Wie is Souter?

DE NEGEN OPPERRECHTERS van het Amerikaanse Hooggerechtshof zijn de finale bewakers van de zeden, gewoonten en de tijdgeest van de Amerikaanse natie. Telkens wanneer een hunner door ouderdom, ziekte of overlijden wegvalt, grijpt een president zijn kans om met een benoeming zijn politieke handtekening te verlengen. Via de oude rechter Brennan, die vorige week vrijdag het Hof verliet, sprak nog de bedaagde mildheid van president Eisenhower.

Acht jaren Ronald Reagan hebben van een activistisch, liberaal Hooggerechtshof een veel terughoudender, behoudender gezelschap gemaakt. Dat was tot op zekere hoogte verstandig, want Amerika zelf werd in die jaren behoudender en een Hof dat haaks staat op zulke ontwikkelingen, raakt in moeilijkheden. Na verloop van tijd, toen het neo-conservatisme was uitgeraasd en Democraten in de Senaat al lang weer een meerderheid hadden, kwam voor Reagan en zijn medestanders de vraag hoe ver hij met zijn ideologische agenda kon gaan. De kandidatuur van Robert Bork in het najaar van 1987 ging zowel voor de president als voor de getergde kandidaat zelf een brug te ver. De Democratische Senaat weigerde deze conservatieve kandidaat te aanvaarden na een felle, emotionele en niet al te verheven campagne uit het liberale kamp tegen Bork. Een volgende kandidaat, Douglas Ginsburg, viel door de mand omdat hij als student ooit een stickie had gerookt. Ten slotte eindigde Reagan met een zeer bekwame, maar fletse kandidaat die nu een van de negen rechters is.

WAT ZOU Bush doen? De nervositeit hierover was groot, want enerzijds is de kandidatuur van een rechter voor een president een soort geloofsbelijdenis jegens het ideologischer getinte deel van de achterban, anderzijds zijn de verhoudingen er niet naar om op dit terrein van polarisatie veel wijzer te kunnen worden. De president is van Democraten afhankelijk voor goedkeuring van de benoeming in de Senaat en op moreel terrein bevindt de natie zich in een mistige zone. De lakmoesproef bij uitstek is de abortus-kwestie. Politici en activisten hebben een decennium lang gestreden tegen de in hun ogen al te liberale abortus-regels van het Hooggerechtshof, maar toen datzelfde Hof vorig jaar de weg effende naar een strenger anti-abortus-regime, gebeurde er iets onverwachts. Vele Amerikanen die zich na de jaren zeventig niet meer hadden geroerd, gingen de straat op en organiseerden zich weer om de abortus-vrijheid overeind te houden. De verwarring in de politiek was maximaal. Vele parlementariers hadden zich tot dan toe veilig gewaand met gewetensbezwaren tegen abortus en zagen zich met het oog op een onrustig electoraat gedwongen om het geweten te flexibiliseren. Bij het vertrek van een opperrechter en de onvermijdelijke discussies over een nieuwe kandidaat dreigde de verlegenheid over deze lakmoesproef te escaleren. Derhalve de angstige vraag bij menigeen: Wat zou Bush doen? DE AMERIKAANSE president heeft daar ziet het althans nu naar uit iets geniaals gedaan. Hij heeft met kandidaat David H. Souter een rechter naar voren geschoven die alom als zeer integer en bekwaam geldt en die ook na meer dan twintig jaar juridische praktijk geen spoor heeft achtergelaten waaruit iets valt af te leiden. De vrijgezel uit New Hampshire heeft geen politiek, ideologisch verleden en dat stemt vooralsnog alle partijen tevreden. Risico blijft uiteraard dat iemand de komende dagen ontdekt dat Souter toch een verleden heeft (bij Bork gingen verslaggevers bijvoorbeeld zover om de uitleenlijst van de videotheek te kopieren met mager resultaat overigens, want de lijst bevatte veel westerns en geen porno's). Maar tot op heden is de keuze van Souter een vondst. Aan zijn kennis wordt niet getwijfeld en de kracht van zijn benoeming ligt in de voortdurende vraag: Wie is Souter?