LEVEN ZONDER VOORUITGANG

Het vooruitgangsgeloof zit er flink bij ons ingebakken. Aanschouwen wij bij voorbeeld de gebeurtenissen in Tsjechoslowakije, Polen en Oost-Duitsland dan zien we een revolutie die vooruitgang belooft. Het voelt goed aan omdat er 'meer' in zit: meer auto's, meer vlees, meer tandenborstels, meer plastic, meer drukte. Toch vraagt menig westerling zich af of meer beter is. De hoge welvaart heeft ook zijn schaduwzijden. Men denke aan het materialisme, de vertechnologisering, de milieuvervuiling en de overbevolking. In intellectuele kringen wordt daarom steeds intensiever gespeculeerd over een toekomst zonder groei. Goede voorbeelden van een statische maatschappij hebben we evenwel niet. Maar er zijn uitzonderingen.

Een zo'n uitzondering ontdekte ik in het wijde landschap rond Iowa City, een universiteitsstadje in het midden van de VS waar ik twee jaar gewoond heb. Het heet Kalona. Op het eerste gezicht ziet het dorpje er normaal uit. De weg ernaartoe is geasfalteerd; de boerderijen zijn net als alle andere Iowaanse boerderijen. Toch klopt iets niet. Eerst vallen de ouderwetse windmolens op. En dan begint de bezoeker uit de moderne wereld de elektriciteitsleidingen te missen die elders het Amerikaanse landschap omspannen. De mensen die hier wonen, doen het zonder elektriciteit. En zonder auto's. Ze rijden rond met paard en wagen.

Dit is het land van de Amish (wellicht bekend van de film Witness). Rond 1840 kwamen ze hier, als een van de talloze religieuze groeperingen die hun heil zochten in de Nieuwe Wereld. Amerika was hun beloofde land. De meeste van de gemeenschappen die deze groeperingen vestigden, zwichtten in de loop der tijd voor wereldse verleidingen. De Amish zijn er evenwel in geslaagd stand te houden.

De Amish zijn verwant aan de Mennonieten die weer onderdeel zijn van de Anabaptisten. Zij zijn volgelingen van de Zwitser Jacob Amman die in 1693 besloot dat de Mennonitische kerk te werelds werd. Hij wilde een striktere uitleg van de bijbel en een radicale 'Meidung' van een ieder die niet volgens de regels leefde. Om vervolging in Zwitserland te ontkomen, week de gemeenschap uit naar Amerika waar ze nu 100.000 aanhangers telt, verspreid over twintig staten. Hun leven is eenvoudig, onmaterialistisch en spiritueel.

Een letterlijke lezing van de bijbel instrueert de Amish hard te werken en het land te bewerken dat God hun in pacht heeft gegeven. En dus arbeiden ze van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, van maandag tot zaterdag. Op zondag laden ze de banken op de wagen en richten een kerk in bij iemand thuis.'Eenvoud en kracht' is hun devies. In de kracht van moderne technologie geloven ze niet want hun bijbel vertelt hun zich niet te conformeren aan de wereld. (voor het geval u geinteresseerd bent: de cruciale passage is Romeinen 12, vers 2). Ze werken daarom zonder de hulp van chemische kunstmest en mechanische motoren. Zo nu en dan bezwijkt een Amish-gemeenschap voor de vooruitgangsgedachte en staat de aanschaf van een tractor toe. Meestal betekent dat het begin van het einde van haar traditionele karakter.

De Amish erkennen prive-eigendom. Ze beheren hun eigen land, bezitten hun eigen huis en verdienen redelijk in handel met de buitenwereld. Maar ze beperken hun marktactiviteiten tot een minimum. In navolging van Thomas van Aquino en Luther keuren ze rente af. De rente van de bank weigeren ze en leningen worden onderling verstrekt 'om niet'. Voor alles komt het gemeenschapsgevoel. De Amish moeten niets hebben van het zelfgerichte denken van de buitenwereld. Bekend is hun collectieve 'barn-raising' waarbij de ganse gemeenschap helpt bij het optrekken van een schuur tegen vergoeding van voedsel en (sober) vertier. Met hun sociale plichtsbesef is een verzekering overbodig.

Dat klinkt allemaal best goed, misschien goed genoeg om westerse idealisten aan te trekken. De Amish-economie benadert het ideaal van 'klein maar mooi' dat de Britse econoom E. P. Schumacher propageerde. Het is een economie die met lokale middelen produceert op kleine schaal voor lokaal gebruik. Het straalt eerbied uit voor mens en natuur.

De discipline van de Amish en hun wereldvreemdheid geven evenwel te denken. Daden tegen de wil van de gemeenschap in worden gestraft met excommunicatie ('Meidung'). In dat geval mag niemand met de gestrafte spreken, zelfs zijn partner en kinderen niet. De Amish vermijden verder ieder contact met buitenstaanders. Praten doen ze niet graag. Ze willen ook niet op de foto op grond van de bijbelse afkeuring van afbeeldingen (daarom hebben hun poppen ook geen gezichten). Hun kleren zijn donker. Hoe verleidelijk hun toewijding en eenvoud ook is, ik vermoed dat niet veel van ons moderne mensen het geloof in de vooruitgang kunnen verloochenen om te leven zoals de Amish. We zullen moeite hebben met de onderdanige houding die van de vrouwen verwacht wordt en het gebrek aan een prive-leven in zo'n hechte gemeenschap. Hun strenge discipline druist in tegen ons vrijheidsgevoel. Het gebrek aan uitzicht op iets beters en iets meers zal ons zenuwachtig maken.

Ik laat de Amish-economie voor wat het is: een indrukwekkend voorbeeld van een andere economie, een ideaal voor iedereen die op zoek is naar een wereld zonder groeiproblemen maar onnavolgbaar voor de ongedisciplineerde, vrijheidsbeluste en op gemak gestelde moderne mens.