Pyrrusoverwinning voor Bulgaarse communisten

De omwenteling die zich vorig jaar in Sofia voltrok door een paleisrevolutie van enige leden van het politburo, had vele maanden slechts een langzaam vervolg. In juni van dit jaar werden in Bulgarije voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog vrije verkiezingen gehouden. Eerst daarna is de politieke strijd van de grond gekomen. Toen op 10 november 1989 een aantal communistenleiders hun partijchef Todor Zjivkov van de troon stootte, was het niet de bedoeling de macht op te geven. Integendeel, zij maakten van de roes en de chaos in de andere socialistische landen gebruik om de touwtjes in handen te nemen voordat het te laat zou zijn. Om aan het bewind te blijven konden zij niet zonder de steun van hun machtsbasis, de Bulgaarse Communistische Partij (BKP), en die kon alleen van belang blijven als zij werd gemoderniseerd. In dit jaar is met man en macht gewerkt aan haar face-lift.

Een aantal aangebrachte veranderingen is van kosmetische aard, zoals de opheffing van het Centraal Comite en het politburo, want daarvoor zijn organen met een andere naam in de plaats gekomen (Opperste Partijraad en Presidium). Evenmin heeft de wijziging van de partijnaam in Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) en van de dagbladtitel Rabotnitsjesko Delo in Doema een wezenlijke betekenis gehad. Wel belangrijk is dat de hele redactiestaf van die partijkrant is vervangen door journalisten die een paar jaar geleden nog als lastige horzels terzijde zijn geschoven. De krant verschaft nu veel meer informatie en is soms zelfs kritisch jegens de partij.

Ook op andere sleutelposities in het maatschappelijk leven zijn die-hards vervangen door progressievere communisten, zowel in de ideologische sfeer (voorzitter van de televisie-organisatie, rector van de Universiteit van Sofia) als op economisch terrein (voorzitter van de Vakcentrale, president van de Nationale Bank).

Ambassadeurs

Een derde 'spoor' is dat de invloed van de communistische partijn in de overheid is teruggedrongen, althans in formele zin. Zo is in het leger de politieke afdeling afgeschaft maar de minister van defensie is nog steeds de man die 28 jaar geleden is benoemd. Bij Binnenlandse Zaken is de geheime politie (DS) ontmanteld, onder andere door het ontslag van 26 generaals, en is het beheer over de gevangenissen overgegaan naar Justitie maar als minister fungeert de voormalige stafchef van het leger. Bij Buitenlandse Zaken worden alle ambassadeurs die onder het oude bewind zijn benoemd, langzamerhand vervangen.

Voorts heeft de nieuwe partijleiding niet alleen de communisten die het slachtoffer waren van de terreur onder Stalin of van zuiveringen onder Zjivkov gerehabiliteerd, maar hebben ook de misstanden die tussen 1959 en 1962 in verscheidene Bulgaarse concentratiekampen zijn voorgekomen alle aandacht gekregen. Men kan zich daarbij overigens niet aan de indruk onttrekken dat de nieuwe leiders deze wandaden breed hebben uitgemeten om zelf beter uit de verf te komen. Soms nam dit streven aandoenlijke vormen aan, bijvoorbeeld toen uit een opgave van prive-bezittingen bleek dat de minister van buitenlandse zaken met een Oostduits Trabantje moest volstaan.

In werkelijkheid hebben deze 'gewone burgers' de touwtjes nog strak in handen. Ook al was er formeel een scheiding aangebracht tussen partij en staat, via persoonlijke banden is er een nauwe verstrengeling gebleven. Zo zitten drie ex-medewerkers van de onlangs afgetreden president Mladenov en een van premier Loekanov in de hoogste top van de BSP. (Het parlement probeert sinds gisteren een opvolger voor Mladenov te vinden.) Omgekeerd is een oud-collega van partijvoorzitter Lilov een van de vice-premiers onder Loekanov.

De nieuwe partijleiders waren echter wel zo realistisch in te zien dat zij op de langere duur slechts door het sluiten van compromissen met de oppositionele groeperingen op het fluweel zouden kunnen blijven zitten. De slogan 'nationale verzoening' is daarbij te pas en te onpas in de mond genomen. Maar onthullingen over massagraven uit de tijd van de communistische machtsovername hebben aan het realiseren hiervan geen goed gedaan. Toch heeft de partij er geen aanleiding in gezien zich van de stalinistische tijd onder Dimitrov, de eerste partijchef na de oorlog, te distantieren. Het gebalsemde lichaam van Dimitrov, tot vorige week in een speciaal mausoleum in Sofia vertoevend, is kortgeleden gecremeerd en eergisteren onder grote belangstelling begraven.

Wantrouwen

In dit licht is het echter wel begrijpelijk dat de oppositie, vooral waar deze bestaat uit partijen die door de BKP waren uitgerangeerd, wars is van verzoening. Weliswaar hebben de gecorrumpeerde Boerenpartij, die na de oorlog steeds met de communisten heeft samengewerkt, en de Unie van Democratische Krachten (SDS) dit voorjaar met de BSP om de ronde tafel gezeten, maar ook dit overleg had te lijden onder wantrouwen. Uiteindelijk hebben zij echter een akkoord bereikt over de verkiezingen en enkele hoofdlijnen van beleid.

Inmiddels zijn de verkiezingen op 10 en 17 juni gehouden, via een ingewikkeld systeem. Enerzijds zijn op de eerste dag 200 personen langs de weg van de evenredige verkiezingen in het parlement gekozen, van wie 97 een grote minderheid tot de BSP behoren. Anderzijds zijn eveneens 200 personen in het parlement gekomen via een districtenstelsel, waar nodig in twee ronden. Hier was de BSP in het voordeel doordat het op het platteland vaak (nog) communistische voormannen zijn die bekendheid genieten, soms nog gewaardeerd zijn ook, en die zeker hun maatschappelijke invloed laten gelden. Het aantal gekozen BSP'ers beliep hier dan ook 114, zodat uiteindelijk in het parlement als totaal de BSP toch nog de absolute meerderheid behaalde.

Hiermee is tevens het wezenlijke probleem van de Bulgaarse politiek voor het voetlicht gekomen: een partij, de (ex-)communistische, heeft weliswaar de absolute meerderheid in het parlement, maar heeft in de grootstedelijke districten haar basis totaal verloren. In het district Plovdiv behoort 62 procent van de afgevaardigden tot de oppositie, in Varna 80 en in de hoofdstad Sofia zelfs 83. Vooral in Sofia zijn demonstraties thans aan de orde van de dag, waarbij nu eens de BSP van verkiezingsfraude wordt beschuldigd wat volgens Westerse waarnemers hoogstens in geringe mate het geval is geweest dan weer het aftreden van oude, onder Zjivkov omhoog gekomen leiders wordt geeist. Gisteren nog hebben ruim een miljoen Bulgaren gestaakt om het parlement tot grotere activiteit te manen.

Een en ander maakt het vormen van een coalitie-regering er niet gemakkelijker op. Waar in de andere Oosteuropese landen de omwentelingen hebben plaatsgehad door het optreden van de bevolking Bulgarije kon daaraan toen door een coup van een groep jongere partijleiders ontsnappen lijkt deze ontwikkeling nu alsnog te moeten worden doorgemaakt. De val van president Mladenov, die zich op 14 december 1989 nog als een havik manifesteerde door ter beteugeling van een demonstratie om tanks te roepen, is daarvan geen ernstig gevolg, want hij is zeker geen progressief leider. Ernstig is dat, ook al staan de arbeiders buiten de grote steden niet klaar om de studenten in Sofia een lesje te leren, een tweespalt in de bevolking dreigt.

Behoedzaamheid

Het zal veel behoedzaamheid van de leiders van de partijen vragen om tot een aanvaardbaar regeringscompromis te komen. De BSP zal dienen in te zien dat zij, ondanks de absolute meerderheid in het parlement, niet meer 'de leidende kracht' in de maatschappij is die zij veertig jaar lang pretendeerde te zijn. Gelukkig is de pluriformiteit binnen de partij toegenomen door het ontstaan en respecteren van verschillende stromingen, die tot in de Opperste Partijraad zijn vertegenwoordigd. De oppositionele SDS, met 144 parlementszetels van de 400, zal daartegenover haar hand niet moeten overspelen. Zo zal zij de roep van de straat tegen premier Loekanov niet moeten steunen, daar deze niet alleen een bekwaam manoeuvrerend maar ook een progressief politicus is.

In Bulgarije zal in de komende jaren net als in de andere landen van Oost-Europa juist het economische herstel alle aandacht vragen: hoe zijn de verstarde structuren te ontroesten (het doel van de meer intellectualistisch ingestelde SDS) zonder de arbeidende klasse (de basis van de BSP) tegen zich in het harnas te jagen? In dat moeizame proces is het noodzakelijk dat de (voormalige) communistische partij erbij betrokken blijft, te meer omdat na veertig jaar machtsmonopolie hierin nu eenmaal de meeste deskundigheid aanwezig is.

Zo zullen in Bulgarije de kastanjes uit het vuur kunnen worden gehaald mede door (de opvolgers van) degenen die ze erin hebben laten vallen, en niet alleen door een sterke oppositie zoals in Polen, door een verdeelde oppositie zoals in Hongarije, of door een rijke buurman, zoals in het geval van de DDR. Indien in Bulgarije de communisten de arrogantie van de macht werkelijk hebben verloren, de oppositionele Unie van Democratische Krachten (SDS) onderling niet verdeeld is in haar houding tegenover de BSP kortom: als beide zich inderdaad kunnen verzoenen, dan zou er een regering kunnen worden gevormd die voldoende vertrouwen geniet in alle lagen van de bevolking. De komende maanden zullen dit leren, maar het economische herstel zal zeker nog een kwestie van jaren zijn.