'Wat kan het mij verdommen?'

'Ik ben gefixeerd door de oorlogstijd. Ik heb een trauma door de oorlog, daar ben ik me zeer goed van bewust', sprak de bewindsman openhartig. 'Mijn grootste ideaal was zoveel mogelijk moffen door hun kop te schieten. Komt door de Duitse tijd. Ik weet exact waar het zwaartepunt ligt. Niet in ons land, maar in de zogenaamde Bondsrepubliek. De Deutsche Gewerkschaftsbund bepaalt of er loonsverhogingen kunnen komen.'

Hij schoot in de lach. 'Ik heb het gevoel dat ik moet aftreden na dit interview. Maar als ik daarmee door het behang ga, dan wil ik niet eens meer minister wezen.' Nicolas Ridley, de Britse (ex-minister van handel, aan het woord, zou men denken. Het was echter zijn Nederlandse, even anti-Duitse en door de oorlog getraumatiseerde collega Henk Vredeling, toentertijd minister van defensie. Het zijn citaten uit een vraaggesprek (met Bibeb, in Vrij Nederland d.d. 31 augustus 1974), dat naar de bedaagde Nederlandse maatstaven vertaald ten minste evenveel stof deed opwaaien als het vraaggesprek dat de Britse politicus inmiddels de vroegtijdige pensionering heeft ingedreven.

Vredeling mocht blijven, al vond het langtenig geschapen deel der natie dat hij te ver, veel te ver was gegaan. Wat hij zich allemaal over Joseph Luns had veroorloofd! Die was toentertijd de secretaris-generaal van de NAVO, die in zijn vrije tijd grappen maakte waar iedereen, vriend en vijand, geweldig om moest lachen. Behalve ik. En Henk Vredeling. 'Die man irriteert me zo geweldig', zei hij tot mijn diepe vreugde. 'Als ik die vent nog een keer voor m'n voeten krijg, schop ik hem de goal in. Hij praat naar-ie verstand heeft en dat is niet veel.' Ook de partijgenoten werden niet gespaard. Joop den Uyl was een nationalist en Jan Pronk was 'een elitedenker, een corps-pik'. Iedereen was dus beledigd. Behalve, zo herinner ik mij, genoemde Pronk. Die kwam uit een ver, zonovergoten buitenland aangevlogen, waarna hij door een te Schiphol gestationeerde NOS-verslaggever om commentaar werd gevraagd. Pronk gaf het enige verstandige antwoord: 'Ik? Een corps-pik? Heeft Vredeling dat gezegd? Wel, ik denk dat hij het grootste gelijk van de wereld heeft.'

De aanwezigheid van Henk Vredeling, inmiddels helaas in de vut, was een zegen op het door witwassers, in- en uitpraters annex bootafhouders gedomineerde Binnenhof. Hij is tijdens zijn politieke carriere tot de hoogste functies geroepen minister te 's-Gravenhage, lid van de Europese Commissie te Brussel maar hield zich, in tegenstelling tot iedereen, het recht voor om gewoon te blijven zeggen wat hij dacht. Getuige een tweede, niet minder opzienbarend interview, dit keer in de Haagse Post, d.d. 21 december 1985. Andermaal kreeg die arme Joop den Uyl er van langs. Dat was 'een beste brave vent', een 'groot denker', zelfs. Behalve bezuiden Wuustwezel. 'Dan is het een kruk die slecht Frans en Engels praat.' Verder was Max van den Berg 'een soort blindganger in de politiek', prins Bernhard 'een typische mof' en de rest van de mensheid kon, wat de spreker betrof, gevoeglijk 'm'n kloten likken' (5x). Ja, het lag allemaal aan de Duitse bezetting. Vredeling heeft in die jaren noodgedwongen zoveel moeten zwijgen, dat hij zijn onbeteugelde tong sedertdien door niets of niemand aan de ketting heeft laten leggen. Aan het eind van de oorlog maakte hij, jong en gereformeerd, deel uit van een Groningse spionagegroep. Uit dien hoofde reisde hij naar het noorden, met de gedetailleerde tekeningen van de duikbootbasis in IJmuiden in zijn sokken. In Meppel betraden de Duitsers de trein. Vredeling wist zeker: het was met hem gedaan. Alleen al die doodsangst, die op zijn gezicht was geboetseerd, zou hem verraden. Toen schoot hem, terwijl de laarzen door het gangpad dreunden, een fragment van Bachs Mattheus-Passie te binnen. 'En op slag was ik van die idiote, nerveuze spanning bevrijd. Ik dacht: laat ze maar komen, wat kan mij het verdommen, ik zit hier, wie maakt mij wat?' Johann Sebastian Bach, Thomascantor te Leipzig, als bondgenoot van het vaderlandse verzet het is een meeslepende gedachte.

En wat was die Vredeling, tussen al zijn onbekooktheden door, aardig en sensibel over vrouwen! Als de mensheid het ergens van moet hebben, dan is het van hen, met hun trouw, hun ingeslepen wijsheid, hun moederlijk geduld en hun common sense al is het jammer ik parafraseer nog steeds de woorden van de geinterviewde politicus dat zij altijd zoveel over die drank zitten te zeuren. Dus werd Vredeling, aan het eind van zijn carriere, als enige man lid van de Emancipatieraad.

Wie is eigenlijk verantwoordelijk geweest voor deze uitermate verstandige benoeming? Vredeling, tegen zijn ondervrager, tijdens een nieuwe fles Beaujolais: 'De authenticiteit van huismoeders, van jonge meiden die opvang voor hun koters verlangen, daar voel ik me ongelofelijk mee verwant. Ik heb een zeer grote waardering voor vrouwen, eigenlijk meer dan voor mannen. Waarom dacht je dat ik ooit voor vier jaar in die Emancipatieraad ben gaan zitten? Met alleen maar vrouwen om me heen. Het merkwaardige is: ik heb me daar volstrekt gehandhaafd. Terwijl ik natuurlijk tegenover vrouwen net zo'n lul ben als jij. Ik ben een enorme druktemaker, maar in discussies wil ik altijd eerst weten wat vrouwen ervan vinden. Mij interesseert de mening van vrouwen. Ze hebben altijd een voorsprong. Op jou en mij.' Aldus Henk Vredeling, in die beroemde vraaggesprekken met respectievelijk Vrij Nederland en de Haagse Post. Toen de politicus even later door het gerespecteerde, maar vele malen 'stoffigere' Elsevier Magazine werd geinterviewd kwam hij plotseling heel wat bedaagder uit de hoek. Toen werd er geen enkele kloot meer gelikt, toen ging het voornamelijk over de broodnodige herstructurering van de staalindustrie benevens de noodzaak van een gemeenschappelijke visserijzone.

Slechts een keer schoot Vredeling enigszins uit zijn slof: in antwoord op de vraag hoe hij dacht over 'de Britse houding in de Europese Gemeenschap in het algemeen'. Zelfs Elsevier slaagde er niet in het antwoord van de bewindsman te versaaien. 'Engeland moet wennen', zei Vredeling. 'Het blijft natuurlijk Albion, en sommigen voegen daar een bijvoeglijk naamwoord aan toe, hetgeen mij niet zou passen.' Henk Vredeling over Europa. Hetzelfde Europa dat zijn Britse collega Nicolas Ridley 'Hij kan geen heilige koe laten passeren zonder hem rechtstreeks naar het abattoir te zenden', schreef de Daily Telegraph uiteindelijk de kop zou kosten. Twee der zeldzame politici zonder koudwatervrees, de een voor en de ander tegen de continentale cooperatie. Wat zou het interessant zijn als beide heren door een initiatiefrijk dag- of weekblad aan een tafel werden gezet teneinde gezellig over dit onderwerp te discussieren.