Cultuuroffensief Frankrijk om Oost-Europa te veroveren

PARIJS, 25 juli Sinds kort zendt de Bulgaarse televisie twee uur Franse les per dag uit. Dat is een van de resultaten van een grootscheeps offensief van Frankrijk om het opengebroken Oost-Europa cultureel te veroveren. Eind april maakte de Franse regering haar 'Actieplan voor Centraal en Oosteuropa' bekend en verhoogde de subsidie voor deze vorm van export naar deze streken van 120 miljoen frans naar 320 miljoen franc (zeventig miljoen gulden) per jaar. De eerste resultaten worden al zichtbaar.

De totale Franse begroting voor cultuurexport, gecoordineerd door het ministerie van buitenlandse zaken, bedraagt 7,5 miljard francs (2,5 miljard gulden). Ter vergelijking: het budget van het Nederlandse ministerie van Onderwijs en Wetenschap voor de export van Nederlandse cultuur bedraagt acht miljoen gulden. En uit die pot moet de hele wereld bediend worden. Frankrijk is plotseling zeer actief geworden in Rusland en Oost-Europa. Staatssecretaris Thierry de Beauce (onafhankelijk) verklaart in een kort vraaggesprek: 'We hebben onze aanwezigheid veertig jaar lang verwaarloosd: we hebben wat in te halen.'

Het gesprek vindt plaats in een vleugel van de Quai d'Orsay, die als zijn departement fungeert. Een half uur lang moeten we op de gang wachten, waar Louis-Philippe vanuit zijn schilderijlijst geamuseerd op ons neerkijkt. De Beauce is moe, hij komt net uit het Midden-Oosten. De Franse cultuur vindt overal haar afzet. 'De vraag uit Oost-Europa is formidabel, 'zegt De Beauce. 'Die landen willen niet alleen aangewezen zijn op Duitsland.'

Dat komt Frankrijk goed uit want, schrijft Thierry de Beauce in de Perspectives '90, een soort jaarverslag van zijn departement: 'Er bestaat geen tegenstelling tussen cultuur en industrie, in beide gevallen gaat het om een sophisticated antwoord op de behoeften van de postindustriele maatschappij. Niets is esthetischer, cartesiaanser, rijker aan licht en vrijheid dan de ruimte, de snelheid, de lichtheid en de kleinheid: even zovele technologieen die niet ophouden het Franse genie te onthullen.'

De Beauce ziet er enigszins uit zoals hij schrijft: plechtstatig. We vragen hem nogmaals: gaan cultuur en economie samen? 'Uiteraard staat het culturele imago los van het economische. Maar de meest in het oog springende realiteit van Oost-Europa is de economische. Frankrijks imago is cultureel, dat is een voordeel. In Polen mogen ze van mij Frans leren om Victor Hugo te lezen, maar jongeren mogen van mij ook Frans leren om op een computer te werken'. De snelheid waarmee de Franse regering haar plannen en geld op tafel heeft gelegd om het oosten te veroveren is indrukwekkend. De eerste frontstrijder is al op zijn post: Jacques Attali, de nieuwe directeur van de Bank voor de wederopbouw en ontwikkeling van Oost-Europa. De bedoelingen van Parijs worden niet verhuld: 'Onze actieplan moet de uitbreiding van onze economische relaties stimuleren.'

En: 'De introductie van de vrije markt is voor ons land een kans die we moeten grijpen.' Dit uitgangspunt betekent dat Frankrijk, zo staat te lezen in het actieplan, meer taallessen gaat geven, beurzen zal verstrekken, gratis programma's van TV5 ter beschikking stelt, nieuwe centra van de Alliance Francaise zal openen, bibliotheken en cultuurcentra zal stichten, orkesten en balletgroepen uitstuurt en overal economische uitkijkposten zal oprichten. Een ambitieus programma. De Beauce: 'De Oosteuropese landen hebben de neiging op zichzelf terug te vallen, oude ruzies uit te vechten, zich te concentreren op het probleem van de minderheden. Cultuur is het snelste en effectiefste middel om de landen van Oost-Europa aan Europa te verankeren.' In het Franse actieplan zitten originele initiatieven. Via de televisiesatelliet krijgen Tsjechische universiteiten wetenschappelijke programma's toegestuurd. Zendtijd en paraboolontvangers komen voor rekening van de Fransen. 'Dat is niet duur, 'zegt De Beauce. 'Een parabool heb je al voor tienduizend franc.' Uit Polen komen in drie jaar tijd 1500 bestuurders stages lopen bij Franse prefecturen om het locale bestuur te begrijpen. Tijdens het bezoek van Gorbatsjov dit voorjaar werd afgesproken dat zesduizend Russen naar Frankrijk mogen komen om geschoold te worden in management. In het kader van het programma Diderot zal Frankrijk ook de herscholing van twaalf Russische sociologen in Frankrijk betalen. In Georgie, de Oekraine en de Baltische staten worden nieuwe Alliances Francaises opgericht. De staatssecretaris verwacht ook dat het nieuwe culturele centrum in Moskou, waarvan de bouw volgens hem vooral door de Russische bureaucratie werd vertraagd, snel geopend kan worden. Nieuwe culturele centra komen verder in Sofia, Bratislava, Leipzig, Dresden en wellicht in Kief.

De actie van de Fransen wordt vergemakkelijkt door het feit dat ze al een sterke, effectieve organisatie hebben. Frankrijk heeft over de wereld 170 culturele centra, waarvan vijftien puur wetenschappelijk, duizend Alliances francaises, 21 onderzoeksinstituten en betaalt vierhonderd Franse scholen in 116 landen. Bij elkaar volgen over de hele wereld bijna een half miljoen vreemdelingen Franse lessen of genieten van de Franse cultuur.

De Franse diplomaten kennen Oost-Europa goed. De Beauce vertelt dat de leraren Russisch in ettelijke Oosteuropese landen tot de beste leerkrachten behoren. 'Nu Russisch als vak niet meer verplicht is scholen wij hen in het Frans. Zo zijn zij de effectiefste instrumenten van de export van Franse cultuur.'

De vraag die nu rest, is of na de Franse taal ook de Camembert zijn weg naar het Oostblok vindt. Voorlopig constateren de statistieken 'malheureusement' vooral een daling van de uitvoer.