Stilist Breukink moet alleen zijn traditionele slechte dag vermijden

PARIJS, 23 juli Vrijwel anoniem, in de schaduw van Steven Rooks, begon Erik Breukink aan de Tour de France. Nagenoeg niemand rekende hem tot de favorieten voor de eindoverwinning. Breukink was een eeuwig talent, een prachtige stilist, maar te zacht, te bescheiden en te wisselvallig om de geselingen van de Tour te kunnen doorstaan. In de afgelopen drie Franse weken zou hij uitgroeien tot de grote revelatie, een zelfverzekerde renner, een renner met winnaarsmentaliteit en een superieure tijdrit in de benen.

Gisteren stond Breukink op het erepodium in Parijs, op de plaats die al jaren voor hem wordt vrijgehouden. Hij was derde geworden achter het oermens Greg LeMond en de joker Claudio Chiappucci. In de euforie rond zijn topklassering, verwacht het wielerpubliek zonder twijfel op korte termijn een Tour-overwinning van hem. Het zou de stijlvolle atleet niet misstaan.

'Slechte dag'

De vraag is of Breukink in de komende jaren zijn schommelingen in conditie nog meer kan beperken. De traditionele 'slechte dag' weet hij nog niet te vermijden; al was die van afgelopen Tour in de Pyreneeen-rit naar Luz-Ardiden al aanzienlijk minder ernstig dan voorheen. Ervaren Tour-favorieten weten de neerwaartse curve in hun conditie op tijd op te vangen. Met Breukink is het nog niet zover. Maar onder de hoede van zijn vriendelijke ploegleider Jan Gisbers kan de progressie zich doorzetten.

Gisbers kan het altijd zo subtiel zeggen. 'We hebben hard aan hem gewerkt. We hebben onderzocht en een paar dingetjes ontdekt die nog verbeterd moeten worden.'

Belangrijk onderdeel is daarbij Breukink niet onder druk te zetten. De 26-jarige renner heeft vertrouwen in de manier waarop hij bij PDM mag werken. 'De druk in de ploeg was in het begin al verdeeld over vier renners. Alcala, Kelly, Ampler en ik.

Het was makkelijk rijden omdat niet alles op mij was gericht. In deze ploeg verwacht ik geen paniekreacties als het een dag minder gaat.' De beheerste begeleiding doet Breukink zichtbaar goed. Hij kan zijn eigen gang gaan, zijn eigen race rijden. Breukink is altijd al een type geweest van 'geen gezeur aan mijn kop'. De kracht die Breukink zaterdag op het startpodium uitstraalde, was veelzeggend: een rimpel tussen zijn wenkbrauwen, de concentratie van een agressieve winnaar. Breukink reed als een flyer, stijlvol en zonder zijn bovenlichaam te bewegen. Het kenmerk van een tijdrijder-pur-sang, zoals Roy Schuiten in het verleden of Jacques Anguetil, monsieur chrono.

Enige twijfel heerste er voor de start wel in het hoofd van Breukink. Hij wilde eigenlijk niet op de lichte carabonfiets rijden die speciaal voor hem was gebouwd. 'Ik had er nog nooit tijdritten meegereden, alleen de proloog en die reed ik slecht. Maar achteraf is hij me uitstekend bevallen.'

Gisbers: 'Een half uur voor zijn vertrek wilde hij het nog steeds niet. Ik heb tegen hem gezegd: 'ik zou ertoch maar opstappen, we hebben hem niet voor niets voor je gebouwd.' Daar moet hij overheen, maar dat is de aard van het beestje.' Karakteristiek voor de nieuwe Breukink is ook de manier waarop hij zijn tijd begroette. Terwijl hij bij het passeren van de eindstreep op een klok boven zijn hoofd het winnende resultaat zag, stak hij in triomf zijn vuist op. Vijf minuten later zeeg hij neer op een trapje, bedaard en glimlachend sloeg hij de vechtpartijen tussen fotografen en journalisten gade. Breukink zat klaar om te antwoorden en deed dat nuchter en met zin voor realiteit. Geen nukken van een vedette.

Rijstijl

Nog meer dan zijn gedrag verschilt zijn rijstijl van die van LeMond. Zoals de Amerikaan fietste, een beetje gehinderd door de blessure aan zijn kruis, kan hij de Pollentier van de jaren negentig worden genoemd. Nooit fraai en niet altijd effectief. Eigenlijk reed hij een zwakke tijdrit, met de slechts vijfde tijd. Dat hij Chiappucci uit de gele trui reed was niet verrassend. De Italiaan kweet zich nog redelijk van zijn taak, maar deed de kenners de wenkbrauwen fronsen door op de meest conventionele fiets te rijden.

Ervaring speelde bij LeMond een doorslaggende rol. De Amerikaan besloot bijvoorbeeld geen dicht achterwiel te gebruiken. Hij herinnerde zich nog de Tour-tijdrit van 1985 rond hetzelfde meer van Vassiviere. Toen was hij de snelste en versloeg hij Hinault. LeMond herinnerde zich het heuvelachtige parcours met slingerendeweggetjes, waardoor het aerodynamische effect van het dichte wiel geen waarde had. Ervaring sleepte hem door de moeilijkste momenten. 'Als ik niet de sterkste ben geweest, dan was ik in elk geval de meeste constante.' Voor de huldigingen op de Champs Elysees konden beginnen, won Johan Museeuw de historisch en publicitair belangrijkste sprint. De Belg toonde daar aan de sterkste sprinter van het peloton te zijn. De winnaar van het puntenklassement, de Oostduitser Olaf Ludwig, moest genoegen nemen met de derde plaats nog achter Baffi. De voormalige sprintkoning Van Poppel sloot de ronde af met een 58ste plaats in de etappe-uitslag. Het was karakteristiek voor zijn prestaties in deze Tour.