Zippo

Hij vult de handpalm bijna geheel met een aangenaam gewicht. De keukenweegschaal houdt het - half gevuld - op net een ons. De voor- en achterkant van dit exemplaar zijn gemoffeld, de zijkanten glanzend chroom. Zij laten zich meermalen daags heerlijk oppoetsen aan een manchet. Het bovenste en onderste deel van de messing doos sluiten bijna naadloos op elkaar aan, alleen de rug is geaccidenteerd met een vijf schakels tellend piano-scharniertje, het enige dat stuk kan gaan. Aan de binnenkant zit nog een vernuftig veermechaniek dat bij opening een prachtige, heldere tik laat horen. Het dient buiten gebruik de klep gesloten te houden.

In geopende stand is de reusachtige, geperforeerde schoorsteen te zien die een drassig lont beschut. Door met de duim het ruwe wieltje omlaag te drukken - een vondst uit 1515 om het kruit in een musket te laten ontploffen - slaat de vonk van het vuursteentje in het katoen, waarna een duimgrote vlam lijzig gaat dansen: 'Zip it's lit!' Wat heeft een Zippo, dat zijn bezitter de hele dag met hem doet spelen? Waar komen die hevige scheuten van paniek vandaan bij zoek-zijn of verlies, terwijl het ordinaire Poppeltje elke dag zonder pijn drie keer van eigenaar wisselt? Het is waarschijnlijk de solide paraatheid in combinatie met zijn geschiedenis. En ook zijn onverschrokken gewicht en verrukkelijke vorm, die de Fransen aanduiden met het alle ronde hoekjes in staccato omschrijvende woord 'parallelepipede'. Maar bovenal is het misschien de reuk van de vlam, die derden juist zo weerzinwekkend vinden. Die lucht van gezuiverde wasbenzine heeft de fabrikant proberen te neutraliseren met andere geurstoffen, maar hij is daarin gelukkig niet geslaagd.

Concurrentie is er niet. Imco, de blikken evenknie van weleer bestaat nog (f7,50), maar de fabrikant staat al met een been in het gastijdperk. Ronson heeft de slag twintig jaar geleden verloren met de Varaflame, een modieuze gasaansteker. Zippo staat zo goed als alleen en is verkrijgbaar vanaf dertig gulden.

Het aantal liefhebbers stijgt sinds 1985 met zo'n tien procent per jaar in een dalende groep rokers. Dit jaar heeft de Rotterdamse importeur er 12.000 verkocht tegen een paar honderd tien jaar geleden, een onverklaarde trend die zich wereldwijd voordoet. Japan is veruit de grootste afnemer. Had de fabriek in het slaapverwekkende Amerikaanse stadje Bradford (Pa) in '84 nog 300 mensen in dienst, nu stampen 1.200 man dagelijks 70.000 aanstekers de deur uit. Vraag is wanneer dat ophoudt, want George Blaisdell, de stichter van het bedrijf heeft zijn produkt voorzien van een even onzakelijke als succesvolle slogan: 'If any Zippo lighter ever fails to work we'll fix it, free'. De enkele jaren terug overleden Blaisdell was een eigenaardige man. Op een broeierige zomeravond in 1932 - hartje crisis - zat hij op het terras van de Bradford's Pennhill Country Club om een sigaretje te roken. Een vriend reikte een vuurtje aan met een Oostenrijks aanstekertje van 25 cent, een omslachtig apparaat met een koperen dop, die eerst verwijderd moest worden. 'Je ziet er zo netjes uit, 'zei Blaisdell, 'waarom koop je geen aansteker die behoorlijk toont?' Die bleek niet te bestaan en Blaisdell ontwikkelde er een, dobberend op de van oorsprong Oostenrijkse vondst. Hij doopte hem Zippo, een hommage aan de door hem meest bewonderde ontdekking van zijn tijd; de rits, the zipper.

De eerste modellen waren rechthoekig, in 1937 werd de bovenkant een beetje gerond. En zo is ie gebleven. Twee jaar later kwam er een 14-karaats gouden versie bij. In 1943 moest de fabrikant afstappen van messing en chroom, omdat die metalen te hard nodig waren voor de oorlogsindustrie. Elke Amerikaanse soldaat kreeg een stalen Zippo standaard bij zijn uitrusting, hetgeen zo'n beslag legde op de produktie dat de burger er niet meer aan kon komen. Het eerste wat de Amerikaanse krijgsgevangene aan Duitse en Japanse officieren moest afdragen was zijn Zippo. In 1946 legde Blaisdell de fabriek stil omdat hij niet tevreden was over de kwaliteit van het wieltje dat de vonk afgeeft. Het kostte hem 300.000 dollar om iets nieuws te ontwikkelen. Het nieuwe wieltje staat garant voor 73.000 vuurtjes. Nog altijd is de aansteker buitengewoon populair in het leger. Elk onderdeel laat er zijn eigen wapentje op aanbrengen. De broek van de 'zandhaas' verraadt vaak een vette plek boven de knie omdat het katoenen reservoir van de Zippo de restererende druppels bij het aftanken van de Jeep niet aankon.

Hij leent zich voor leuke spelletjes; een zwiep over het dijbeen en hij doet het. Er zijn er die vingerknippend een vlam toveren. Teleurstellingen zijn er niet; de soldaat die een Leopard I-tank over zijn Zippo zag rijden met als resultaat een twee-dimensionale tafelaansteker kreeg van de importeur een nieuwe.

Vliegeniers met een verduisterd dashboard hebben hun kist veilig aan de grond gezet dankzij hun Zippo. Er zijn verhalen te over van soldaten wier Zippo een kogel in de hartstreek deed afketsen. Boven de vlam van de aanstekers werden liters soep in helmen gekookt, voor wie het geloven wil. Die twijfel is gerechtvaardigd, want een ding is zeker; met je Zippo tank je vaker dan met je auto. Dat is geen klacht, het vullen is een fantastisch ritueel. Het lekkerst gaat dat met BlitZol-benzin, van Duitse makelij. Het ovalen blikje ligt fraai in de rechterhand. De watten in de aansteker tonen zich druppel voor druppel verzadigder. Totdat je jezelf een ware molotow-cocktail geschapen hebt: Baaff, it's lit!