Artsen twijfelen aan verbetering Leros

ATHENE/ ROTTERDAM, 24 juli Nederlandse verpleegkundigen op het Griekse eiland Leros, waar ongeveer 1.500 psychiatrische patienten verblijven, hebben verbaasd gereageerd op uitspraken van de Griekse minister van gezondheid en sociale zaken dat een begin is gemaakt met het verplaatsen van patienten naar onderkomens buiten de inrichting.

Volgens minister M. Jannakou-Koutsikou hebben ruim zeshonderd mannen en vrouwen de inrichting reeds verlaten, terwijl voor nog eens veertig het vertrek wordt voorbereid. De verhuizing is onderdeel van een pakket maatregelen om de situatie waarin de patienten zich bevinden drastisch te verbeteren, aldus de minister.

De plannen van minister Jannakou-Koutsikou voorzien in een investering van drie miljard drachmen (40 miljoen gulden) voor de bouw van nieuwe keukens en toiletten. Tien ingenieurs hebben, volgens Jannakou-Koutsikou, een plan op tafel gelegd dat binnenkort zal worden uitgevoerd.

Volgens de Griekse minister zal ook de kinderkliniek grondig worden gereorganiseerd. In deze kliniek, die voor vrijwel niemand toegankelijk is, verblijven ruim tweehonderd patienten in van drie tot zelfs veertig jaar oud. Het is de bedoeling dat de bewoners worden verspreid over andere organisaties die op het eiland werken. Daarnaast zullen nieuwe medicijnen worden geintroduceerd.

De Nederlandse verpleegkundige Anneroos van Kessel, die al bijna een jaar op Leros werkt, ontkent echter dat honderden patienten de inrichting hebben verlaten. Ook heeft zij geen tien ingenieurs aan het werk gezien maar een, die begin dit jaar het sanitair heeft nagekeken. Van een op handen zijnde speiding van de bewoners van de kinderkliniek is haar niets bekend.

Vorig jaar verschenen berichten in de internationale pers over de erbarmelijke situatie waarin de 1.500 psychiatrische patienten op Leros zich bevonden. De verzorging liet te wensen over, de behuizing was onvoldoende tot slecht en van structurele psychiatrische behandeling was geen sprake.

Onder andere door Nederland werd een hulpprogramma opgesteld. Nederlandse verpleegkundigen vertrokken naar het eiland. Ook uit Italie kwamen verpleegkundigen. Aanvankelijk waren de autoriteiten op Leros ook van plan om hulp vanuit Duitsland en Ierland te aanvaarden, maar uit vrees voor te veel 'pottekijkers' is besloten vooralsnog alleen hulp uit Nederland en Italie te accepteren.

Volgens de minister wisten vorige regeringen niet wat ze met Leros aan moesten: 'Een groot probleem vormde de plaatselijke bevolking die voor meer dan de helft van het psychiatrisch ziekenhuis leeft. Men was bang voor werkloosheid wanneer het ziekenhuis zou worden gedecentraliseerd. Maar langzamerhand begint de weerstand bij de bevolking tegen ingrijpende plannen af te nemen.' De directeur van het psychiatrisch ziekenhuis Zon en Schild, drs. H. Dalewijk, blijkt niet erg onder de indruk van de uitspraken van de Griekse minister. Dalewijk en zijn collega drs. A. Vrijlandt van het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in Maastricht namen vorig jaar het initiatief voor een hulpprogramma voor Leros. Twee verpleegkundigen, die elk half jaar door twee collega's worden afgewisseld, werken aan een resocialisatieproject voor de bewoonsters van paviljoen twee, die de afvalbak van de vrouwenkliniek wordt genoemd.

Dalewijk: 'Natuurlijk is het fijn dat deze minister constructieve plannen heeft, maar het is onze ervaring dat die al sinds 1984 worden geopperd. Tien ingenieurs! Die hebben natuurlijk allemaal een eigen opvatting over wat er moet veranderen en dus gebeurt er niets. Dat bewoners van de kinderkliniek verspreid zullen worden over andere organisaties op het eiland kan ik mij nauwelijks voorstellen: Leros is niet zo groot, daar werken geen twintig organisaties'. Eind augustus wordt op initiatief van Dalewijk en Vrijland de Stichting Leros opgericht. Doel van de stichting is onder meer het Nederlandse hulpproject een structurele basis te geven en blijvend druk uit te oefenen op de regering in Athene. Oud-minister van buitenlandse zaken M. van der Stoel heeft reeds zijn medewerking toegezegd. Volgens de Amsterdamse psychologe drs. M. L. Frohn, die eind mei een bezoek heeft gebracht aan Leros, zou deze stichting ook het initiatief moeten nemen voor een internationale hulpactie voor de bewoners van de kinderkliniek. 'De mannen- en de vrouwenkliniek staan het meest in de belangstelling. Het 'hok' van de mannen heb ik niet mogen zien, maar de twee grote paviljoens die ik wel heb bezocht, maakten op mij geen overwegend slechte indruk. De mannen zagen er redelijk verzorgd uit. Er zijn zeven toiletten voor 300 mensen. Natuurlijk, dat is niet veel, maar ze zijn er. In de vrouwenkliniek is het een stuk minder, hoewel voor een aantal de situatie niet langer uitzichtloos is door hulp van buiten. Maar wat er binnen de muren van de kinderkliniek gebeurt, weet vrijwel niemand. De autoriteiten staan niet toe dat je daar binnen komt.'