Patient geeft huisarts een ruime voldoende

Terecht besteden verscheidene instanties en de media veel aandacht aan de bereikbaarheid en beschikbaarheid van huisartsen. Het is een onderwerp, dat iedereen aangaat. Wellicht mede daardoor een onderwerp, dat nogal eens aan kritiek onderhevig was en is. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) streeft al geruime tijd actief naar een situatie waarin de bereikbaarheid en beschikbaarheid van huisartsen optimaal zijn. Dit is een onderdeel van het kwaliteitsbeleid, dat de LHV voert.

In dat kader bracht de LHV in juni 1989 de langzamerhand aan velen bekende nota 'Bereikbaarheid en beschikbaarheid huisartsen' uit, waarin een pakket van eisen is geformuleerd. Dat de bereikbaarheid en beschikbaarheid niet onmiddellijk overal aan alle eisen voldoen, is logisch. Huisartsenpraktijken kunnen onderling aanzienlijk verschillen, waardoor ook de maatregelen die getroffen moeten worden, verschillen. Een huisarts op het platteland zal gemakkelijker aan bepaalde eisen tegemoet kunnen komen dan zijn collega in de grote stad, en vise versa. Hetzelfde geldt voor eenmans- en groepspraktijken.

Maar om welke maatregel het ook gaat, het kost tijd en geld om de gewenste situatie te bereiken. Antwoordapparatuur moet bij voorbeeld worden vervangen door doorschakelapparatuur. Daarbij vormen niet alleen de kosten een struikelblok, maar ook de betrouwbaarheid. En met het instellen van een spoedlijn, wat in veel gevallen een wijziging van de telefooncentrale meebrengt, zijn eveneens tijd en kosten gemoeid. Waar het om gaat is dat het hulpaanbod zo doeltreffend mogelijk op de vraag wordt afgestemd.

Toch wordt er nog vaak van uitgegaan dat alle gewenste veranderingen onmiddellijk kunnen worden doorgevoerd. Ook de Consumentenbond spreekt zich blijkens twee artikelen in de Consumentengids van juli 1990 in die richting uit. De artikelen, beide gebaseerd op onderzoeken, gaan over respectievelijk de bereikbaarheid van huisartsen en over de tijd, die zij aan hun patienten besteden. Door de wijze waarop de Consumentenbond de resultaten van deze onderzoeken presenteert, lijkt de situatie echter veel alarmerender dan de resultaten in concreto uitwijzen.

Zo komt bijvoorbeeld uit het onderzoek naar de bereikbaarheid naar voren dat slechts 2 procent van de ondervraagden de avond/weekendregeling als 'slecht' beoordeelt en 8 procent als 'matig'. Ook wordt geconstateerd dat bij 15 procent van de ondervraagden de tijden in de wachtkamer van hun huisarts oplopen tot een half uur of langer. Het artikel vermeldt echter niet of het hier inloop- of afspraak-spreekuren betreft. Dit is uiteraard van invloed op de wachttijd. Bovendien heeft de huisarts ook te maken met spoedeisende gevallen, die zich tijdens de spreekuren voordoen en waarvoor hij wordt weggeroepen. Het tweede artikel over de tijd die huisartsen aan hun patienten besteden, gebaseerd op een onderzoek van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Eerstelijnsgezondheidszorg (NIVEL), eindigt met enkele aanbevelingen. Aanbevelingen, waarin de LHV zich helemaal kan vinden, aangezien ze oorspronkelijk uit de koker van de LHV afkomstig zijn. De LHV dringt al geruime tijd bij staatssecretaris Simons aan op middelen om zaken als praktijkverkleining, de introductie van de praktijkverpleegkundige, verlenging van de beroepsopleiding, nascholing en uitbreiding van de deskundigheidsbevordering te kunnen realiseren.

Ten slotte mag het gegeven niet onvermeld blijven dat de meeste mensen tevreden zijn over zowel de bereikbaarheid van de huisarts als over de hoeveelheid tijd, die de huisarts aan zijn patienten besteedt. Tevredenheid mag echter ook in dit geval niet leiden tot (zelf)genoegzaamheid. De LHV blijft streven naar het wegnemen van de punten van kritiek, die blijkens de onderzoeken bij een minderheid leven. Consequente ondersteuning door de overheid is voor het bereiken van een goed functionerende huisarts-geneeskunde onontbeerlijk.