Potemkin op z'n Brussels

Voor dag en dauw was ik opgestaan om de eerste trein naar Brussel te halen. In die stad wordt altijd op 21 juli een defile van historische trams gehouden. In Brussel hoorde ik dat het defile om vier uur zou beginnen net op tijd om de trein van vijf uur terug naar Den Haag te halen, waar ik voor een verjaarsdiner werd verwacht. Na de stad in een gloeiende hitte te hebben rondgetramd belandde ik voor het zo langverbeide moment in de Koningsstraat.

Ik had het kunnen weten, met die vlaggen her en der. De straten waren afgezet met hekken waarachter niet meer ruimte was dan voor een dubbele rij mensen. Het wemelde van agenten en soldaten in alle mogelijke uitdossingen. Eindelijk drong het tot me door dat de nationale feestdag werd gevierd: de herdenking dat koning Leopold I de eed op de grondwet heeft afgelegd.

Via luidsprekers werd kond gedaan van het feit dat Zijne Majesteit Koning Boudewijn en Hare Koninklijke Hoogheid Koningin Fabiola in de staatsieauto waren gestapt voor het afnemen van het herdenkingsdefile. Via luidsprekers werd de kreet aangeheven 'Vive le roi, vive la Belgique; leve de koning, leve Belgie' (in deze volgorde). Aansluitend klonk mechanisch handgeklap. En nog een keer. Een escorte te paard kwam langs en een open auto met de vorsten, omstuwd door veiligheidsagenten en een trosje tv-cameralieden. De koning, in uniform en met de bekende Belgische pet, lachte verlegen. Fabiola zwaaide. Vanuit het publiek klonk wat geklap, een man voor mij riep 'Vive le roi'.

En weg waren zij.

Onwillekeurig moest ik denken aan het bezoek van de Russische keizerin Catharina II aan De Krim, net veroverd door vorst Grigorij Aleksandrovitsj Potemkin. De vorstin kreeg ogenschijnlijk bloeiende dorpen te zien met achter de decors niets dan ellende. De Potemkinse dorpen.

De tramparade hoe verzinnen ze het komt elk jaar achter het officiele defile aan! Maar die heb ik niet meer gezien, om vijf uurging mijn trein.

    • Sjoerd Hesselbach