Dynamische reunie in Groningen Reunie in Groningen; De Neo-Nu's korten eeuwen in tot seizoenen

Hoe zou een grauw schilderij van Anselm Kiefer het doen boven een fleurig Memphis-dressoir? In de stijlkamer van de neo-expressionisten is geen plaats voor meubilair. Een mixture van design en ongebonden kunst van neo-stijlen uit de jaren tachtig is wel te zien in de andere ruimten van het Groninger Museum.

Door MARK PEETERS

Nu het tentoonstellingsseizoen voorbij is brengen veel musea een deel van hun collectie onder de titel Zomeropstelling. Zo'n saaie titel zou de lading niet dekken van wat nu in Groningen wordt geexposeerd onder de noemer Neo Neo Neo. Van de klassieke oudheid tot nu. Met enig improvisatietalent is het gelukt om uit de verzameling die de afgelopen tien jaar tijdens het bewind van directeur Frans Haks werd aangekocht, een dynamisch ogende thematentoonstelling samen te stellen. Het gaat niet om een overzicht van de neo's door de eeuwen heen maar het is meer een reunie van neo-nu's. Zij hebben als overeenkomst dat ze de geschiedenis als hun inspiratiebron gebruiken.

De mooiste zaal van het huis is gereserveerd voor de neo-expressionisten. De schilderijen van de Italianen Cucchi en Paladino en de Duitsers Baselitz, Dahn, Disler, Middendorf en Neumann zijn op een conventionele manier smaakvol bijeengebracht. Alleen een babyblauw en -roze doek met zwemmers van de Duitser Salome valt iets uit de toon. De zaal toont dat Haks een goede hand van aankopen heeft en er snel bij was, want met een beperkt budget is het anders onmogelijk dergelijke schilderijen te verwerven. Misschien is wel een gunstig effect van een laag budget dat het publiek bijtijds te zien krijgt wat er leeft.

De eens Jonge Duitsers en Italianen zijn nu bijgezet, (voorzover dat mogelijk is) in de kunstgeschiedenis. Er worden geen geintjes mee uitgehaald, zoals met de kunst in de andere ruimten, waar alles wat felle kleuren heeft bij elkaar gezet is, of het nu om design of om beeldende kunst gaat. Ze hebben de vrolijke dynamiek van een opstandige tienerkamer met ontwerpen in Memphis-stijl, graffitispuitwerk en de op de rand van kitsch balancerende kunst die zo typerend is voor de jaren tachtig.

Het is vooral Andy Warhol die van grote invloed is geweest op de nieuwe mentaliteit van de neo-stromingen. Hij doorbrak de autonomie van de kunsten; niet zozeer direct in zijn eigen werk maar in zijn activiteiten. Warhol stelde een alternatief tegenover het imago van de stevig drinkende, door vrouwen geobsedeerde macho-kunstenaar, zoals de naoorlogse expressionisten dat waren. Daarmee oogstte hij succes bij een veel breder publiek dan voorheen in kunst geinteresseerd was. Hij stelde zichzelf a-seksueel op maar zijn kunst brak een lans voor de met kitsch koketterende homocultuur.

Banaal

aHet Groninger Museum heeft ook met Milan Kunc net als Warhol Tsjech van geboorte bijtijds een sterk nummer in huis gehaald. Kunc weet de Europese cultuur net zo banaal te presenteren als Warhol de Amerikaanse. Zijn quasi-traditionele schilderkunst zit vol humor. Hij hangt de onbegrepen schilder uit, die pas na zijn dood beroemd gaat worden en verbindt het einde van het originaliteitsvraagstuk met het verval van de westerse beschaving. Een recent aangekocht beeld van keramiek stelt een Griekse tempel voor, die als decor dient voor allerlei onheil. Drie glazen bolletjes, afkomstig uit een souvenirwinkel, met verlichte bloemetjes, een zwart kruis en het woord LOVE symboliseren het heden of misschien wel de toekomst. Kunc was leerling van Joseph Beuys en Gerhardt Richter, maar werd allesbehalve een epigoon. Hij stelde zich op als een fervent tegenstander van alles wat maar naar antroposofie en academisme rook. 'De Beuys-klas was voor mij een vuilnisvat. De studenten maakten afvalkunst, haast manieristisch; sculpturen uit kolenbriketten, aarde of stront. Hun zonderlinge natuurmythologie leidde tot van die komische doorzichtige tekeningen uit het gekkenhuis; WC-papierschilderkunst. 'Kunc zette zijn doeken in een gouden lijst en zijn leraren raadden hem aan om het maar eens op een reclamebureau te proberen. De plek waar Warhol was begonnen.

Op een revolutionaire vondst na is natuurlijk alle kunst 'neo' maar het ontbreekt de kunstenaars van de afgelopen tien, twintig jaar aan geduld om het nageslacht het plezier te gunnen een meesterwerk te herkennen. Tegenwoordig moet kunst meteen als kunst herkend worden. De benaming 'neo' is dan een handig hulpmiddel. Ze verwijst immers naar een stroming die zijn waarde al bewezen heeft. De Frans-Roemeense nihilist E. M. Cioran (1911) schreef: 'Naarmate de kunst dieper in het slop raakt, neemt het aantal kunstenaars toe. Dat is niet bizar als je bedenkt dat de kunst die aan het eind van zijn krachten is gekomen, zowel onmogelijk als makkelijker is geworden. Hoe de kunst er over een eeuw uit zal zien? Niemand kan er zich een voorstelling van maken. Net als na de val van Athene of die van Rome zal er een lange pauze intreden, ten gevolge van de uitputting van de uitdrukkingsmiddelen en ook van het bewustzijn zelf. De mensheid zal, om weer bij het verleden te kunnen aanknopen, een nieuwe naiviteit moeten bedenken, anders zal zij nooit een nieuw begin met de kunst kunnen maken.'

Misschien kunnen die eeuwen vandaag de dag ingekort worden tot een paar seizoenen.

Een nieuw pakket is al gearriveerd en staat uitgepakt in frisse helder uitgelichte kleuren te wachten in de hal van het Groninger Museum tegenover de kantine. Daardoor valt het terecht buiten de tentoonstelling met de drie neo's. Het pakket is afkomstig uit Parijs. Frans Haks heeft vorig jaar inkopen gedaan bij de spraakmakende tentoonstelling Magiciens de la Terre. Het is de naieve maar oorspronkelijk ogende kunst uit derde-wereldlanden die in het Westen niet gemaakt kan worden door een 'wij weten te veel'-houding. De driedeling in de tentoonstelling biedt allerlei mogelijkheden tot beschouwende gedachten over de bijgezette, zittende en net neergezette kunst. De recente geschiedenis van de tijdgeest is bij uitstek goed te volgen in het Groninger Museum.