'Studente wist niet van activiteiten IRA-lid'

DEN HAAG, 24 juli De 19-jarige studente Ingrid H. die vorige week bij terugkomst uit Joegoslavie aan de grens bij Venlo werd aangehouden op verdenking van medewerking aan het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), moet worden vrijgelaten. Dat is het standpunt van de Roermondse advocaat van het meisje, mr. E. P. M. Geradts. Volgens de advocaat heeft het meisje voor de rechter-commissaris toegegeven dat zij een relatie heeft met een van de gearresteerde IRA-verdachten, S. Hick, en dat zij voor hem in Den Haag op haar naam een appartement heeft gehuurd. Zij wist niet van de activiteiten van Hick, die zij kende als Jim, evenmin dat hij lid is van de IRA, aldus de advocaat. De advocaat van Hick zegt desgevraagd dat zijn client alle betrekkingen met Ingrid H. ontkent.

De politie kwam op het spoor van het meisje door een brief die zij zelf naar verscheidene huizen van bewaring schreef nadat zij in de kranten had gelezen dat haar vriend, waar ze drie maanden een relatie mee had, was gearresteerd. Zij ondertekende de brief en gaf het adres van haar ouders als correspondentie-adres op. Toen de politie daar aankwam bleek ze op vakantie. De politie hield haar vorige week bij Venlo aan. 'Die brief is het beste bewijs dat zij van niets af wist. Dat is voor iemand die sociale geografie studeert misschien wat wereldvreemd, maar het is geen reden om iemand vast te houden', aldus Geradts. Het meisje zit sinds vorige week in verzekerde bewaring. Donderdag beslist de raadskamer van Roermond over een bevel tot gevangenhouding. De Roermondse politie bevestigt de lezing van de advocaat maar komt tot een andere conclusie. 'Als je alle feiten los van elkaar ziet, is er misschien weinig aan de hand. Maar alles bij elkaar maakt het toch wel een merkwaardige indruk. Wij zijn nog volop bezig met het onderzoek en vinden dat ze voorlopig nog niet op vrije voeten kan worden gesteld. Maar daarover beslist de raadskamer.'