Een paar grote beslissingen

In Italie werkt de politiek niet en zijn duizenden miljarden (lires, gelukkig!) verspild; dat is algemeen bekend. En de Belgen hebben voor alles een Vlaams en een Waals ministerie; dat moet wel inefficient zijn. Maar in de Europese bezemwagen van landen waar de overheid te duur is en te veel heeft geleend zit ook Nederland; zou dat misschien evenzo aan ons politiek proces kunnen liggen? Als buitenstaander moet je afgaan op de berichten in de media, maar ook dit jaar lijkt het erop alsof veel vergadertijd van de ministers opgaat aan gedetailleerd overleg over de financien van het Rijk. Dat is in Nederland al zo de traditie geworden, dat haast niemand zich meer afvraagt: is het wel wijs dat druk bezette ministers zo'n groot deel van de beperkte vergadertijd besteden aan het begrotingsbeleid? Helaas lijkt het erop dat de ministers nog steeds doen alsof een gemeenschappelijke vergadering van direct belanghebbenden daarover zinvol kan besluiten.

Bedrijven doen het anders: die maken in hun organisatie onderscheid tussen raad van bestuur en directeuren van divisies. De divisies stellen budgetten op; de raad van bestuur verdeelt de schaarse middelen.

Zo zou ook een kernkabinet (of alleen premier plus minister van financien) de totale budgetten moeten vaststellen. Dan houden de vakministers meer tijd om hun budget efficienter te besteden en kan het kabinet vergaderen over wetten en het grote beleid. Engeland en Duitsland doen het op die manier; tekort, staatsschuld en belastingen zijn er lager dan bij ons.

Alle uren die ministers nu besteden aan koehandel, touwtrekken, kongsievorming, lekken naar bevriende journalisten, dreigen met aftreden over de opgelegde bezuinigingen, kortom aan collegiaal overleg over de besteding van ons belastinggeld inclusief een extra 20 miljard per jaar ten laste van onze kinderen, zijn niet meer beschikbaar om te vergaderen over andere problemen.

Ik las de autobiografie van de Engelse politicus Denis Healy, onder andere oud-minister van defensie en financien, en wat opviel was hoe hij zijn tijd besteedde als minister. Bijna iedere zaterdag bleef over voor de eigen kiezers in Leeds of voor contacten elders in het land. Zo voorkomt een politicus dat hij alleen met andere politici praat. Vergaderingen van het kabinet namen veel minder tijd dan in Nederland en gingen kennelijk over controversiele wetgeving of over majeure veranderingen van beleid.

Nergens schrijft de oud-minister over nachtbrakerij omdat het zo moeilijk bleek om een paar honderd miljoen pond te verdelen over de departementen. De enige keer dat Healy en zijn collega's lang en intensief vergaderden over financiele details was in 1976, maar toen waren de problemen dan ook even ernstig als bij ons in 1980-83. Als de berichten in deze krant juist zijn, heeft het kabinet ondank salle vergadertijd het verkeerde recept gekozen voor de begroting van 1991. De ministeries krijgen geen compensatie voor de inflatieen moeten maar zien hoe ze de salarisverhoging voor de ambtenaren financieren.

Zo'n recept was vijf jaar geleden misschien zinvol, want toen bleven ambtenaren en trendvolgers wel zitten, ook bij bevroren salarissen: de werkloosheid was hoog en de economie onzeker. Die tijd is voorbij en tegenwoordig betalen groten delen van de collectieve sector te lage salarissen, blijkend uit de onmogelijkheid om vacatures te vervullen. Dat is een economische wet zonder uitzonderingen: zijn de vacatures onvervulbaar, dan moeten de salarissen omhoog, bijvoorbeeld in de verpleging, maar ook voor andere groepen.

Als volgend jaar de economische groei doorzet en daar wijzen alle voorspellingen op neemt de zuigkracht van de private sector nog meer toe en wordt het steeds moeilijker voor overheid en gezondheidszorg om personeel te behouden. De overheid moet aantrekkelijker worden als werkgever, maar dat lukt niet met de ontwerpbegroting voor 1991. Daar zal het kabinet nog spijt van krijgen. De langdurige en kennelijk diep gevoelde acties van het verplegend personeel eerder dit jaar hadden een teken moeten zijn aan de wand van de Treves-zaal, maar de vergaderende ministers hebben het niet gezien.

De miezerige bezuinigingen voor 1991 moeten nu komen uit een algeheel korten met een procent op de subsidies. Kortom, de 'kaasschaaf'. Dat worden papieren bezuinigingen. Veel beter is het om op een paar grote posten veel meer te bezuinigen dan de regering nu doet, en zo ruimte te maken voor de taken die goed moeten worden vervuld. Als dat lukt is het onbelangrijk hoe die besparingen precies neerslaan in 1991, 1992 en volgende jaren.

Hier zijn een paar grote besparingen, die natuurlijk een politieke beslissing vragen, maar dan verder de ministers de tijd en ruimte laten om de kwaliteit van hun beleid te verbeteren. Al mijn suggesties gaan uitsluitend over giften die het Rijk nu namens ons doet, maar die overbodig, inefficient en zo u wilt onrechtvaardig zijn.

1) Geen beurzen, alleen leningen voor alle eerste-jaarsstudenten. Reden: werkende jongeren betalen belasting. Waarom dan een maandelijkse gift van meer dan fl. 600 aan een student die nog geen examen heeft gehaald en zwaar gesubsidieerd mag investeren in de eigen carriere? Uiteindelijke besparing: meer dan 500 miljoen per jaar.

2) Afschaffing van de premiekoop-A-regeling. Reden: als de gemeenschap de bouw al wil stimuleren, dan is het in ieder geval inefficient om de giften te beperken tot een specifieke groep uit de middenklasse. Laten wij een fractie van die giften besteden aan salarissen voor huismeesters in de Bijlmer om zo het bestaande beter in stand te houden. Uiteindelijke besparing: 850 miljoen per jaar.

3) Indexatie van een flink deel van de staatsschuld. Reden: de inflatie is nog geen drie procent, maar de rente bijna negen procent onder andere omdat de beleggers onzeker zijn over de Duitse eenwording, de Europese munt et cetera. Iedere dag bevestigt de beursrubriek in de Financial Times dat 4,25 procent van een inflatiegarantie ook genoeg is voor de beleggers. Geindexeerde schuld is dus veel goedkoper (verschil van 9 procent en de som van 4,25 procent plus de inflatie achteraf). Uiteindelijke besparing bij omzetting van een kwart van de staatsschuld: twee miljard per jaar.

Afschaffen van deze giften aan respectievelijk eerste-jaarsstudenten, huizenkopers en beleggers levert uiteindelijk meer dan drie miljard gulden per jaar op. Dan doet het er weinig toe voor welk deel precies die besparing al in 1991 kan worden geboekt.

Liever een paar grote beslissingen die op termijn miljarden besparen, dan honderd tijdvretende twisten over het precieze financieringstekort van volgend jaar.

    • E. J. Bomhoff