Meeste fosfaat komt van varkens

DEN HAAG, 23 juli Van de totale mestfosfaatproduktie van 13,4miljoen kilo in de bio-industrie in 1989 is volgens minister Braks (landbouw en natuurbeheer) ruim vijftig procent afkomstig uit de varkenshouderij, 42 procent van pluimveebedrijven en vier procent van kalvermesterijen.

Dat blijkt uit zijn vanmorgen aan de Tweede Kamer gezonden antwoorden op bijna 130 kritische vragen over zijn mestbeleid van de afgelopen jaren en over zijn plannen voor de naaste toekomst. Om het probleem van de overtollige dierlijke mest op te lossen en om aan internationale verplichtingen inzake de maximale fosfaatbelasting van het milieu door het overmatig gebruik van kunstmest en excessieve produktie van dierlijke mest te voldoen zullen er volgens de minister in 1994 onder andere 12 tot 35 mestverwerkingsfabrieken operationeel moeten zijn. In het totaal gaat het om de verwerking van zes miljoen ton mest, terwijl de capaciteit daarvoor nu nog 200.000 ton is. In tegenstelling tot de Europese Commissie die van mening is dat de oplossing van het Nederlandse mestprobleem ook door inkrimping van de bio-industrie zou moeten worden bereikt, denkt minister Braks niet in die richting. In zijn antwoorden aan de Tweede Kamer rept hij er in ieder geval met geen woord over. Wel erkent hij dat de naleving en controle op de huidige mestwetgeving problemen oproept en beter geregeld zou moeten worden. Braks verwacht dat alle EG-landen in de toekomst tot dwingende mestvoorschriften zullen komen.

Wat betreft de nitraatrichtlijn van de EG, waarover onder de Europese milieuministers nog geen overeenstemming bestaat, zegt Braks dat die tot 'zeer ingrijpende consequenties' voor het huidige mestbeleid leidt en betekent dat voor Nederland de doelstelling van 'evenwichtsbemesting' niet in 2000 maar al vijf jaar eerder moet zijn bereikt.