Meer dan 43.000 Duitsers gestorven in Sovjet-kampen

MOSKOU, 25 juli Meer dan 43.000 Duitsers zijn na de Tweede Wereldoorlog overleden in interneringskampen die in de Sovjet-bezettingszone waren ingericht. Dat heeft het ministerie van buitenlandse zaken in Moskou gisteren bekendgemaakt.

Beweringen dat de Duitse gevangenen bewust slecht waren behandeld en dat er sprake was van massamoord werden tegengesproken, maar erkend werd dat er voorbeelden waren van wreedheden 'die nu en dan de monsterachtige misdaden van de fascisten tijdens de oorlog in de herinnering riepen'. Volgens Georgi Kenin, archivaris van het Sovjet-ministerie van buitenlandse zaken, zijn er tussen 1945 en 1950 42.889 Duitsers gestorven in de tien kampen die waren opgezet om oorlogsmisdadigers en vroegere nazi's te interneren. Nog eens 756 mensen werden in de kampen om het leven gebracht omdat ze door militaire tribunalen ter dood waren veroordeeld. Deze cijfers houden in dat meer dan een derde van de 122.671 mensen die naar de kampen waren gestuurd het verblijf daar niet heeft overleefd.

Kranten in zowel Oost- als West-Duitsland hebben eerder dit jaar melding gemaakt van de ontdekking van verscheidene massagraven bij de kampen en verondersteld dat deze de stoffelijke resten van 'slachtoffers van het stalinisme' bevatten. Gesproken werd toen van massaslachtingen.

Kenin, waarnemend directeur van de historisch-diplomatieke afdeling van het Sovjet-ministerie, zei dat de slachtoffers voornamelijk waren gestorven aan ziekten, in het bijzonder aan tuberculose. 'Volgens de documenten die wij bezitten waren de omstandigheden in de kampen in de Sovjet-bezettingszone aanvaardbaar als rekening wordt gehouden met de standaards van die tijd', zei hij. 'Beschuldigingen tegen de Sovjet-bezettingsautoriteiten dat op weloverwogen wijze massale fysieke vernietiging van gevangenen heeft plaatsgehad zijn niet door de archieven bevestigd', aldus Kenin. (Reuter)