Iraks harde optreden steels bewonderd binnen de Opec; Nieuwsnalayse

GENEVE, 25 juli De dertien ministers van de organisatie van olie-exporterende landen, OPEC, komen vandaag in Geneve bijeen in een crisissfeer, die de verhoudingen binnen het kartel ingrijpend kan veranderen. De knuppel die Irak op 17 juli in het hoenderhok gooide, door Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) te beschuldigen van overproduktie ('quota-busting'), kwam volgens enkele deelnemers veel te laat.

Hoewel Iraks harde optreden de Arabische conventies danig overhoop haalt, bewonderen OPEC-functionarissen steels de moed van het land om de doorn uit het oog te trekken. OPEC kampt al jaren met een chronisch gebrek aan produktie-discipline. Bijna alle lidstaten maken zich er schuldig aan, met uitzondering van Iran en Irak die als gevolg van hun oorlog vooralsnog onder het door OPEC toegezegde quotum produceren. Iran en Irak eisen al jaren een grotere opofferingsgezindheid van de overige leden. Hun eis blijft al jaren aan dovemansoren gericht. Zij willen de produktie beter in overeenstemming brengen met de vraag op de wereldmarkt, om aldus de OPEC-richtprijs (een mand van de voornaamste ruwe oliesoorten binnen OPEC) van 18 dollar per vat (159 liter) geloofwaardig te maken.

Pas in mei dit jaar, nadat de prijs in vier maanden tijd met ruim een kwart was gekelderd van 22 dollar per vat tot onder de 16 dollar per vat, trok OPEC-voorzitter, de Algerijnse olieminister Sadek Boussena, de teugels wat strakker aan. Spoedoverleg in Geneve resulteerde in een 'vrijwillige intentieverklaring', een soort herenakkoord, om de produktie gezamenlijk met 1,445 miljoen vaten per dag te verminderen. Op dat moment procudeerde het kartel ruim anderhalf miljoen vaten per dag meer dan het plafond van 22 miljoen vaten per dag dat in november was afgesproken.

Alle dertien OPEC-lidstaten leverden 'vrijwillig' iets van hun produktie in de grote zowel als de kleinere producenten. De sterk overproducerende landen, Saoedi-Arabie, Koeweit en de VAE, namen het leeuwedeel van de produktievermindering voor hun rekening: respectievelijk met 430.000, 400.000 en 200.000 vaten per dag. De VAE die zich reeds in november openlijk van de produktieafspraak van 22 miljoen vaten per dag distantieerden, hielden ook in mei een slag om de arm. OPEC-veteraan, olieminister Mana Saeed Oteiba, wilde geen enkele garantie geven dat de VAE zich aan de intentieverklaring van mei zouden houden. De VAE en Koeweit haalden zich de gramschap op de hals van de kleinere producenten, die ook moesten inleveren. Zelfs Irak en Iran, die nog niet bij machte zijn hun produktiequota te halen, moesten met 20.000 vaten per dag terug. Iraks harde opstelling komt niet uit de licht vallen, Irak had gezien hoe lauw de markt reageerde op het OPEC-akkoord van mei. In juni kelderde de prijs van Noordzee Brent tot een voorlopig dieptepunt van 15,5 dollar per vat. De gemiddelde prijs van OPEC-oliesoorten schommelde een maand geleden zelfs rond 14 dollar per vat.

Onder invloed van Iraks wapengekletter trekken de prijzen nu sterk aan. Noordzee Brent deed gisteren 19,45 dollar per vat. Een door hordes journalisten belaagde Iraakse olieminister Al-Chalabi bevestigde gistermiddag bij aankomst in Geneve dat Bagdad mikt op een nieuwe OPEC-richtprijs van 25 dollar per vat. Wanneer de OPEC-leden de produktie-buikriem nog strakker aanhalen dan in mei was afgesproken, acht Bagdad zelfs een prijs van 30 dollar per vat niet uitgesloten.

Meer realistisch stelt Iran, dat opvallend maar niet onverwacht Irak bijvalt (beide landen willen hun door de oorlog geteisterde economie met verhoogde olie-opbrengsten weer snel op peil brengen), een richtpijs voor van 20 dollar per vat. Saoedi-Arabie, met een kwart van de totale OPEC-produktie de grootste producent, zou Iran in dit streven steunen. Besluit OPEC, zoals verwacht wordt, inderdaad tot verhoging van de richtprijs, dan doet de organisatie niet anders dan een door Irak geforceerde prijsontwikkeling op de wereldmarkt volgen. Ingewijden voorzien vooralsnog geen nieuwe produktieafspraken. Die zouden niet nodig zijn. Immers: De Golfstaten, behalve Koeweit ook de VAE en Saoedi-Arabie, houden zich sinds Iraks dreigement voorbeeldig aan de afgesproken produktiequota. Een nieuwe afspraak over totaal volume bovendien onnodig zijn omdat de vraag aantrekt in het komende kwartaal.

Onder invloed van Iraks krachtpatserij verschuift behalve de prijs van olie ook de machtsbalans binnen OPEC, zo constateren OPEC-kenners. Door recente olievondsten beschikt Irak nu over naar schatting 100 miljard vaten aan oliereserves. Dit is vijftien procent van het OPEC-totaal en 11,2 procent van alle wereldreserves tesamen waarmee Irak zich met Saoedi-Arabie en Iran tot de drie OPEC-leden mag rekenen met de grootste reserves.

Irak verdringt ook in ander opzicht Saoedi-Arabie, de VAE en Koeweit van de leidende posities als smaakmakers binnen OPEC. Saoedi-Arabie uit sinds kort, net als Irak, kritiek op het sjoemelen met de produktiequota door Koeweit en de VAE. Saoedi-Arabie, leider van de Gulf Cooperation Council, een regionale alliantie met Koeweit, de VAE, Qatar, Bahrein en Oman, wil bovendien, net als Irak en Iran, de olieprijs ijzelen.

Gevoegd bij de militair-strategisch belangwekkende stap van Saoedi-Arabie, dat begin dit jaar een niet-aanvalsverdrag sloot met Irak, lijken de verhoudingen binnen OPEC terug te keren naar de jaren zeventig. Ook toen maakten de drie grootste olieproducenten, Saoedi-Arabie, Iran en Irak binnen OPEC de dienst uit.