De kermiskoers wordt onbetaalbaar

BOXMEER, 24 juli Als Tourwinnaar reed Joop Zoetemelk in 1980 voor een startgeld van 7.500 gulden in de wielercriteriums. Voor 30.000 gulden was er in die tijd een kwalitatief en kwantitatief goed peloton te krijgen dat een paar uur gewillig 'rondom de kerk' wilde fietsen. Gisteren betaalde de organisatie in het Brabantse Boxmeer waar traditioneel de eerste kermiskoers na de Tour werd gereden datzelfde bedrag voor maar twee renners, Claudio Chiappucci en Erik Breukink, zondag op de Champs Elysees gehuldigd als de nummers twee en drie.

Het maakt duidelijk dat er de afgelopen jaren sprake is geweest van een enorme prijsopdrijving. De organisatoren van de criteriums klagen dan ook steen en been. Hun onvrede richt zich niet op de echte vedetten. Die leveren volgens de koersleiders hun geld nog wel op. Voor Tourwinnaar Greg Lemond, deze week verplicht rijdend in Frankrijk, zou men graag 30.000 gulden willen betalen. Breukink werd in Boxmeer door het chauvinistische wielervolk als een kampioen bejubeld en Chiappucci werd vergezeld door zijn moeder die door haar bezoek aan de Tour in Lourdes ineens een beroemdheid is. Zij mocht als eregast het startschot lossen. Haar naam werd voor de wedstrijd door de speaker op het parcours zelfs meer genoemd dan die van haar zoon of Breukink. Dames en heren, mama Chiappucci bevindt zich nu met de taxi in de buurt van Eindhoven.

De kleine Chiappucci mocht gisteravond dus best 16.000 gulden kosten. Voor de meeste renners uit de middenklasse telde organisatievoorzitter Ad Rijnen echter met tegenzin het gevraagde bedrag neer. Hij had ze echter nodig om het peleton enig aanzien te geven. Een veld met, zoals de voormalige kastelijn het zegt, 'de Tourwinnaar en voor de rest 35 strijkijzers' is volgens hem niet te verkopen. 'Dat pikken de mensen een jaar, misschien twee, maar daarna is het afgelopen. Een toeschouwer die 12,50 gulden moet neertellen verdient een goede koers.'

Startgeld

Om zijn doel te bereiken heeft Rijnen deze keer dieper in de buidel moeten tasten dan ooit. Het totale startgeld in Bosmeer bedroeg bijna 150.000 gulden. Rijnen vindt het een probleem dat renners na een matig seizoen of een slechte Tour niet in hun vraagprijs zakken. Jean-Paul van Poppel is volgens hem zo'n voorbeeld. De sprinter vroeg ook na de teleurstellende afgelopen drie weken nog steeds 5.000 gulden voor zijn diensten. Dat bedrag kon Rijnen uiteindelijk in zijn zak houden, omdat Van Poppel zich 's ochtends via een fax afmeldde. 'Dat kan ik waarderen', sprak Rijnen. 'Hij zal het nooit hardop zeggen, maar ik denk dat Van Poppel ook zelf wel vindt dat hij die hoge prijs momenteel niet waard is.' De meeste wielrenners nemen tegenwoordig geen genoegen meer met een bescheiden startgeld. Ze zijn verwend geraakt door de riante salarissen die ze van hun sponsors krijgen. Indien de beloning voor het rijden van een criterium niet hoog genoeg is blijven ze gewoon thuis. Met name de organisatie van de koers in Wateringen protesteerde afgelopen jaar tegen de hoogte van de startgelden. Dat haalde niets uit. Dus constateerde het ervaren bestuurslid Jan Kleyberg tot zijn spijt dat tegenwoordig 'de renners de baas zijn'. Hij voorspelt dan ook dat het criterium een zachte dood zal sterven.

De cijfers geven hem voorlopig gelijk. In '81 werden er in Nederland 85 criteriums georganiseerd, verleden jaar waren dat er nog maar 36 en dit seizoen zullen het er weer minder zijn. Gerrie van Gerwen, de officiele bemiddelaar van de wielrenunie (KNWU) tussen renners en organisatoren, is er echter van overtuigd dat de kermiskoersen niet zullen verdwijnen. Hij verwacht dat op den duur professionele bureaus zich met de organisatie van de criteriums zullen gaan bezighouden. 'Er is behoefte aan dit soort wedstrijden', aldus Van Gerwen, ooit een bescheiden profwielrenner. 'Het publiek wil zelf de massageolie eens ruiken en het bezwete truitje van de renner aanraken.' In Boxmeer bleek ook weer het nut van de kermiskoers na de Tour. De mensen wilden massaal de wielrenners die ze drie weken lang door het tv-beeld hebben zien rijden in levende lijve meemaken. Het Toureffect is in Boxmeer steeds duidelijk waar te nemen. Voorheen werd de plaatselijke ronde altijd in het voorjaar gehouden. Het deelnemersveld mocht er destijds ook zijn, met Merckx en Godefroot onder de winnaars, maar volgens organisator Rijnen 'hadden we toen meer dranghekken dan toeschouwers langs de kant staan'. Sinds er vanaf '79 de dag na de finish van de Tour wordt gereden loopt het vanuit heel Nederland en het nabij gelegen Duitsland storm in Boxmeer; gemiddeld 35.000 a 40.000 toeschouwers in de 14.000 inwoners tellende gemeente.

Dramatiek

Dat het publiek niet alleen genoegen neemt met de aanwezigheid van de toppers bleek verleden jaar in Boxmeer. De zeer populaire Gert-Jan Theunisse, in '89 winnaar van het bergklassement, stapte al na vijf ronden af. Dat zinde een deel van het publiek niet en ternauwernood kon een rel worden voorkomen. Steven Rooks kwam destijds helemaal niet in actie. Hij strompelde, aldus Rijnen, strompelend met een verband om zijn been de VIP-ruimte in. 'Dat vinden de mensen ook niet leuk. Zoiets heeft pas effect als zo'n renner bijvoorbeeld in de Tour zijn been breekt en dan hier met een ziekenwagen wordt binnengereden. Dat is dan dramatiek.'

Rooks liet zich dit jaar niet zien in Boxmeer. Hij stond wel op de deelnemerslijst (kosten 12.500 gulden), maar wil deze week benutten om uit te rusten van een teleurstellende Tour. Rijnen vond het al lang best. Hij had gisteravond geen klagen over zijn wel aanwezige vedetten. Breukink en Chiapputti werden respectievelijk tweede en derde achter winnaar Adri van der Poel.8402 RECORDS TRANSFERRED