Mosseltelers willen snel uitbreiden in Waddenzee

YERSEKE, 24 juli De Zeeuwse mosselkwekers willen zo snel mogelijk een uitbreiding van het aantal percelen in de Waddenzee. Ondanks een recordvangst van 13,6 miljoen kilo mosselen tijdens de eerste weken van het nieuwe seizoen, zijn de mosselkwekers bezorgd over de toekomst. De mosselen zullen in 1991 zo luidt de verwachting schaars en duur zijn als gevolg van de schade die is aangericht door de stormen dit voorjaar.

Volgens L. Lucas, hoofd mosselzaken van het Produktschap voor Vis en Visprodukten, is de hausse in de mosselvangst van tijdelijke aard. 'Door bepaalde toxines in het plankton kan onder mosselen een ziekte uitbreken, net als bij de oesters is gebeurd. Daarom moet onze positie zo sterk zijn dat we niet hoeven te importeren.' De ziekte onder de Zeeuwse oesters heeft de kwekers ervan doordrongen dat ieder contact met buitenlandse vis fataal kan zijn. Alleen een constante en hoogwaardige mosselproduktie kan het marktaandeel van de Nederlandse mossel verstevigen en import van de schelpdieren overbodig maken.

Vanaf 1992 mogen handelaren uit Engeland, Frankrijk, Denemarken, Ierland en Noorwegen hun mosselen in Nederland afzetten.

Ter vergroting van hun produktie willen de Zeeuwse mosselkwekers hun 'werkterrein' in het westelijke gedeelte van de Waddenzee uitbreiden in oostelijke richting, waar de gronden dieper en daarmee minder stormgevoelig zijn. Als gevolg van stormen kan de mosseloogst een jaar later mislukken. Volgend jaar zullen de kwekers de gevolgen merken van de stormen in januari en februari van dit jaar.

De verhuizing naar het oostelijke gedeelte van de Waddenzee kan nog jaren duren. De Friese en Groningse garnalenvissers op de Waddenzee zijn fel tegen de komst van hun Zeeuwse collega's. Op plaatsen waar een perceel voor mosselen wordt aangelegd, kunnen de garnalenvissers niet meer terecht.

De overheid geeft de mosselkwekers vooralsnog geen toestemming naar het oosten uit te breiden, omdat zij nog in afwachting is van een onderzoek van het Rijksinstituut voor Natuurbeheer, dat uitsluitsel moet geven over de mogelijk schadelijke invloed van de mosselcultuur op het ecosysteem.

Voor de Zeeuwse kwekers en handelaren duurt dit te lang. Lucas: 'De enige conclusie van het instituut is dat meer onderzoek nodig is. Dat onderzoek is een logisch gevolg van de aandacht die het milieu in deze tijd krijgt. Iedere milieuvereninging springt op de bres wanneer iemand iets op de Waddenzee wil ondernemen.'