'MET Z'N ALLEN VISSEN IN EEN KLEINE VIJVER'

'De chaos in de Spaanse pers is compleet', moppert Juan Luis Cebrian. 'Al die nieuwe kranten hebben naar mijn idee nauwelijks recht van bestaan. Er zijn immers geen nieuwe lezers voor. Wij vissen allemaal in dezelfde, kleine vijver. Een voorbeeld: Spanje heeft alleen al drie financiele dagbladen en tot voor kort hadden we er zelfs vier, terwijl Engeland het met een blad moet doen. En niet alleen is onze lezersmarkt beperkt, we hebben ook niet genoeg geschoolde journalisten om al die kranten te bemannen. De salarissen voor ervaren journalisten zijn het afgelopen jaar dan ook tot een onverantwoord hoog peil gestegen.' Cebrian (45) was vanaf de oprichting in 1976 hoofdredacteur van El Pais, met een oplage van 370.000 exemplaren (op werkdagen) al geruime tijd de grootste krant van Spanje. Sinds 1988 is hij als president-directeur van de uitgeverij van El Pais verantwoordelijk voor de zakelijke kant van de krant. Daarnaast schrijft hij nog steeds essays over politiek en journalistiek en sinds kort ook romans waarin de hoofdfiguren oudere intellectuelen zijn, teleurgesteld in de idealen die zij er in de tijd van het verzet tegen Franco op na hielden.

Het succes van El Pais viel samen met de vestiging van de Spaanse democratie en de redacteuren van het eerste uur behoren tegenwoordig, net als de sociaal-democraten die nu aan de regering zijn, onmiskenbaar tot het establishment.

In zijn directeursvertrek ontkent Cebrian aanvankelijk echter dat het dagblad dik en lui geworden is. 'Er is geen regering geweest waar wij zoveel problemen mee hebben gehad als met die van de PSOE. Wij hebben onze onafhankelijkheid bewaard. Nog steeds zijn we een bedrijf met als enige doel het uitbrengen van een serieuze krant, het maken van winst is slechts een middel daartoe. Dat onderscheidt ons van al die nieuwe ondernemingen, die uitsluitend het belang van hun investeerders dienen en het daarbij niet zo nauw nemen met de journalistieke ethiek. Natuurlijk verwelkom ik concurrentie, maar dan wel op een behoorlijk peil. Zulke concurrentie is er nog niet. De komst van een hele reeks nieuwe dagbladen zal ons dit jaar dan ook op zijn hoogst een oplagedaling van tienduizend exemplaren kosten. Er zijn betrekkelijk weinig dagbladlezers in Spanje, maar het zijn wel goede lezers, die kwaliteit verlangen.'

Journalistieke kwaliteit heeft El Pais vanaf de oprichting hoog in het vaandel gehad. De krant besteedt uitzonderlijk veel aandacht aan buitenlands nieuws en commentaren op het gebied van politiek, cultuur en wetenschap. Het zakelijke succes is echter voor een zeer groot deel aan de dikke zondagskrant te danken. Die zondagskrant bevat supplementen gewijd aan economie, boeken, reizen en een weekoverzicht en bovendien maar liefst vier kleurenbijlagen: een met grote, journalistieke reportages, een met informatie over eten, mode en vormgeving, een stripblad voor de kinderen en een 'bewaarbijlage' (op dit moment een geschiedenis van de boom in afleveringen, eerder ondermeer een serie natuurgidsen). Op zondag verdriedubbelt de oplage van El Pais.

Cebrian ontkent dat de krant zich vooral zo breed heeft gemaakt om de concurrentie de intree in de markt te beletten. 'We kwamen er al vrij vroeg achter dat het vrij moeilijk was om onze oplage op weekdagen te vergroten, terwijl er in het weekeinde een heel nieuw lezerspubliek bleek te zijn. Ik denk dat dat overal zo is. Als er in sommige Europese landen geen bloeiende zondagsbladen zijn, komt dat niet door de lezers maar doordat de infrastructuur er ontbreekt. Heel simpel: de kiosken zijn bij voorbeeld niet open op zondag.' Onder invloed van de toegenomen concurrentie is El Pais wel bezig meer regionale edities op te zetten. En men heeft na lang aarzelen ook een lezersspel met aantrekkelijke geldprijzen geintroduceerd. 'Ik ben er als hoofdredacteur altijd tegen geweest', zucht de directeur, 'maar als zakelijk leider houd ik de redactie nu niet tegen. Als het een spel op niveau is, hoeft het de geloofwaardigheid van de krant niet aan te tasten.' El Pais begon in 1976 met een kapitaal van nauwelijks meer dan zes miljoen gulden, inmiddels is het bedrijf uitgegroeid tot een mediaconcern dat naast het dagblad ook boeken en tijdschriften uitgeeft, partner is in het financiele dagblad Cinco Dias, televisieprogramma's produceert, een keten van radiozenders bezit en een aandeel van vijfentwintig procent heeft in het nieuwe televisiestation Canal +. Angst voor de invloed van het buitenland zegt Cebrian niet te hebben. 'De toekomst in Europa is aan multinationale ondernemingen op mediagebied, dat valt niet te voorkomen. Juist daarom is het van belang dat wij zelf het initiatief houden en nu al kiezen met wie we ons associeren.'

Dezer dagen tekent PRISA, de holding waarvan El Pais onderdeel is, daarom nieuwe overeenkomsten met het Amerikaanse Dow Jones (uitgever van de Wall Street Journal) en de Franse groep Expansion. Met beide ondernemingen werd al samengewerkt in Cinco Dias.

Is het geen hele stap om nu aan tafel te zitten met vertegenwoordigers van het internationale grootkapitaal voor een journalist die tien jaar geleden nog schreef dat de pers te braaf dreigde te worden en dat het de taak van zijn krant was om een permanente bedreiging te zijn voor de gevestigde machten? Cebrian: 'Een bedreiging? Heb ik dat woord gebruikt? Nu goed, als u het zegt. Maar wat ik ongetwijfeld bedoeld heb, is dat we onze leiders kritisch moeten volgen. Kritisch, maar zonder ons schuldig te maken aan media-terrorisme. El Pais blijft binnen de grenzen van het fatsoen. Maar misschien zijn we inderdaad wel een beetje traag geworden.'