Honkbaltalent uit Cuba gewild bij profclubs VS

HAARLEM, 23 juli Piet Sikma, voormalig wethouder voor sportzaken van Haarlem en nu voorzitter van het organisatiecomite van de Haarlemse Honkbalweek, schatte afgelopen week de situatie op de persconferentie wat al te simpel in. Tussen neus en lippen door vertelde hij daar dat een van de toernooideelnemers de veelvoudig wereldkampioen Cuba was. Geen woord daarbij over het feit dat het toch alweer twaalf jaar geleden is dat Cuba voor het laatst in Haarlem was. En geen woord over het feit dat Cuba door de politieke ontspanning tussen Oost en West overal elders in de wereld wel eens voor een revolutie in de honkbalwereld zou kunnen zorgen.

Terwijl er steeds meer berichten binnenkomen over Cubanen die ambassadegebouwen in Havana binnenvluchten, omdat men niet kan wachten op het moment dat ook op Cuba het roer omgaat, maken de professionele Amerikaanse honkbalclubs zich op om de Cubaanse honkbalmarkt te bestormen. De zesentwintig Major League-clubs die Amerika telt, zoeken talent. In het unieke Amerikaanse systeem, waar binnen maar plaats is voor zo'n 650 van de allerbeste honkballers ter wereld, die dan ook vrijwel allemaal miljonair zijn, is al zo'n 20 procent van de spelers afkomstig van buiten Amerika. Op Cuba zit toptalent. Dat is ook gebleken in Nederland in 1972, 1974 en 1978 toen de Cubaanse nationale ploeg aan de honkbalweek meedeed. Maar ook in het team uit Havana, dat in 1985, 1987 en 1989 meedeed aan het World Port Tournament in Rotterdam, zaten enkele toppers.

Profclubs

Een van de profclubs in Amerika, de Los Angeles Dodgers, heeft dat prima door. Ingeseind door Jim Stoeckel, coach van de Nederlandse honkbalploeg die zelf scout is voor de Dodgers, is in Haarlem ook zijn hoogste baas Ben Wade neergestreken. Wade, director of scouting, weet dat in Haarlem niet de eerste selectie van Cuba zit. Die doet mee aan de Goodwill Games in Seattle, die zaterdag van start zijn gegaan. Van daaruit reist deze ploeg ook door naar Edmonton in Canada waar van 4 t/m 19 augustus het wereldkampioenschap wordt gehouden. De Nederlandse ploeg is ook daar van de partij. Maar kenners weten dat werpers als Ivan Alvarez en Rene Arocha, korte stop Giraldo Gonzales, eerste honkman Alejo O'Reilly of catcher Lazaro Castro, die nu in Haarlem spelen, ook wel eens na de honkbalweek zouden kunnen doorvliegen naar Canada.

Allemaal potentiele klanten dus voor de profclubs, die jaarlijks twee keer zoveel geld uitgeven als bijvoorbeeld nodig is voor de totale organisatie van de Olympische winterspelen.

Sinds Fidel Castro aan de macht is in Cuba, is profsport daar verboden.

Ook is het uitgesloten dat honkbaltalent in het gehate Amerika gaat spelen. Zelfs het vriendschappelijk spelen tegen profclubs wordt veelal vermeden. Hiram Gonzalez, de begeleider van de Cubaanse club, is aanvankelijk vriendelijk en praat honderd uit over honkbal in zijn land. Maar als het openen van de grenzen ter sprake komt en daarmee de kans dat sporttalent van het Middenamerikaanse eiland elders in de wereld als prof aan de slag gaat, zoals bijvoorbeeld Russische wielrenners en basketballers en Tsjechische ijshockeyers dat al doen, dan wil hij niet meer praten. Ook Ben Wade manoeuvreert omzichtig als dit onderwerp ter sprake komt. 'Er is heel veel talent op Cuba', zegt Wade, 'met mogelijk spelers voor de absolute top. Daar is geen twijfel over. Daar willen alle 26 clubs in Amerika graag gebruik van maken. Maar we vermijden voorlopig elk contact. We hebben vanuit de regering de stricte opdracht dat we niets zullen ondernemen waardoor de verhoudingen tussen Amerika en Cuba kunnen verslechteren. Pas als de grenzen open zijn en er een overeenkomst tussen beide landen is, zullen we ons daadwerkelijk op die markt bewegen.'

Wade, die 24 jaar als werper in de Major League heeft gespeeld onder meer voor de Dodgers toen die nog in Brooklyn speelden wil wel kwijt dat zijn organisatie op scherp staat. 'Een van onze topscouts, Mike Brito, die in Mexico werkt en onder andere voor ons de absolute topper Valenzuela heeft ontdekt, gaat binnenkort met een team op Cuba spelen en zal ogen en oren goed de kost geven. Ook onze scout Pascal Camillo, die op Cuba geboren is en nu in Miami woont, kijkt van uit Porto Rico en Venezuela naar de Cubaanse markt. Zij hebben al het talent al in kaart gebracht. Maar zolang het licht niet op groen staat, zullen we niets officieels ondernemen. Ook niet in Haarlem.

Dat is ons onder de huidige omstandigheden uitdrukkelijk door de overheid verboden. Niets mag de relatie met Cuba verstoren. Daar staan we als profclubs volledig achter.'