Vrijspraak voor Oliver North in Iran-contraszaak

WASHINGTON, 21 juli Een Amerikaans hof van beroep heeft gisteren de veroordeling van luitenant-kolonel Oliver North bij het zogeheten Iran-contras-schandaal op losse schroeven gezet.

Volgens deze rechters kunnen openbare getuigenissen voor het Congres de strafzaak beinvloeden. Tengevolge van deze uitspraak kan een onderzoek door het Congres bij nieuwe schandalen drastisch worden ingeperkt.

North, die onder president Reagan in het Witte Huis werkte, werd gisteren vrijgesproken van het vernietigen van regeringsdocumenten. North had zich er destijds op beroepen dat hij hierbij had gehandeld op bevel van hogerhand, maar de rechter in het eerste proces had bij de instructie aan de juryleden gezegd dat zo'n argument niet te zeer mocht tellen. Volgens de rechters in hoger beroep had de rechter zo'n instructie niet aan de juryleden mogen geven.

Om North te kunnen veroordelen voor de twee andere delicten, het accepteren van een gratis beveiligingssysteem voor zijn huis en het achterhouden van informatie aan het Congres, moet bewezen worden dat de getuigen niet waren beinvloed door de openbare getuigenissen van North voor het Congres. Omdat het nagegoeg ondoenlijk is een dergelijk bewijs te leveren, beschouwde de advocaat van North zijn zaak al als gewonnen. North had voor het Congres getuigd onder de voorwaarde dat zijn uitspraken niet in een gerechtelijk onderzoek tegen hem konden worden gebruikt. De lagere rechter moet alle 200 getuigen opnieuw verhoren en alle getuigenissen die zijn afgelegd voor het proces en voor de getuigenis van North ten overstaan van het Congres vergelijken met hetgeen de getuigen tijdens de rechtzitting hebben gezegd. 'We begrijpen heel goed hoe de strafrechter zwaar zal zuchten bij zo'n onderneming', staat in het vonnis. 'Zo'n procedure kan heel wat tijd, personeel en geld vergen, om alleen tot de conclusie te leiden dat een verdachte, zelfs een schuldige verdachte, niet kan worden vervolgd. Maar de grondwet vereist een dergelijke procedure.' North vervulde een centrale rol in het Iran-contras-schandaal dat speelde in de jaren 1985 en 1986. Tegen een verbod van het Congres in zorgde hij voor de verkoop van Amerikaanse wapens aan Iran teneinde Amerikaanse gijzelaars vrij te krijgen die door pro-Iraanse islamitische guerrillabewegingen in Libanon gevangen waren genomen. De opbrengst van de wapenverkoop werd gestuurd naar de guerrillabeweging van de contras, die de communistische regering in Nicaragua bestreed. Het Amerikaanse Congres had in die periode steun aan de contras verboden.

North kreeg geen gevangenisstraf opgelegd maar een boete van 150.000 dollar en de verplichting tot 1200 uur werk voor de drugsbestrijding. Zijn spectaculaire getuigenissen voor het Congres hebben hem populair gemaakt. Hij verdient veel geld aan spreekbeurten die hij in het hele land houdt. De man die boven North stond, veiligheidsadviseur Poindexter, is wel veroordeeld tot gevangenisstraf. Hij is nog vrij in afwachting van hoger beroep. De uit drie leden bestaande hogere rechtbank was verdeeld over haar verwerping van het vonnis tegen North. De president van de rechtbank, die door president Carter was benoemd, vond in tegenstelling tot de twee rechters die hun baan aan president Reagan hadden te danken, dat Oliver North wel een 'eerlijk proces' had gehad.