'Geliefde Saddam' speurt de vijanden van het Arabisme op

AMSTERDAM, 25 juli Elke avond opent het Iraakse televisie-journaal, ter meerdere voorlichting van zijn kijkers, met het lied: O Saddam, onze overwinnaar O Saddam, onze geliefde. Jij draagt de dageraad van de natie tussen jouw ogen.

Deze hartstochtelijke strofen zijn gewijd aan 'het Licht van Onze Dagen', 'de Ridder van het Arabisme', ofwel president Saddam Hussein, die volgens de plannen om Irak te moderniseren en te democratiseren nog dit jaar door zijn enthousiaste onderdanen als president-voor-het-leven zal worden gekozen. Saddam Hussein is een man met een grootse toekomstvisie die zichzelf vergelijkt met Nebukadnezar, de machtige Babylonische heerser die meer dan 2.500 jaar geleden de wereld deed huiveren. Ook Saddam streeft, zoals zijn illustere voorganger, naar een uitgestrekt imperium. Dat moet, conform de Ba'ath-ideologie, de ganse Arabische Natie omvatten van de Golf tot aan de Atlantische Oceaan.

Nog niet zo lang geleden toonde Saddam, met hulp van zijn vriend koning Hussein van Jordanie, aan dat hij regelrecht afstamt van de Profeet Mohammed. Waarmee hij eens temeer het bewijs leverde dat hij inderdaad de immense kwaliteiten heeft die het Iraakse staats- en partij-apparaat hem toedichten.

De 16 miljoen Iraakse staatsburgers en, met hen, vele miljoenen andere Arabieren dienen van al deze waarheden voortdurend doordrongen te zijn. Wie in Irak hoorbaar daaraan twijfelt kan er op rekenen dat hij, al dan niet na ernstige martelingen, zijn leven verliest. Dat loyaliteit een dure plicht is, hebben vorig jaar de deserteurs ervaren die voor de oorlog gevlucht waren en zich in de Majnoun-moerassen hadden verstopt. Toen de speurtocht naar hen te trage resultaten opleverde werden zij als bladluizen met gifgas uitgeroeid, zoals voor hen Koerdische burgers die niet snel genoeg de bevelen van de overheid hadden opgevolgd om hun woonplaatsen in het grensgebied voorgoed te verlaten.

Democratie? Toch hebben Saddams onderdanen, ondanks de aldus afgedwongen liefde die hen met hun Leider verbindt, het de laatste jaren steeds moeilijker gekregen. Tijdens de oorlog moesten zij patriottisch geduld koesteren en opofferingsgezind zijn. Maar daarna zou het leven veel beter worden, zo werd hun van overheidswege voortdurend voorgehouden. Op politiek gebied zou de democratie worden ingevoerd, op economisch gebied een eind komen aan de problemen van schaarste en duurte. Toen het gevaar dat 'de Perzische magiers' opleverden uiteindelijk was bezworen en aan de Golfoorlog met zijn verschrikkingen dank zij Saddams gifgassen een eind was gekomen verwachtte iedereen dan ook een beter leven. Maar tot dusver is daarvan geen sprake.

Over democratie, de introductie van meer partijen en het toestaan van kritiek is de afgelopen maanden binnen de top veel gesproken. Maar op belediging van de president, de regerende Ba'ath-partij, de boven de regering staande Revolutionaire Commandoraad en het door de Ba'ath beheerste parlement staat nog steeds de doodstraf een afdoende garantie om alle retoriek over een opener en kritischer politiek klimaat in de kiem te smoren. Slechts een besluit werd genomen om stoom van de ketel te halen: het strikte verbod om naar het buitenland te reizen is opgeheven na de val van Nicolae Ceausescu in Roemenie. Toen stond trouwens de regering ook opeens extra voedselimporten toe ter waarde van 500 miljoen dollar, waarvoor in het staatsbudget geen voorzieningen waren getroffen. En een paar dagen geleden nam het parlement de suggestie van Saddam over om naast de Ba'ath-partij ook andere politieke partijen toe te laten. Hoe die partijen moeten opereren in de straffe dictatuur van Saddam Hussein is zelfs de indieners van het voorstel een raadsel.

Socialisme? De tijd dat Saddam zijn volk kanonnen plus boter kon verschaffen is al lang voorbij. De Iraakse dinar, die officieel meer dan zes gulden waard is, kan men op de zwarte markt voor nog geen vijftig cent kopen. Een ambtenaar met een universitaire opleiding die 150 dinar per maand verdient moet voor een bescheiden flat bijna twee derden van zijn salaris neertellen. De overheid heeft, door geldgebrek gedwongen, de subsidies op bijna alle levensmiddelen afgeschaft, met uitzondering van brood, thee, suiker en rijst. Alle overige produkten zijn dank zij een bloeiende zwarte markt onbetaalbaar geworden. En intussen wordt het leven steeds duurder. De argeloze bezoeker die in een luxehotel in Bagdad een glaasje sinaasappelsap bestelt mag daarvoor 45 gulden neerleggen.

Ook van het socialisme dat de Ba'ath-partij zo fier in haar vaandel voerde is weinig overgebleven. Fabrieken, landbouw- en dienstverlenende bedrijven, ziekenhuizen, ja zelfs universiteiten werden de afgelopen twee jaar geprivatiseerd. Kooplieden die hun geld naar het buitenland hadden gebracht, alsmede familieleden, vrienden en relaties van de machthebbers werden in de gelegenheid gesteld deze ondernemingen over te nemen. In vele gevallen konden invloedrijke politieke figuren participeren door de nieuwe eigenaren te dwingen hen als sleeping partners te accepteren, wat een gemakkelijke extra-bron van inkomsten garandeert. Tegelijkertijd werd de ambtenarij aanzienlijk ingekrompen omdat de staat domweg het geld niet had voor hun salarissen.

Nieuwe godsdienst

Door de nieuwe economische politiek werd niet alleen de kloof tussen arm en rijk aanzienlijk verbreed, maar ook de corruptie aangemoedigd. De gruwelijke oorlog en de politieke cultuur van naakt geweld die door Saddam en zijn Ba'ath-partij tot een nieuwe godsdienst werd verheven hebben wortel geschoten. Omkoperij en steekpenningen zijn, naarmate de middenklasse het steeds moeilijker kreeg, aanvaardbaar geworden. De armen hebben begrepen dat misdaad en geweld zinvol zijn en de enige manier om te overleven. Het aantal gewapende overvallen is dan ook dramatisch toegenomen. Ook prostitutie, vroeger eigenlijk alleen maar door buitenlandse vrouwen bedreven, wordt thans niet langer door Iraakse vrouwen als bron van inkomsten geschuwd. De nieuwe klasse van rijken kan alles wat hun hart begeert importeren. Dat is de zwarte markt zeer ten goede gekomen en zorgde voor een bloeiende inflatie, die volgens de optimisten 25 procent en volgens de pessimisten 40 procent per jaar bedraagt. Aangezien Saddam in het kader van de privatisering meteen ook de vakbonden afschafte kunnen werknemers geen salariseisen stellen als hun koopkracht achteruit holt.

De werkelijke oorzaken van al deze sociaal-economische problemen zijn onbespreekbaar; dat staat de dictatuur niet toe. Zelfs in allerhoogste kring vindt men het te riskant om zijn werkelijke mening te geven. De politieke spanningen die daarvan het gevolg zijn kunnen dus niet gekanaliseerd worden. Echte en vermeende komplotten zijn hiervan het gevolg, evenals de iets te veelvuldige verkeers- en vliegtuigongelukken waarbij hoge officieren de dood vinden.

In zo'n drukkende situatie kan een serie buitenlandse bedreigingen uitkomst brengen. En inderdaad: de afgelopen maanden hebben die buitenlandse vijanden de Verenigde Staten, Groot-Brittannie, het hele Westen, Israel, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten zich aangediend. Saddam heeft hun pogingen om Irak en de Arabische Natie te ondermijnen bijtijds ontdekt.

Deel 2 van eenserie over de crisis tussen Irak en zijn Arabische buren. Het eerste verhaal verscheen gisteren.