'Geen spoor van Oekraiens goud in Bank of England'

LONDEN/ GENEVE, 25 juli Functionarissen van de Britse centrale bank hebben in de archieven geen spoor kunnen vinden van het goud uit de Oekraine. Op een persconferentie gisteren in Geneve zei de Oekraiense ambassadeur bij de Verenigde Naties, Gennady Oudovenko: 'Laat niemand denken dat dit een legende is. Dat is het niet, het is echt'.

Volgens hem beschikt de Britse regering over de documenten. Op de vraag hoeveel goud aan Londen in bewaring was gegeven, zei Oudovenko: 'We zijn bang u dat te vertellen, omdat we Hare Majesteits regering niet in verlegenheid willen brengen'. Maandag verklaarde een lid van het Oekraiense parlement dat het goud er al 270 jaar moest liggen en dat het nu, inclusief opgelopen rente en de stijging van de goudprijs, een waarde heeft van omgerekend 56 biljoen gulden. Gisteren verklaarde John Matheson, woordvoerder van de Britse centrale bank, dat 'met zekere opluchting' is vastgesteld dat de bank dat enorme bedrag niet schuldig is. Een andere bron bij de Bank zei dat het verhaal over de rente onzin is, omdat goud niet rentedragend is.

Het goud zou destijds aan Oekraine zijn nagelaten door de Oekraiense militaire leider kolonel Pavel Polubotok. Hij zou het goud naar Engeland hebben verscheept, vlak voor hij afreisde naar Petersburg voor onderhandelingen over een vrij Oekraine met tsaar Peter de Grote. Hij werd onmiddellijk door Peter de Grote in het gevang gezet, waar hij in 1723 overleed.

De Britse centrale bank heeft geen officieel verzoek ontvangen om te zoeken naar het goud, maar de bank was kennelijk wel zo geschrokken van het bedrag dat ze maar besloot om de archieven te doorzoeken. Ook het Oekraiense parlementslid dat de zaak in het openbaar heeft gebracht was geschrokken van de publicaties over de zaak. Het parlementslid had zijn informatie uit een Oekraiens emigrantenblad.

De Bank of England, die tot 1946 een particuliere bank was, bezit in elk geval wel zeven ton goud uit Albanie. Het goud was in de oorlog door de Duitsers geroofd en vervolgens geconfiskeerd door de geallieerden. Nadat twee schepen van de Royal Navy in 1946 op mijnen liepen voor de kust van Albanie en Albanie weigerde de schade te betalen, nam de Bank het goud in beslag. (Reuter, DPA, AFP, AP)