Bestrijdingsmiddelen en de schone schijn van Europa '92

Verschijnen eerder verboden bestrijdingsmiddelen weer op onze markt? Dat is een essentiele vraag die zich opdringt wanneer men de EG-harmonisatierichtlijn voor de toelating van bestrijdingsmiddelen in Europa leest. Het ontwerp voor die richtlijn staat ter discussie in de milieubeweging die zich al verontrust heeft uitgelaten over de verwachte negatieve gevolgen van de richtlijn voor het milieu. Naar het zich laat aanzien zullen de Europese landbouwministers binnenkort hun handtekening zetten onder de harmonisatie richtlijn, nog voordat is komen vast te staan of de Europese Commissie het milieu nu wil beschermen of niet.

De Europese Commissie wil af van de verschillen in toelatingseisen in de EG-landen. De milieubeweging vindt echter de uitwerking van het voorstel voor de harmonisatie richtlijn onaanvaardbaar; zij past niet meer in een tijd van toenemende bezorgdheid over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Criteria voor de toelating van middelen ontbreken geheel in het voorstel. Bovendien is het duidelijk dat het terugdringen en voorkomen van milieu- en gezondheidsschade door het gebruik van bestrijdingsmiddelen geen prioriteit krijgt.

Bestrijdingsmiddelen zijn bedoeld om planten, insekten en andere levende organismen te doden. Het zijn voornamelijk zeer giftige chemische stoffen, ook voor mens en milieu.

Doordat veel gebruikte bestrijdingsmiddelen niet of nauwelijks in het milieu kunnen worden afgebroken, raken we ze niet meer kwijt.

Door het veelvuldig gebruik in de land- en tuinbouw verspreiden bestrijdingsmiddelen zich op grote schaal in het grondwater, het oppervlaktewater, in de atmosfeer en in de wereldzeeen.

Bestrijdingsmiddelen zijn aangetroffen in regen en sneeuw in de meest afgelegen gebieden. Zij hopen zich op in de voedselketen. In en op ons voedsel worden steeds vaker overblijfselen van gebruikte bestrijdingsmiddelen gevonden.

Stap terug

Landen als Denemarken en Nederland vonden de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen reden genoeg om aan te kondigen het gebruik ervan met ten minste 50 procent te willen verminderen en om alternatieve methoden te propageren. Greenpeace pleit ervoor deze plannen zo snel mogelijk uit te breiden en uit te voeren. De voorgestelde harmonisatierichtlijn betekent echter een duidelijke stap terug, waardoor het gebruik van bestrijdingsmiddelen juist zal toenemen.

Het aannemen van het voorstel van de Europese Commissie zal leiden tot milieu- en gezondheidscriteria die lager liggen dan die welke reeds geldig zijn in de meeste EG-landen. Toelating van een bestrijdingsmiddel in een van de EG-landen zal dan voldoende zijn om het middel in alle andere EG-landen toe te laten. Dit betekent dat Nederland kan worden gedwongen om eerder hier verboden bestrijdingsmiddelen weer toe te laten. Hiermee wordt het Nederlandse bestrijdingsmiddelenbeleid fors onderuit gehaald, alle bezorgdheid over het milieu van de overheid ten spijt.

De Europese Commissie wil de procedure voor het toelaten van 'nieuwe' stoffen overlaten aan het Standing Committee. Als dat gebeurt, verliezen de diverse regeringen inclusief hun parlementen en de inwoners van Europa het zicht en de controle op het accepteren van nieuwe stoffen. Het Standing Committee bepaalt de regels, terwijl de politieke beleidsorganen dat zouden moeten doen.

Het is voorts onaanvaardbaar dat de resultaten van onderzoeken naar de gezondheidseffecten van pesticiden op mens en milieu vertrouwelijk zijn. Alleen de evaluatie van dergelijke wetenschappelijke tests is openbaar, de tests zelf niet, zodat een openbare discussie over de risico's van pesticiden nauwelijks kan ontstaan. De Commissie komt hiermee tegemoet aan de producenten van bestrijdingsmiddelen, die met verve beweren dat zo'n discussie de toelating van hun produkten op de markt zou belemmeren. De gevolgen van het gebruik van pesticiden zijn veelomvattend en ingewikkeld en ze treffen een ieder; openbaarheid is daarom dringend vereist.

Strengste

Om te voorkomen dat de voorgestelde ontwerp-richtlijn Nederlandse beleidsvoornemens in de kiem smoort, is het noodzakelijk dat het Nederlandse parlement en de verantwoordelijke minister er voor zorgen dat:

1. De Europese richtlijn pas in stemming wordt gebracht als ook de toelatingscriteria voor pesticiden in de richtlijn zijn geformuleerd;

2. In de harmonisatierichtlijn de strengste van de thans in de EG-landen heersende toelatingscriteria worden opgenomen;

3. Het Europese directoraat-generaal voor het milieu, in plaats van dat voor landbouw, wordt belast met de formulering van toelatingscriteria voor bestrijdingsmiddelen;

4. De Nederlandse criteria voor toelating van bestrijdingsmiddelen, zoals verwoord in de plannen om dit middelen gebruik met ten minste 50 procent terug te brengen, ongewijzigd en zonder extra inspanning gehandhaafd en toegepast kunnen blijven.

Als Nederlandse stappen uitblijven moet worden gevreesd dat het middel van de harmonisatie van het bestrijdingsmiddelengebruik erger is dan de kwaal en dat het milieu en de gezondheid voor de zoveelste keer de dupe worden van een gedwongen harmonisatie, omwille van de schone schijn van Europa '92.