DE WINTI-ECONOMIE VAN SURINAME; Zwarte valutahandelstimuleert illegale en criminele circuit

Paramaribo beseft eindelijk dat voor de genezing van de verziekte economie een medicijnman nodig is. Mogelijk komt de wonderdokter ditmaal uit Brussel. Na acht jaar wanbeleid door de militairen en besluiteloosheid van de daarop volgende burgerregering kan alleen een krachtig aanpassingsprogramma Suriname uit de ellende halen.

Voor wie de wegen kent en de mogelijkheden heeft, biedt de Surinaamse valutamarkt ongekende mogelijkheden. Enkele slimme parlementsleden slaagden er onlangs in zich gratis een nieuwe automobiel aan te schaffen, zij ontvingen een overheidslening van 12.000 dollar. Sommigen kochten een auto van slechts 9.000 dollar en verkochten de resterende 3.000 dollar op de zwarte markt. Tegen een koers van 1: 15 levert dat een bedrag op van 45.000 Surinaamse gulden. Voor wie het niet helemaal begrijpt: voor de aflossing van de overheidslening was tegen de officiele koers van 1,80 Surinaamse gulden per dollar een bedrag nodig van 21.600 Surinaamse gulden en voor invoerrechten en kosten eenzelfde som. Tel uit je winst. Voor wie zich misschien verbaast over de overvolle vluchten van Zanderij naar Schiphol: reizen naar het buitenland hoeft voor Surinamers in financieel opzicht geen enkel probleem te zijn. Men leent eenvoudigweg 250 Nederlandse gulden via een Surinaamse geldwisselaar in Den Haag of Rotterdam. Op de zwarte markt van Paramaribo levert dat minstens 2000 Surinaamse gulden op, ruim voldoende voor een retourticket van 1600 Surinaamse gulden. Op vertoon van visum en ticket krijgt de Surinaamse reiziger (een keer per jaar) bij de bank voor 320 Surinaamse gulden tegen de officiele koers een bedrag van 355 gulden. Na aflossing van de schuld blijft er dan nog een aardige som over. Acht jaar wanbeleid door de militaire dictatuur van Bouterse en de tijdelijke opschorting van de Nederlandse hulp na de December-moorden in 1982 hebben Suriname een Winti-economie bezorgd waarin alleen nog de zwarte markt floreert. De besluiteloosheid van de burgerregering die na verkiezingen eind 1987 de macht van de militairen overnam, heeft de economische ellende nog verergerd. Alleen een krachtig herstel- en aanpassingprogramma - waarvoor Suriname inmiddels de hulp van de Europese Gemeenschap heeft ingeroepen - kan nog baten.

Macaber record

De volledig uit het lood geslagen overheidsfinancien vormen de kern van het probleem. Het budgettekort lag vorig jaar met 401 miljoen Surinaamse gulden op zo'n 25 procent. Suriname is daarmee in het bezit van een macaber wereldrecord. De tekorten van vele honderden miljoenen zijn de afgelopen jaren steeds monetair gefinancierd. Met andere woorden: de bankbiljettenpers maakte overuren. De binnenlandse geldhoeveelheid liep vorig jaar op tot ruim 2,2 miljard Surinaamse gulden. De liquiditeitsquote (de geldhoeveelheid als percentage van het nationaal inkomen) bereikte in de volledig losgeslagen economie voor het eerst de honderd procent. Bij gezonde economische verhoudingen schommelt de quote rond de twintig procent. De enorme overliquiditeit heeft geleid tot een forse stijging van de consumptieve vraag en dus ook van de prijzen. Vooral het prijsniveau van importgoederen is tot ongekende hoogte gestegen. Een glas Cola kost tien tot vijftien gulden. Voor een nieuwe middenklasse auto moet men al gauw een paar ton uittrekken, althans degene die niet langs officiele weg aan deviezen kan komen. En dat zijn de meeste Surinamers die niet over goede partij-politieke connecties beschikken.

Volgens niet-officiele schattingen zijn de prijzen voor goederen op de zwarte markt de afgelopen vier jaar met 700 procent gestegen. Daar stond een loonstijging van nauwelijks vijftig procent tegenover. De verklaring is simpel: de overliquiditeit heeft zich ook op de buitenlandse goederen gericht met als gevolg een enorme deviezenschaarste. Officieel is de koersverhouding tussen de Surinaamse en Nederlandse gulden nog altijd een op een. Op de parallelmarkt brengt een Nederlandse gulden al gauw acht tot negen Surinaamse gulden op. Alleen voor enkele eerste levensbehoeften hanteert de Surinaamse overheid de officiele koers. Zij heeft de zwarte valutahandel tijdelijk gelegaliseerd om de goederenvoorziening nog enigszins op peil te houden. Wie goederen wil importeren kan voor de benodigde deviezen terecht bij een valutahandelaar die over Nederlandse gulden of dollars beschikt. Het doet in het geheel niet ter zake hoe de valutahandelaar aan de deviezen komt. Dat deze handel die in Suriname bekend is onder de term EA (eigen aanbreng), het illegale en criminele circuit sterk stimuleert, zal ook voor niet-economen geen verrassing zijn. De importeur mag de parallelkoers van via de EA-handel verkregen goederen doorberekenen in zijn prijzen. De deviezenschaarste heeft de produktiecapaciteit van de Surinaamse economie uitgehold. Bedrijven die voor hun produktie sterk afhankelijk zijn van de import van kapitaalgoederen en grondstoffen, staan aan de rand van de afgrond of hebben de poorten reeds gesloten.

Rattenplaag

Illustratief is de toestand bij de Stichting Machinale Landbouw (SML) in Wageningen - ooit met Nederlands ontwikkelingsgeld opgezet als een modelbedrijf in de rijstsector. Van de 10.000 beschikbare hectare (eenvijfde van het totale rijstareaal in Suriname) is nog maar 4000 in cultuur. De rijstproduktie liep de afgelopen tien jaar terug van 40.000 tot 17.000 ton. 'De belangrijkste oorzaak is het gebrek aan landbewerkingsmachines', zegt onderdirecteur T. Huijts. 'Sinds dit voorjaar is een van de drie pompgemalen uitgevallen waardoor de irrigatiecapaciteit onvoldoende is. Doordat niet het gehele areaal kan worden bewerkt, heeft zich bovendien in de dammen een rattenplaag ontwikkeld. Dat kost ons een halve ton per hectare aan rijstopbrengst. 'Het rijstverwerkingsbedrijf van SML kan volgens de 40-jarige Nederlandse landbouwingenieur alleen met kunst- en vliegwerk enigszins draaiend worden gehouden. SML kan een deel van de hele rijstsector die het toch al moeilijk heeft, in de val meeslepen want het bedrijf produceert zaad voor veel rijstboeren. Onlangs deed het Wageningse rijstbedrijf zijn reputatie eer aan door voor het eerst sinds elf jaar een nieuw rijstras te ontwikkelen met een meeropbrengst van 300 kilo per hectare.

Maakte SML aan het begin van de jaren tachtig nog een winst van een a twee miljoen, nu moet de Surinaamse overheid elk jaar vijf tot tien miljoen bijpassen in de exploitatiereking van dit overheidsbedrijf. De deviezenschaarste belast zo ook nog het overheidsbudget.

Het bananenbedrijf Surland dat een afnemerscontract heeft met het wereldconcern Fyffes, verkeert in soortgelijke problemen. De jaarlijkse waarde van de export is tien miljoen dollar, wat dit overheidsbedrijf tegen de officiele koers van 1,77 ruim 17 miljoen Surinaamse gulden oplevert. De kosten voor importen moet Surland afrekenen tegen de parallelkoers van 1: 15. Het bananenbedrijf is dan ook allengs verliesgevend geworden en er moet nu elk jaar tien miljoen Surinaamse gulden bij.

Bauxiet

Een van de weinige sectoren die goed draaien, is de bauxiet-industrie die meer dan tachtig procent van Suriname's export uitmaakt. Door een sterke opleving van de wereldmarkt van aluinaarde en aluminium steeg vorig jaar de exportwaarde met meer dan de helft tot bijna 900 miljoen Surinaamse gulden. Louter als gevolg van de bloei in de bauxietindustrie kende Suriname sinds l988 na jaren van achteruitgang weer een kleine economische groei. Het is tegelijkertijd een illustratie van de eenzijdigheid van de Surinaamse economie.

De bauxietmaatschappijen Suralco en Billiton hebben het voordeel dat zij hun eigen deviezenbehoefte kunnen dekken. De rijst- en bananenbedrijven mogen weliswaar een bepaald percentage van de verdiende deviezen behouden maar dat is onvoldoende voor de eigen bedrijfsvoering. Bovendien houdt de overheid niet altijd de hand aan de afgesproken percentages. Deviezentoewijzingen worden in Suriname nu eenmaal niet alleen economisch bepaald. Zo kon het gebeuren dat de margarinefabriek in Paramaribo geen deviezen kreeg voor de aankoop van grondstoffen waardoor een plaatselijke EA-handelaar van de schaarste kon profiteren door voor veel geld blikjes margarine uit het buitenland te verkopen.

Eerste prioriteit van de sanering van de Surinaamse economie is de vermindering van het financieringstekort. Volgens een voorlopig voorstel van een team EG-deskundigen dat onlangs Suriname bezocht, dient het overheidstekort in vier jaar tot vrijwel nul te worden teruggebracht. Bankier en werkgeversvoorzitter drs. A. J. Brahim ziet een aantal mogelijkheden om een begin te maken met het realiseren van die doelstelling. Hij maakt ook deel uit van de stuurgroep die de EG-missie begeleidt. 'Subsidies kun je verminderen door ze meer op speciale groepen en individuen te richten. De bedrijfssubsidies kunnen wat mij betreft worden afgeschaft.'

Verder zou volgens hem de vermogensbelasting - die nu nauwelijks naam mag hebben - kunnen worden verhoogd.

Black Label

Ook de indirecte belastingen komen voor een forse verhoging in aanmerking. Een liter benzine kost in Suriname niet meer dan een gulden en de favoriete Black Label whisky is in Paramaribo nog altijd goedkoper dan in de Taxfree-shop op Schiphol. Door een verbetering van de belastinginning zijn de overheidsinkomsten vorig jaar al met enkele tientallen miljoenen gestegen. Volgens de officiele gegevens van de minister van financien heeft dit in 1989 geleid tot een lichte daling van het budgettekort. Het tekortpercentage is volgens EG-deskundigen echter onzeker, omdat de cijfermatige gegevens over de economie onbetrouwbaar zijn. Zo is de omvang van de EA-handel en de uit Nederland afkomstige particuliere levensmiddelenpakketten onduidelijk. Het nationaal inkomen kan daarom 1,5 miljard maar evengoed bijna 2 miljard Surinaamse gulden bedragen. Reden waarom ook een verbetering van de statistische gegevens onderdeel moet zijn van het aanpassingsprogramma. De verlaging van de overheidsuitgaven is de moeilijkste operatie, want dat betekent een inkrimping van het door politieke patronage uitgedijde ambtenarenapparaat van naar schatting 45.000 personen, ruim vijftig procent van de actieve beroepsbevolking. Brahim: 'Het is haast onmogelijk omdat er in Suriname gaan alternatieve werkgelegenheid is.'

Die werkgelegenheid kan pas worden gecreeerd als Nederland met projecthulp voor de produktieve sectoren over de brug komt. Maar die hulp wordt door Nederland nu juist afhankelijk gesteld van een economisch aanpassingsprogram.

Minister van financien S. Mungra roomde dit jaar 400 miljoen aan liquiditeiten af door voor het eerst in twintig jaar een obligatielening te plaatsen. De interesse voor de vijf-jarige lening tegen zes procent was groot, want al jarenlang liggen honderden miljoenen gulden renteloos bij de banken door het ontbreken van rendabele investeringmogelijkheden. De overliquiditeit kan lang niet helemaal door obligaties uit de markt worden gehaald. Een groot deel van de liquiditeitenmassa blijft circuleren in de uiterst lucratieve parallelmarkt. Bovendien kan de Surinaamse gulden door een nog steeds onzekere economische situatie beter in goederen dan in obligaties met vaste nominale waarde worden belegd.

Devaluatie

De EG-deskundigen vinden dat een extra argument om op korte termijn de wisselkoers aan te pakken. Volgens Brahim zou de officiele koers van de Surinaamse gulden iets onder het niveau van de parallelle koers moeten worden vastgesteld: dat komt neer op een forse devaluatie. Dit leidt tot een verbetering van de bedrijfsresultaten in de exportsector, omdat dan ook de afzet tegen de nieuwe koers kan worden verrekend. Brahim meent dat voor de bauxietsector de huidige officiele koers kan blijven gelden. 'De bedrijven draaien zo goed dat ze het niet nodig hebben'.

Na de devaluatie valt een aanzienlijke stijging te voorzien van overheidsinkomsten uit invoerrechten omdat over een veel groter bedrag kan worden geheven. De zwarte handel zal geleidelijk afnemen. Voor Nederland een belangrijk argument omdat dan ook de kans afneemt dat met hulpgelden gestimuleerde produktie naar het illegale circuit weglekt. De winstmarges van de valutahandel (25 tot 30 procent) verdwijnen, wat na enige tijd leidt tot een verlaging van het prijsniveau van een hele reeks goederen die nu op de EA-markt worden verhandeld. Van een aantal primaire levensbehoeften zullen de prijzen wel stijgen. De negatieve sociale gevolgen hiervan waren voor Suriname de belangrijkste aanleiding bij de EG aan te kloppen. Brussel houdt meer rekening met de sociale dimensie van een aanpassingsprogram dan het IMF in Washington. Dat voor de genezing van een Winti-economie hoe dan ook een obiaman (Surinaamse medicijnman) gewenst is lijkt men in Paramaribo eindelijk te beseffen.