SARA HEYBLOM 1892-1990 Gratie en humor

Sara Heyblom, die vrijdag op 98-jarige leeftijd in een Amsterdams verzorgingstehuis is overleden, bleef tot op hoge leeftijd actief.

Na haar laatste toneelengagement, in 1969, speelde ze nog een groot aantal rollen en rolletjes in tv-spelen en hield voordrachten over haar langdurige carriere als actrice. Daarin had ze zich laten leiden door alle groten in de Nederlandse theatergeschiedenis, van Royaards tot Verkade, van Van Dalsum tot Cor Ruys en Cees Laseur. Haar repertoire liep uiteen van de verfijning van Schnitzler en Shaw tot een klucht als Drie is teveel; in interviews liet ze niet na met trots te vermelden dat ze nog nooit een rol had geweigerd met de juiste, ambachtelijke instelling kon men overal artistieke bevrediging uit putten.

Na prive-lessen van de vooraanstaande Jacqueline Royaards-Sandberg begon Sara Heyblom, afkomstig uit een milieu van doktoren, handelaren en verlichte predikanten, haar loopbaan in 1911 bij Het Tooneel, het gezelschap van Willem Royaards. Ze leerde er in hoog tempo de klassieken spelen: Shakespeare, Vondel, Moliere, Schiller.

Met haar aangeboren gevoel voor schoonheid had ze een voorkeur voor de poezie van zulke stukken, ze beschouwde het zeggen van verzen als het hoogste dat men in het theater kon bereiken. Volgens de critici van toen was ze vaak een en al gratie. 'Sara Heyblom is eene toneelspeelster van stijl, 'aldus het uit 1933 daterende bundeltje Onze tooneelartisten, 'eene, die de door haar te spelen situaties en sferen wonderwel aanvoelt en daar dan een intense inleving van pleegt te bieden.'

Op latere leeftijd ontwikkelde Sara Heyblom bij regisseurs als Ruys en Laseur haar komische talent. Met haar laconieke intonatie, gevoegd bij haar gedistingeerde uiterlijk, oogstte ze groot succes in de thriller Arsenicum en oude kant, als een van de twee sardonische oude wijfjes die een lange reeks mannen door vergiftiging om het leven brengen. Bij de televisie ontdekte men in haar de ideale vertolkster van aristocratische dametjes, die weliswaar een ietwat verstrooide indruk maakten, maar verdraaid goed bij de pinken bleken te zijn.

Het is niet toevallig dat ze zich op 65-jarige leeftijd voortreffelijk thuis voelde bij de voornamelijk door jongeren bevolkte toneelgroepen Puck en (later) Centrum. De nuchtere precisie van haar spel paste uitstekend bij de moderne toon, die daar onder leiding van regisseurs als Walter Kous en Peter Oosthoek werd aangeslagen. Ze was al diep in de zeventig, toen ze wegens moeilijkheden met lopen afscheid moest nemen van het ensemble.

Sara Heyblom heeft een boekje met herinneringen nagelaten, waarin nog een laatste glimp kan worden opgevangen van het Nederlandse toneel in de eerste decennia van deze eeuw een wereld die, met haar overlijden, weer een stuk verder is vervaagd.