'Rijk moet hulp aan gokverslaafde betalen'

AMSTERDAM, 25 juli De directie van het Jellinekcentrum in Amsterdam vindt het 'bizar' dat de overheid geen cent over heeft voor de behandeling van gokverslaafden terwijl 'des te navranter' diezelfde overheid tientallen miljoenen ontvangt aan accijnzen op het gokken. Dit schrijft directeur J. A. Walburg van de Jelinekcentrum voor drugs- en alcoholverslaafden in het vandaag verschenen jaarverslag over 1989. Gokverslaving neemt toe, vooral onder mensen die als psychiatrisch gestoorden en daklozen vaak ook al verslaafd zijn aan allerlei soorten drugs, waarmee zij grote risico's nemen. Met de maatschappelijke bovenlaag gaat het, zo constateert het Jellinekcentrum, juist beter: er wordt gezonder geleefd, minder gedronken en slechts incidenteel cocaine of 'designer drugs', zoals XTC, gebruikt.

Het percentage alcoholverslaafden van buitenandse afkomst in behandeling bij het Jellinekcentrum is in vergelijking met 1988 verdubbeld van tien naar twintig, terwijl het in absolute aantallen nauwelijks toenam. Van de drugsverslaafden is veertig procent van buitenlandse afkomst. De wachttijd voor alcoholclienten heeft het Jellinekcentrum in 1989 kunnen terugbrengen van acht naar twee weken.

De cijfers wijzen weliswaar op een stabilisering van het aantal in behandeling zijnde drugs- en alcoholverslaafden, maar de behandeling wordt moeilijker, omdat het aantal psychisch gestoorden, seropositieven en mensen met AIDS onder de verslaafden snel toeneemt.