BIOLOGISCH BOEREN BIEDT PERSPECTIEF

In de marge van de gangbare, sterk geindustrialiseerde landbouw ontwikkelt zich al enkele jaren een alternatief, de biologischelandbouw. Onbespoten is niet meer identiek met geitewollen sokken. Steeds meer 'gangbare' boeren wagen de overstap.

Een schip met goud levert het niet op, zegt een van hen, maar de inkomsten zijn niet veel slechter dan op het gangbare boerenbedrijf. En de vooruitzichten zijn gunstig. Steeds meer consumenten zijn bereid om wat meer te betalen voor gezonde produkten die op milieuvriendelijke wijze zijn geproduceerd. Wat dat betreft is de biologische landbouw een stuk meer marktgericht dan de gangbare landbouw.

Voor de meeste 'gangbare' boeren is de voornaamste reden om over te stappen de milieuvervuiling en de kosten die daarmee, naar verwachting, gemoeid zullen zijn. 'De druppel die voor mij de emmer deed overlopen was het bericht van een paar jaar geleden dat het bestrijdingsmiddel bentazon was aangetroffen in drinkwater. Toen heb ik besloten omaf te stappen van de gangbare wijze van produceren en over te stappen opbiologisch-dynamische landbouw', vertelt Henk Leenstra, akkerbouwer in Dronten en twee jaar geleden overgeschakeld op de biologisch-dynamische landbouw, na twintig jaar 'gangbaar' boeren.

Klaas de Lange, melkveehouder in het gehucht Nederland in de kop van Overijssel noemt eveneens de zorg om het milieu de voornaamste redenvoor zijn omschakeling. 'Je kunt natuurlijk anderen de schuld blijven geven maar als je zelf niets doet, gebeurt er niks aan de milieuproblemen.' De biologisch-dynamische landbouw ontstond aan het begin van deze eeuw en is gebaseerd op de antroposofie van Rudolf Steiner. In de praktijk betekent het dat BD-boeren zich houden aan een zaaikalender omdat er van de stand van de hemellichamen een nog onbekende invloed uitgaat op gewassen. Kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen zijn taboe, maar BD-boeren maken wel gebruik van preparaten zoals gesteentemeel. Dierlijke mest wordt opgebracht in combinatie met stro, waardoor - althans volgens de BD-filosofie - minder meststoffen uitspoelen.

De ecologische landbouw bestaat pas formeel sinds halverwege de jaren tachtig. Ook EKO-boeren houden chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest buiten de deur. Dierlijke mest wordt op dezelfde manier opgebracht als in de gangbare landbouw, alleen in kleinere hoeveelheden.

Vruchtwisseling

Biologisch-dynamisch akkerbouwer Leenstra teelt de in de akkerbouw gangbare gewassen suikerbieten, aardappelen en granen en daarnaast erwten en uien. Hij hanteert een vruchtwisseling van een opzes. Dat betekent dat hij op een bepaald perceel slechts eenmaal in de zes jaar hetzelfde gewas teelt. In de gangbare landbouw is dat een op vier. Naast de al genoemde gewassen teelt Leenstra ook luzerne enkorrelmais. De laatste twee gewassen dienen als voer voor zijn dertig Limousin-zoogkoeien (een smakelijk vleesras, dat niet gemolken hoeftte worden) die 's zomers worden geweid in een natuurgebied nabij de Oostvaardersplassen. 's Winters staan de beesten in een 'ouderwetse' potstal en fungeren zij als leverancier van mest. Klaas de Lange heeft een bedrijf van veertig hectare. Zijn veestapeltelt zestig koeien, waarmee hij een veebezetting heeft van 1,5 per hectare. Die lage veebezetting is een van de essentiele elementen in de ecologische veehouderij. De veestapel bestaat uit Holsteiners, gehouden vanwege hun hoge melkproduktie. De produktie per koe ligt ruim boven de 6000 liter waarmee De Lange zelfs iets boven het gemiddelde in de gangbare landbouw zit.

De Lange gebruikt geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen. De mest van de koeien rijdt hij uit over het land. De vaste mest levert de stikstof; de gier levert de noodzakelijke fosfaat en kali. Het gebruik van krachtvoer probeert hij zoveel mogelijk te verminderen. 'Koeienzijn vreters van ruwvoer; met veel krachtvoer maak je er melkautomaten van.'

Door meer ruwvoer bespaart hij, naar zijn zeggen, ook op de kosten van de veearts, omdat de beesten gezonder zijn. Water aan krachtvoer binnenkomt is afkomstig van een biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf.

Vakmanschap

Zowel Leenstra als De Lange vinden dat biologisch boeren een veel grotere uitdaging is voor het vakmanschap van de boer dan de gangbare landbouw. De Lange: 'Je bent continu bezig met kijken en studeren op wegen om het beter te doen. Vroeger zat je veel meer vast aan automatismen; tegenwoordig probeer ik allerlei dingen uit om te kijken hoe het werkt.' Ook Leenstra experimenteert. Dit jaar teelt hij bij voorbeeld vier verschillende tarwerassen door elkaar. De vatbaarheid voor ziekten en plagen van die rassen is verschillend. Het door elkaar telen ervan voorkomt dat een ziekte of plaag als een storm door het gewas gaat. Leenstra: 'Het is gewoon heel spannend om te zien hoe zo'n experiment uitpakt.' Tot voor kort werden biologische boeren versleten voor dwaze idealisten maar hoe groter de problemen in de gangbare landbouw worden, hoe meer boeren belangstelling krijgen voor de 'alternatieve' landbouwmethoden. De prijzen in de gangbare landbouw, vooral in de akkerbouw, staan sterk onder druk. Veel boeren worden aangetrokken door de hogere prijzen die worden betaald voor biologisch-dynamische en ecologische produkten. Die liggen veertig tot honderd procent hoger dan de prijzen in de gangbare landbouw. Daar staat tegenover dat de opbrengsten gemiddeld ook flink wat lager liggen. Bovendien moet de biologische boer meer uren maken.

Uit een rapport van het Landbouw Economische Instituut (LEI), dat onlangs verscheen, blijkt desondanks dat de ecologische melkveehouderij en de biologisch-dynamische akkerbouw uitzicht bieden op een inkomen dat weinig of niets onderdoet voor het inkomen van een gangbare veehouder respectievelijk akkerbouwer. In de teelt van vollegrondsgroenten is echter nog armoe troef.

Afzet

Cruciaal voor de ontwikkeling van de biologische landbouw is de afzet van de produkten. Als een ecologisch melkveehouder zijn melk bij een gewone cooperatie moet inleveren, houdt hij weinig geld over. Als de melk als ecologische melk verkocht kan worden, waarmee de prijs voor de consument een stuk hoger wordt, dan krijgen ook de boeren een hogere prijs en hoeven ze weinig of niets in te leveren. Melkveehouder Klaas de Lange bij voorbeeld is samen met vijftien andere ecologische melkveehouders eigenaar van de Ecologische Zuivel Cooperatie. Die verwerkt circa 4,5 miljoen liter ecomelk onder het merk Ekonu tot consumptiemelk, yoghurt, karnemelk en vooral ecologische kaas. De cooperatie betaalt per liter geleverde melk vijf cent meer uit dan de gangbare prijs. Bovendien krijgen de boeren/eigenaars een deel van de winst. BD-akkerbouwer Leenstra kan eveneens het merendeel van zijn produkten afzetten via de BD-kanalen. Daarom is ook hij er niet op achteruit gegaan in inkomen. De opbrengst per hectare ligt, zo schat hij, een kwart lager dan toen hij gangbaar teelde maar de prijs voor de produkten is veel hoger. Leenstra krijgt tweemaal zoveel voor zijn tarwe als voor 'gangbare' tarwe. De aardappelprijs is veertig procent hoger dan de reguliere aardappelprijs. De suikerbieten gaan gewoon naar de suikerfabriek en die betaalt geen cent meer voor biologisch-dynamische bieten.

Uit het onderzoek van het LEI blijkt dat maximaal een procent van de consumenten behoort tot de 'zware' gebruikers van biologisch-dynamische en ecologische produkten. Drie tot vier procent van de consumenten koopt weleens een BD-of EKO-produkt. Voor melkveehouder De Lange is de afzet van biologische produkten de 'bottle-neck' in het verhaal van de biologische landbouw.

De Lange: 'De gewone consument komt niet in een alternatief winkeltje, wel in de supermarkt. Als je je produkt op wat grotere schaal wilt afzetten, moet het daar op het schap staan.' De prijs van bij voorbeeld een liter volle ecologische melk is met 1,99 gulden flink wat hoger dan die van gangbare melk. Door gerichte voorlichting aan de consument zal deze, zo meent De Lange, wel over dat prijsverschil heenstappen. Dan moet die consument natuurlijk wel zeker weten dat hij biologische produkten koopt en geen dure gangbare produkten. Akkerbouwer Leenstra vindt dan ook dat biologische produkten herkenbaar op de markt moeten komen. Op dit moment moeten keurmerken de consument garanderen dat hij (of zij) een biologisch geteeld produkt koopt. Er zijn er vier: Demeter is een keurmerk voor produkten afkomstig van een bedrijf dat nog aan het omschakelen is van gangbaar naar biologisch-dynamisch; Biodyn is het keurmerk voor produkten van echte BD-bedrijven en EKO is een keurmerk voor ecologisch geteelde produkten; SKAL is een overkoepelend keurmerk.

Dat de consument enigszins in verwarring raakt van al die keurmerken is niet verwonderlijk. Temeer omdat, aldus Leenstra, produkten uit de gangbare landbouw ook steeds vaker worden verkocht met aanprijzingen als 'boerenland', 'biologisch' en 'gezond' om nog maar niet te spreken van het oprukken van de kleur groen op verpakkingen.

Perspectief

Biedt de biologische landbouw werkelijk een perspectief voor de veelgeplaagde Nederlandse landbouw? Daarover zijn de meningen verdeeld. Veehouder De Lange en akkerbouwer Leenstra verdienen er een leuke boterham aan maar dat geldt zeker niet voor alle biologische boeren. Voor een groot deel van hen is het 'armoe troef'. De toekomst van de biologische landbouw staat of valt, zo blijkt uit het LEI-rapport, met de bereidheid van de consument om meer te betalen voor biologisch geteelde produkten. Als de distributie en afzet beter wordt georganiseerd kan die prijs wel omlaag, maar desondanks zal een biologisch geteeld produkt altijd duurder zijn dan een gangbaar produkt. De redenering daarachter is, dat de kosten die de gangbare landbouw afwentelt op milieu en toekomst bij biologische landbouw in de prijs van het produkt zitten opgesloten.

Adviesbureau Berenschot heeft trachten te achterhalen wat de gevolgen zouden zijn van een complete omschakeling van de Nederlandse landbouw op biologisch dynamische methoden. Dat deed het in opdracht van het antroposofische tijdschrift Jonas en de eveneens antroposofische Triodosbank. De laatste introduceerde onlangs samen met de NMB en Bank Mees en Hope het Biogrond Beleggingsfonds voor beleggers in biologische beteelde gronden.

De conclusie van Berenschot, overigens op basis van een zeer globale benadering, is dat het gebruik van biologisch-dynamische landbouwmethoden een forse vermindering van de produktiewaarde van de landbouw betekent. Van 32 miljard gulden per jaar nu tot 19 miljard bij een volledig biologisch-dynamische landbouw. Nederland verliest daarmee vrijwel zeker zijn tweede plaats op de wereldranglijst van voedselexporteurs.

Als we de kosten die nu worden afgewenteld op het milieu en/of op toekomstige generaties meerekenen is het, aldus D. Kalverkamp van Berenschot, macro-economisch gezien voordeliger om over te stappen op een totale BD-landbouw. Wat de consequenties daarvan zijn voor de verwerkende industrie heeft hij niet uitgerekend.

Het Berenschot-rapport is, ondanks de zwakke cijfermatige basis, omarmd door de milieubeweging. De Stichting Natuur en Milieu heeft een advies overgenomen van het Platform Biologische Landbouw waarin wordt voorgesteld om jaarlijks 65 miljoen uit te trekken voor de ontwikkeling van biologische landbouw. Over tien jaar zou 200.000 hectare, tien procent van het huidige landbouwareaal, gebruikt moeten worden voor hetzij BD-, hetzij EKO-landbouw.

    • Joost van Kasteren