Volleybalteam levensdoel van Ron Zwerver

AMSTELVEEN, 21 juli Zelfs van zijn vader kreeg Ron Zwerver laatst het advies nu eens aan zichzelf te denken. Luister pa, zei de volleyballer en legde nogmaals uit waarom hij tot na de Olympische Spelen van '92 bij het Nederlandse team blijft en genoegen neemt met de modale maandelijkse vergoeding van de bond. Maar anderen die hem op verjaardagen en wandelend op de Albert Cuyp vragen waarom hij niet al lang voor het grote geld in Italie heeft gekozen krijgen geen antwoord meer. 'Ik heb nu eenmaal dat droombeeld', aldus Zwerver. 'Dat is voor de meeste mensen waarschijnlijk moeilijk te begrijpen.' Vier jaar geleden werd met Arie Selinger de route uitgestippeld die moest leiden tot een topprestatie van het nationale volleybalteam in Barcelona '92. Inmiddels hebben de geestelijke vader zelf en liefst vier basisspelers de cirkel doorbroken, Posthuma speelt al in Italie, Blange na het komende wereldkampioenschap ook, Zoodsma hoopt op een gouden toekomst in Munchen en gisteren kondigde Grabert zijn vertrek aan. Ron Zwerver, begeerd door iedere zichzelf respecterende manager in Italie, heeft zich er nog steeds niet door laten beinvloeden. Hij zet de strijd voort en zegt ook niet boos te zijn op de 'afvalligen'. 'Ik ben wel teleurgesteld dat ze anders denken dan ik. Maar ik moet accepteren dat niet iedereen hetzelfde karakter heeft.' De aankondiging van spelverdeler Peter Blange dat hij het team ook de rug gaat toekeren betekende verleden week een klap voor Zwerver. De twee zijn jaren kamergenoten op de vele trips met Oranje. Ze hadden een speciale band met elkaar. Maar Zwerver moest het nieuws over 'zijn maatje' via de televisie vernemen. Hij vroeg de ploegleiding meteen of hij tijdens de finale van de World League, afgelopen weekeinde in Osaka, bij een andere speler, Avital Selinger, op de kamer mocht slapen. 'Ik voelde me belazerd, ja.'

Blange zocht Zwerver daarna op en legde hem de redenen van zijn beslissing uit.

Sleur

Blange klaagde erover dat hij het Nederlandse team als een sleur is gaan ervaren, elke dag dezelfde gezichten, dezelfde zaal en dezelfde oefeningen. 'Sommigen worden daar gek van. Ik niet', vertelt Ron Zwerver. 'Je kan voor jezelf van elke oefening een spel maken. Eigen regeltjes opstellen. Natuurlijk maak ik ook weleens een mindere periode door. Wie niet? Maar het is nooit zo extreem als bij Peter. Die had er soms moeite mee om naar de training te gaan. Dat gevoel ken ik niet. Ik heb hem gevraagd hoe ik hem weer een lekker gevoel op de training kan geven. Helaas was er niets meer aan te doen.' Zwerver sprak ook met een andere basisspeler, Rob Grabert die twijfelde of hij bij de ploeg moet blijven. De beslissing viel uiteindelijk in het nadeel van het volleybalteam uit. Grabert ziet door alle mutaties binnen het team minder perspectief. Voor hem betekende het vertrek van Blange 'de druppel'. Hij zal binnenkort de keuze moeten maken of hij topvolleybal wil blijven bedrijven of dat hij zijn studie voorrang geeft. Zwerver: 'Ik wilde er alles aan doen om Grabert erbij te houden, maar hij moest daar dan zelf wel helemaal achterstaan. Een speler moet happy zijn.' Ron Zwerver voelt zich in ieder geval nog wel gelukkig bij Oranje. Bij hem lijkt de hypnose van Arie Selinger het langst door te werken. Hij is nu nog met Edwin Benne als enige over van de oorspronkelijk basiszes. 'Ron is', maakt Grabert duidelijk, 'altijd meer dan wie ook het gezicht van het team geweest. ' 'Als de ideale speler bestaat is Zwerver er heel dichtbij', zei Selinger jaren geleden al.

De oude meester heeft vaak verteld over zijn eerste ontmoeting met Zwerver. De speler zat toen te huilen na een verloren wedstrijd. 'Ik wist meteen: dit is 'm', aldus de coach. 'Ik vond het', zegt Zwerver een jaar na het vertrek van Selinger naar Japan, 'vervelend dat ik met Arie door het taalprobleem geen diepgaande gesprekken kon hebben. Dan ben ik met Harrie Brokking (opvolger van Selinger, red) beter af. Maar ik heb diep respect voor Arie. Hij heeft tot nu toe in alles gelijk gehad.' Selinger heeft ook gesteld dat de spelers na de Olympische Spelen van Barcelona in het buitenland nog meer zouden kunnen verdienen dan ze nu aangeboden krijgen. En Ron Zwerver gelooft daar heilig in. Bij hem staan momenteel de gulden-, lire- of dollartekens nog niet in de ogen, maar straks des te meer. Na '92 wil hij oogsten. 'Dan wil ik mijn inspanningen van jaren in geld zien vertaald. Nu ben ik nog tevreden met wat ik van de bond krijg. Ik verdien toch meer dan wanneer ik van negen tot vijf op een kantoor zou zitten.'

Vet contract

Zwerver hoopt na Barcelona op 'een vet contract voor een jaar of vier' bij een Italiaanse topploeg. Indien hij nu al naar het beloofde land zou vertrekken verwacht hij de druk die bij een club op een duur betaalde buitenlander staat nog niet voor lange tijd aan te kunnen. 'Dan kom je misschien in een situatie terecht waarin je elk jaar van ploeg veranderd. Voor zo'n slavenhandel voel ik niets. Jan Posthuma heeft met zijn club de play-offs in Italie niet gehaald. Dat betekent dat hij zijn stempel niet op het spel heeft kunnen drukken.'

Hij zegt voor het maken van de grote sprong de beste 'opleiding' bij het Nederlandse team te krijgen. 'Juist door het vertrek van belangrijke spelers zal er nu nog meer verantwoordelijkheid bij mij terechtkomen.' Zwerver denkt dat hij door zich aan zijn woord te houden dat hij tot en met '92 bij Oranje blijft het vertrouwen kan winnen van clubmanagers. Dat vindt hij belangrijk. 'Ze weten straks dat ze op me kunnen bouwen. In gesprekken die ik met Italiaanse clubs heb gehad werd al gezegd dat men mij een goed karakter vindt hebben. Ik hecht veel waarde aan het respect van anderen.'

Door goed naar zijn ploeggenoten te kijken en te luisteren probeert Zwerver ook buiten het veld veel op te steken. Hij zoekt regelmatig Avital Selinger, de aanvoerder en zoon van Arie, op. Die is nog gekker dan ik. We denken over veel zaken hetzelfde', zegt Zwerver. 'Avi is de soldaat uit Israel. Hij is rechtlijnig. Rob Grabert is weer heel anders, echt Nederlands. Hij denkt niet alleen aan volleybal, maar ook aan zijn studie. Ik pak een beetje van Avi en een beetje van Robbie.'

Vertrouwen

Zwerver zegt alleen de nationale selectie voor 1992 te zullen verlaten als hij zou merken dat de ploeg uit de wereldtop gaat verdwijnen. 'Dan wordt het ook mijn tijd.'

Ook na het vertrek van Zoodsma, Blange en Grabert is hij daar nog niet echt bang voor. 'We zullen eerst achteruit gaan, natuurlijk. Nu Rob ook nog weggaat weer meer', weet Zwerver. 'Maar ik heb vertrouwen in de spelers op de bank, Martin van der Horst, Avital en de nieuwe jongens. Als ik hun op de training bezig zie put ik daar moed uit. De nieuwelingen hebben het voordeel dat ze ons als voorbeeld kunnen nemen. Ze zullen dus sneller een bepaald niveau bereiken. Dat zie je aan Henk-Jan Held (opvolger van Posthuma, red). Wij hadden toen we met Arie begonnen geen vergelijking.' Zwerver is er van overtuigd dat het huidige systeem waarin de internationals alleen bij het Nederlands team trainen en spelen nog steeds het beste is. 'We waren destijds gewoon twaalf gekken die een programma gingen afwerken. Maar je kon ons niet echt een talentvolle ploeg noemen. Talentvol zijn de Italianen en de Cubanen. Die zijn enorm atletisch. Wij zijn veel beperkter met ons lichaam. Toch hebben we binnen korte tijd onvoorstelbaar veel bereikt. Dat is het grote bewijs.' De referenties van Ron Zwerver, 23 jaar en twee meter lang, zijn nu al uitstekend. Hij werd met Nederland derde bij het EK en tweede in de World League. Bij dat laatste evenement werd hij afgelopen weekeinde tevens tot beste aanvaller uitgeroepen. Een goede klassering bij het WK in oktober en vooral bij de Spelen over twee jaar moeten Zwerver uiteindelijk zijn droomtransfer bezorgen. Alleen een blessure zou nog roet in het eten kunnen gooien. Zwerver kampte het afgelopen jaar met problemen aan beide knieen, maar het gaat volgens hem nu weer goed. 'Ik denk er gewoon nooit aan dat ik na '92 weleens mijn poten kan breken', zegt Zwerver. 'Maar als zoiets gebeurt zou ik me toch geen schlemiel voelen of zo. Dit Nederlandse team is namelijk het doel van mijn leven. Hier ben ik groot gemaakt. Net zoals de andere jongens. Die zijn daardoor veel geld waard geworden.'