Ambachtelijk bier vloeit van smaak- naar volumedrinker

Een enkele warme zomer daargelaten is het pilsverbruik per hoofd de laatste tien jaar nauwelijks meer gestegen. Het afgelopen jaar was er zelfs sprake van een lichte daling. Jarenlang hebben de biergiganten ons wijsgemaakt dat er maar een biertje bestaat: pils. In het dagelijks gebruik zijn de woorden haast inwisselbaar geworden. Maar sinds de Belgische bieren ons land binnenschuimen wordt de consument zich er van bewust, dat pilsener slechts een van de vele biersoorten is. En de lekkerste biertjes komen al lang niet meer alleen uit Belgie, ook in ons land wordt met smaak 'ambachtelijk bier' gemaakt.

Van nog geen tiende procent is het marktaandeel in acht jaar gestegen naar twee procent. Sommige berekeningen komen zelfs uit op vier procent, maar daarin zijn de modieuze 'lights' meegeteld, het magere pilsje voor probleemdrinkers die niet van frisdrank houden. Het is nog altijd niets vergeleken met Belgie, waar de speciaalbieren twintig procent van de markt bezetten. Maar daar is het een traditie, en hier lijkt het vooral een trend.

Zit er nog wel groei in de kleine bierbrouwerijen die in de jaren tachtig naam hebben gemaakt? 'Het gaat hartstikke hard', meldt Kees van Leent van brouwerij De Raaf in Heumen. Na een moeizame start, vijf jaar geleden, en een gestage groei van dertig procent per jaar verwacht hij nu zeker een verdubbeling van de omzet. De Raaf brouwt biologisch bier, wat zoveel betekent dat het mout wordt gewonnen uit onbespoten gerst.

Aureool

Maar het aureool van 'gezond en natuurlijk', dat rond het ambachtelijk gebrouwen bier hangt, wordt bestreden door de heer Dello van brouwerij De Ridder in Maastricht. 'Dat heeft niets met de werkelijkheid te maken. Grote brouwerijen hebben een goede kwaliteitsbegeleiding van het produkt. Dat kun je van de kleinere niet altijd zeggen. Dat de speciaaldrinker een sterke voorkeur heeft voor het kleinschalige is vooral een gevoelsmatige kwestie.'

De Ridder bestaat al anderhalve eeuw, maar richt zich pas sinds begin jaren tachtig op de nationale markt met een gestage groei van twintig procent per jaar. 'Het is een welvaartsverschijnsel', meent Dello, 'zelfs in de prive-sfeer worden soms al drie verschillende biersoorten aangeboden.'

Hij onderscheidt twee typen bierconsument: de volumedrinker en de smaakdrinker. Ze komen voor in alle lagen van de bevolking, maar het spreekt vanzelf dat de smaakdrinker zich het kleinschalige natuurzuivere biertje aanschaft. En dat gaat onwillekeurig gepaard met een zekere status, want wie wil nu graag worden uitgemaakt voor een ordinaire volumedrinker? Een Ridder, een Columbus of een Buorrenbier sla je niet in een keer achterover, daar neem je af en toe een ferme slok van. Na voorzichtig uitschenken in liefst een groot glas blijft het bezinksel achter in de fles, en de kenner kan dit als een aparte slok waarderen. Zelfs een geboren wijndrinker die niet dan bij hoge uitzondering een biertje drinkt, kan zo'n bokaal bekoren. Het smaakt, je proeft iets.

Het succesverhaal van het speciaalbier begint vaak in een schuur, zoals in de kleinste bierbrouwerij van Nederland in Uitwellingerga, waar met nadruk Frysk bier wordt gemaakt. Maar ondanks de groei overleven enkele de investeringen niet. De Noorderbierbrouwerij in Alkmaar, die als enige in Europa gemberbier maakte, heeft moeten sluiten. 'Je moet een paar miljoen hebben, of zesentwintig rechterhanden', zegt Joke Peterson van de Amsterdamse brouwerij 't IJ. Met vrienden en familie beschikten Joke en Kaspar voornamelijk over het laatste. Meer dan dertig badhokjes moesten worden afgebroken in het voormalige badhuis, dat een terp deelt met molen De Gooyer. Tijdens het weekeinde is het voorste gedeelte ingericht als proeflokaal, en daarmee geeft het echtpaar de laatste trend aan: de cafe-brouwerij. In Engeland en Duitsland een normaal verschijnsel, maar hier door de monocultuur van het pils vrijwel onbekend.

Er zouden volgens Toon van de Feek van de Arcense Stoombierbrouwerij tientallen plannen klaarliggen om in Nederland zo'n cafe-brouwerij op te zetten, maar ze lopen vaak stuk op de enorme financiele investering. Dat moet een geruststellende gedachte zijn voor de giganten, die moeiteloos voor een dergelijk miljoenenbedrag een reclamecampagne voeren.

Concurrent 'Wij maken veel te weinig bier om een serieuze concurrent te kunnen zijn voor de grote collega's', zegt Kees van Leent, 'daar liggen ze heus niet van wakker.' Maar ze houden er wel terdege rekening mee, meent Dello. 'Ze moeten wel. Grolsch en Heineken brengen nu ook aparte bieren op de markt, dat had je je tien jaar geleden absoluut niet kunnen voorstellen.'

De aandelen van zijn brouwerij zijn sinds enkele jaren ondergebracht bij Heineken en daarmee is De Ridder een volle dochter. De kleintjes worden gedoogd, zolang ze maar niet bijten. 'Ik maak me geen illusies', zegt Joke Peterson. 'Als puntje bij paaltje komt worden al die kleine brouwerijtjes gewoon opgekocht, net als vroeger met een bierfabrikant op de Brouwersgracht is gebeurd. Wij geven hooguit het sein dat het drinkgedrag verandert.' Foto Freddy Rikken/ NRC Handelsblad

    • Ann Bouwma