Tour van behoudzucht en rekenwerk

PARIJS, 23 juli Ondanks de aangrijpende vechtlust van Greg LeMond en de indrukwekkende rijstijl van Erik Breukink en Miguel Indurain heeft de Tour de France nauwelijks aan de altijd hooggespannen verwachtingen voldaan. De momenten van strijd en aanvalsdrang waren schaars, rekenwerk, behoudzucht en blufpoker voerden de boventoon.

De ronde leverde weliswaar een aansprekende winnaar op, maar hij was allerminst superieur, uiterst onzeker en bovendien kreupel. LeMond reed de laatste week rond als een aangeschoten hert, maar niemand kon of durfde het genadeschot toe te dienen.

LeMond had maar een serieuze tegenstander en dat was zijn eigen lichaam. De in theorie zwaarste bergrit was de etappe naarLuz-Ardiden. Het werd een schertsvertoning. Bluffend en spelend met zijn concurrenten, maakte een tweederangs Italiaan, gelegenheids-geletruidrager Chiappucci, een karikatuur van deze doorde Tour-favorieten als hels aangekondigde rit. Iedereen wachtte op Delgado, in normale doen de strijdlustigste van allemaal, niemand wilde de strijd opengooien.

Wanneer de Colombiaan Parra niet op Luz-Ardiden was versneld, waardoor LeMond eindelijk Chiappucci van zich kon afschudden, was de etappe geeindigd in treurigheid. De frisheid van winnaar Indurain sprak boekdelen. De talentvolle Spanjaard had de zwoegende en strompelende LeMond gemakkelijk kunnen volgen en liet hem in het zicht van de eindstreep reddeloos achter. De Tour miste aanvallers van het allooi Theunisse, of ongecompliceerde Colombianen en Spanjaarden, renners die zich ergeren aan apathie en geslenter, kamikaze-piloten die aan overmoed en agressie ten onder gaan, maar die het peloton door hun rijstijl in stukken kunnen slaan. Types van 'de dood of de gladiolen'. De toon werd al in de eerste etappe gezet. Niemand wenste te reageren opde ontsnapping van Pensec, Bauer, Chiappucci en Maassen, van wie zeker de eerste twee te boek stonden als kanshebbers voor een toptien-plaats. Na bijna drie weken kon pas afgelopen zaterdag in de tijdrit de laatste van het kwartet (Chiappucci) worden ingehaald. En alleen door LeMond. Excuses als ziektes, blessures en te weinig bergetappes werden meer te onpas dan te pas gebruikt.

Record

De Tour pleegt een slijtageslag te zijn. Sommigen menen dat de ronde niet puur natuur en zeker niet alleen op een biefstuk is te rijden. Er gaan stemmen op van medici op om de moeilijkheidsgraad van de Tour te verminderen: zwaardere etappes, maar meer rustdagen. Gisteren meldden zich op de Champs Elysees 156 van de 198 in Futuroscope vertrokken renners. Dat is een record in de Tour-geschiedenis. In 1988 haalden 151 van de 198 vertrokken deelnemers de eindstreep.

De Spaanse ploeg Kelme mocht op uitnodiging (wild-card) van de Tour-directie deelnemen omdat kopman Parra bij de beste tien zou kunnen eindigen. Het team moest noodgedwongen vier renners van 22 jaar opstellen die vorig jaar nog amateur waren. De ploeg verloor twee renners de afgelopen drie weken, een van hen behoorde tot het kwartet. De anderen haalden Parijs, weliswaar elke dag aan de staart van het peloton. Maar hun doel, in Parijs komen, was bereikt. De ambities van de meeste Nederlandse renners (met achttien gestart) reikten niet verder dan dat van de jonge Spanjaarden. Breukink (tweemaal), Maassen, Solleveld, Nijdam zorgden voor vijf etappe-zeges. Het merendeel 'vocht' om de hoogst geklasseerde van de ploeg te worden. Dat zijn ambities van armlastige renners. Er waren nauwelijks desperate, heldhaftige pogingen om een etappe te winnen.

Maar vandaag en morgen staan ze allemaal aan de start van een criterium om het feit dat ze de Tour hebben uitgereden te verzilveren.

Alle Nederlanders hadden er belang bij dat Breukink zo hoog mogelijk in het klassement einigde. Zijn prestatie lokt toeschouwers naar de criteriums, hetgeen weer lucratief is voor de Tour-renners. Het Theunisse-effect van de afgelopen jaren dient als voorbeeld. Een overwinning in een klassieker is niets waard vergeleken bij een ritzege in de Tour en nog minder een plaats op het podium in Parijs. Het was alsof de Nederlander een stilzwijgende afspraak met elkaar hadden gemaakt Breukink het werk op te laten knappen.

Wilskracht

De lamlendigheid van de meeste renners leverde LeMond zijn derde Tour-zege (1986, 1989 en 1990) op, na Philippe Thys (1913, 1914 en 1920)en Louison Bobet (1953, 1954 en 1955). Het werd niet zijn mooiste, evenmin zijn zwaarst bevochte. In 1985 moest hij een zenuwinzinking nabij tot bijna het bittere eind strijd leveren met zijn ploeggenoot en mentor Hinault. Deze vijfvoudige Tour-winnaar zou later in zijn boek verklaren dat hij LeMond toen bewust heeft gesard om hem mentaal te harden. Het zijn weliswaar woorden van een ijdele Fransman, maar wie de lijdensweg van de Amerikaan twee jaar geleden, de maanden voor deze Tour en de drie weken tijdens de Tour heeft gevolgd moet toegeven dat LeMond over een indrukwekkende wilskracht beschikt. Met zijn naar Amerikaanse aard positieve kijk op het leven, sleepte hij zich langs de diepste afgronden. LeMond had over geluk niet te klagen, hij was geen grote maar wel een terechte winnaar.