Binnenhof voor betere pensioenen en achterstallige gratificaties. In een brief aan alle ex-KNIL-leden roept voorzitter D. de Iong van de Stichting Herdenking KNIL op geld te storten ter bekostiging van het monument, dat 250.000 gulden kost. De onthulling moet, aldus De Iong, tegelijk een manifestatie zijn van de 'verknochtheid aan het KNIL'. Zo denkt lang niet iedereen er over. De voormalige Molukse KNIL-beroepsmilitairen mogen dan ontevreden zijn over hun 'afhandeling', de Europese ex-KNIL-dienstplichtigen kwamen er nog heel wat bekaaider vanaf. Zij moeten dan ook niets hebben van dit 'eerbetoon'. Ze vinden dat die kwart miljoen voor een monument wel beter kan worden besteed. In totaal kende het KNIL eind 1941 meer dan 21.000 Euroepese dienstplichtigen. Enkele honderden sneuvelden in de strijd tegen Japan, naar schatting 5.000 kwamen om in krijgsgevangenschap, nog eens 5.000 bleken te verzwakt om opnieuw in actieve dienst te gaan, maar de rest, zo'n 10.000 KNIL-militairen, moesten de wapens weer opnemen tegen de Indonesische nationalisten. Eind 1949 kende het KNIL nog een kleine 4.000 Europese dienstplichtigen. Hoe veel van hen toen nog behoorden tot de groep die in 1941 al onder de wapens werd geroepen is niet meer na te gaan.