Maatschappelijk werk is altijd moralistisch

De bemoeizucht en het moralisme van goedwillende welzijnwerkers is een dankbaar onderwerp voor columnisten. Zo ook voor J. A. A. van Doorn, die onlangs in zijn column, naar aanleiding van de sociale vernieuwing, weer eens wees op het moralistische karakter van het welzijnswerk.

In zijn vroegere hoedanigheid van hoogleraar sociologie heeft hij zich al vele jaren beziggehouden met het thema hulpverlening. Hij schreef al in 1955 over het maatschappelijk werk in termen die toentertijd het misnoegen opriepen van Martina Tjeenk Willink, op dat moment secretaris van de Nationale Raad van Maatschappelijk Werk.

Van Doorns recente beschouwingen (35 jaar later) waren aanleiding voor een geprikkelde reactie van een andere coryfee uit die tijd, Maria Kamphuis, sinds 1943 directrice van de Groningse academie voor culturele en sociale arbeid en auteur van verschillende boeken over het maatschappelijk werk. Niet moralisme en betutteling, stelt Kamphuis, maar het recht op zelfbeschikking is, sinds de professionalisering in de jaren zestig, uitgangspunt van het maatschappelijk werk.

In zijn tweede aan dat onderwerp gewijde column krijgt zij als een van degenen die het Amerikaanse social casework in de Nederlandse opleidingen heeft geintroduceerd een complimentje van Van Doorn. Dit heeft inderdaad geleid tot minder moralisme en een verzakelijking van het vak. Maar, vervolgt hij: 'Toch houd ik staande dat in de sociale sector een sterk moralisme nog lange tijd de toon bleef aangeven.'

Daartoe beroept hij zich op het recente proefschrift van R. Hueting en E. Neij, Voortgang zonder samenhang, dat de politieke strijd over het naoorlogse welzijnswerk behandelt. Deze studie laat duidelijk zien, aldus Van Doorn, hoe in moralistische termen ('verwilderde jeugd', 'vereenzaming' en 'normvervaging') over de problemen van de bevolking werd gesproken.

Dus toch maatschappelijk werk als 'moral entrepreneur' voor de waarden van de dominerende klasse. Hoewel ik ook niet van zedenmeesters houd en ook graag voor rationeel word aangezien, ga ik steeds meer twijfelen of de interpretatie van het maatschappelijk werk als een soort kolonialisme in eigen land wel klopt. Ook betwijfel ik of professionalisering gelijk staat met het ontbreken van moralisme. Mijn stelling is dat hulpverlening, en dus maatschappelijk werk, altijd moralistisch is. Professionalisering betekent dit inzien en daardoor hanteerbaar en beter controleerbaar maken.

Belangenstrijd

Wat de studie van Hueting en Neij betreft: die behandelt de belangenstrijd die zich heeft afgespeeld op politiek niveau, tussen particuliere organisaties en de regering, tussen bureaucraten en politici. Met de inhoud van de hulpverlening houdt het boek zich niet bezig. Zodra op dat niveau gekeken wordt, ontstaat een veel genuanceerder beeld. Maatschappelijk werkers hebben dagelijks te maken met concrete problemen en moeten daarvoor werkbare oplossingen vinden. Een term als 'verwilderde jeugd' heeft in die dagelijkse confrontatie met ellende van mensen geen praktische betekenis. Hetzelfde geldt voor het ideaal van de geborgenheid van het gezin. De dagelijkse confrontatie met het tegendeel laat daar weinig van over.

Een studie, die wel op dit niveau van het maatschappelijk werk ingaat en gebaseerd is op uitgebreid dossieronderzoek, is afkomstig van de Amerikaanse historica Linda Gordon. Het materiaal bestaat uit een selectie van cases van gezinnen in Boston tussen 1880 en 1960, waarmee het maatschappelijk werk bemoeienis had. In haar boek Heroes of their own lives (Penguin pocket, 1988) doet Gordon verslag van dit onderzoek, dat een schrijnend beeld geeft van de situatie waarin tal van Amerikaanse van welfare afhankelijke gezinnen zich bevonden. Tegelijkertijd rekent zij af met de simplistische visie op sociale controle, die in een 'rechtse versie' het maatschappelijk werk ziet als instrument voor sociale beheersing en in een 'linkse versie' als instrument om de arbeidersklasse te onderwerpen aan de normen van de heersende klasse.

Deze voorstelling van zaken gaat voorbij aan het feit dat mensen in zo'n gezinssituatie in serieuze problemen kunnen komen en om hulp vragen. Dit betekent niet aldus Gordon dat zij altijd krijgen wat ze willen, het betekent ook niet dat zij er altijd beter van worden, maar 'het gezamenlijk effect is wel dat de organisaties de dominante definitie van de werkelijkheid, de verheerlijking van het gezin, inclusief de plicht tot gehoorzaamheid van kinderen aan de ouders en de plicht tot dienstbaarheid van de vrouw aan de man of kostwinner, moeten herzien.' rdat maatschappelijk werkers, rechters, onderwijzers, medici voortdurend te maken krijgen met relatieproblemen binnen het gezin wordt de mythe van 'de geborgenheid van het gezin' doorgeprikt en ontstaan andere oplossingen in de richting van individualisering. De probleemdefinitie verandert door de interventies van professionals, maar het is geen eenrichtingsverkeer. De beinvloeding is wederzijds; clienten gebruiken sociale voorzieningen om hun positie te versterken, gehoor te krijgen voor de manier waarop zij tegen de problemen aankijken. Zo is maatschappelijk werk een vorm van sociale verandering.

Deze kant van het maatschappelijk werk komt naar voren in een nog niet gepubliceerde studie van Heuting en Neij over de geschiedenis van de ongehuwde moederzorg in Nederland (FIOM). Daaruit blijkt ook dat de wisselwerking tussen vrouwen, die om hulp aankloppen, en maatschappelijk werkers geleid heeft tot herziening van de stigmatiserende definitie van ongehuwd moederschap en tot de maatschappelijke acceptatie van eenoudergezinnen.

Studies over de betekenis van het maatschappelijk werk in eerdere periodes kunnen nuttig zijn om de betekenis van het werk op dit moment te schatten. Een andere manier om afstand te creeren is vergelijking met de situatie in andere landen. De laatste tijd wordt meer bekend over de manier waarop in Oosteuropse landen met marginale groepen, zoals gehandicapten, ouderen en lastige jongeren wordt omgegaan.

Laura Starink deed bij de uitreiking van de Anne Vondeling-prijs verslag van haar bezoek aan een inrichting in de Sovjet-Unie. De toestand waarin deze bewoners zich bevonden is naar onze maatstaven volstrekt mensonterend en zelfs wreed. Hoe komt dat nu? Waarom zijn in West-Europa en de Verenigde Staten voorzieningen ontstaan, die in wisselwerking met de mensen waarvoor zij bedoeld zijn vasthouden aan bepaalde ethische maatstaven in de omvang met marginale groepen?

Eigen belang

De verklaring die De Swaan ontwikkelt in zijn boek Zorg en de Staat, waarin hij de opkomst van de verzorgingsstaat behandelt in West-Europa en de VS, gaat naar mijn idee niet op. De Swaan herleidt de opkomst van 'verzorgingsarrangementen' tot berekening of eigen belang van bepaalde groepen uit de bevolking. Eigen belang zal ook in Oost-Europa een belangrijke drijfveer zijn voor de machtige elites, maar waarom heeft dat in hun geval dan geleid tot versterking van de uitstoting van het afwijkende, ongave (het kind met de hazenlip) en abnormale? Is het moralisme van het maatschappelijk werk misschien niet alleen negatief, maar ook constructief in die zin dat het de repressieve tendenzen in de bevolking afzwakt en krachten gericht op integratie versterkt? Het antwoord is voor mij duidelijk, maar ik denk dat de bereidheid om tot deze herwaardering van het welzijnswerk te komen klein is. De inleiding op de toespraak van Laura Starink (in NRC Handelsblad van 29 juni) is op dit punt tekenend. 'Nederland mag een land zijn waar elke week een nieuwe probleemgroep wordt ontdekt om de sociaal werkers op los te laten, in de Sovjet-Unie is de balans naar de andere kant doorgeslagen.' In plaats van krediet, krijgt het sociaal werk nog een schopje. Wie bedenkt dat in Nederland de repressiviteit de laatste tien jaren is toegenomen (verdubbeling van het aantal gevangeniscellen, langere gevangenisstraffen), terwijl tegelijkertijd het welzijnswerk is verzwakt, moet niet verbaasd zijn wanneer blijkt dat er meer ruimte komt om mensen uit te stoten en te stigmatiseren. De morele werking van het welzijnswerk is misschien zo slecht nog niet.