'Kennis van artsen over Aids vergroten'

UTRECHT, 24 juli De Landelijke Huisartsenvereniging heeft een 'aandachtsfunctionaris' voor AIDS aangesteld, om de bevordering van de deskundigheid op het gebied van AIDS onder huisartsen te coordineren en er voor te zorgen dat de huisarts een vaste plaats krijgt in de regionale AIDS-platforms. WVC subsidieert het project.

Bevordering van de deskundigheid is het belangrijkste doel, zegt de coordinator, de Nieuwegeinse arts W. L. G. van Zijl. Tot nu toe houdt de Stichting Aanvullende Dienstverlening (SAD) zich daarmee bezig. De SAD geeft de 'HIV-wijzer' uit, een naslagwerk dat voortdurend wordt geactualiseerd. De indruk bestaat echter dat de belangstelling van de huisartsen voor nascholing nog niet erg groot is.

Dat de 6.000 huisartsen weinig gebruik maken van bijscholing wordt verklaard uit het feit dat ze nog niet sterk in aanraking zijn gekomen met het probleem. Het aantal AIDS-patienten in ons land valt mee, vergeleken met andere Europese landen. Op 1 mei waren 1.243 gevallen geregistreerd, globaal wordt aangenomen dat de helft van hen is overleden. Het ziet er bovendien niet naar uit dat de verspreiding van de ziekte een dramatische wending zal nemen. Mogelijk dankzij de voorlichting die begin jaren tachtig al werd opgezet, is de 'verdubbelingstijd' van het aantal patienten toegenomen tot 21 maanden. In de periode 1983-1985 was dat nog tien maanden.

Volgens Van Zijl is de mate waarin een huisarts met AIDS in aanraking komt echter geen maatstaf voor de omvang van het probleem voor hem. 'De aard van de ziekte, de ongeneeslijkheid en de verwevenheid met seksualiteit en druggebruik maakt AIDS tot een met taboes omgeven aandoening. Dat geeft aan dat de sociale en psychologische gevolgen zich niet zomaar laten vergelijken met andere ziekten die een dodelijke afloop voorspellen. De huisarts heeft dus niet alleen te maken met een nieuwe, besmettelijke ziekte, maar ook met de wetenschap dat de aandoening zich voornamelijk manifesteert bij homoseksueel gedrag en druggebruik, maatschappelijk niet of nauwelijks geaccepteerd, 'aldus Van Zijl.

De huisarts moet vooral leren met de patient te bespreken wat de voor- en nadelen van de HIV-test zijn. Dat hij daarvoor de aangewezen figuur is staat vast, meent Van Zijl. Hij kent de patient en zijn omgeving en geniet diens vertrouwen.

Ook al komen huisartsen relatief weinig in contact met AIDS-patienten, de problematiek rond de ziekte komt betrekkelijk vaak aan bod op het spreekuur. Dat blijkt uit een onderzoek van de arts-epidemioloog J. Reus en de sociaal-verpleegkundige M. Sibeijn bij het Huisartsenpeilstation van de GG en GD Zuid-Kennemerland. De onderzoekers registreerden in een jaar 241 consulten in negentien huisartsenpraktijken. Gemiddeld werd per praktijk dertien maal een vraag gesteld over AIDS. Het merendeel van de vragen (69 procent) kwam van heteroseksuelen, dertig procent van homo- en biseksuelen. In de meeste gevallen werd gevraagd naar de risico's van incidentele seksuele contacten.