Teun van Vliet

Teun van Vliet (28) moest enkele maanden geleden op medisch advies zijn loopbaan als beroepswielrenner beeindigen. Begin dit jaar onderging hij een zware darmoperatie, die hem belet door te gaan als topsporter. Van Vliet, sinds 1984 professional, maakte in 1985 zijn entree in de Tour de France. In 1988 droeg hij drie dagen de gele trui. In de Tour, die morgen eindigt, was hij gast van radio Veronica, waarvoor hij enkele interviews deed.

Donderdag 12 juli

Vanmorgen ben ik om ongeveer kwart voor negen opgestaan. Tot elf uur beneden in de lounge van het hotel gezeten, kopje koffie gedronken. Met Jacques de Krom en Jeroen Wielaert van Veronica naar het vertrek van de etappe gegaan. Een beetje door het promo-dorp gelopen, handen geschud, met renners gebabbeld. Het is de dag van de tijdrit van St. Etienne naar Villard-de-Lans. Iedereen heeft daardoor vandaag tijd om te praten. Ik ben met de ploegleidersauto van Panasonic meegereden, Guy Nulens gevolgd. Bij de aankomst ben ik naar het tv-podium gegaan waar Adriano de Zan van de Italiaanse televisie me wilde interviewen. Ik praat gelukkig een beetje Italiaans. Hij vroeg me wie de tijdrit zou winnen. Ik zei meteen: Breukink. Een week geleden heb ik al in mijn column in De Stem gezegd dat Breukink de Tour zou winnen. Later mijn vrouw ontmoet die met de vrouwen van Erik Breukink, Gert Jakobs en Peter Winnen een paar dagen naar de Tour is gekomen. Vervolgens naar de perszaal voor de column voor De Stem en het dagboek voor NRC Handelsblad.

Iedereen kent me nog in de karavaan. Velen zijn verrast me in een andere gedaante te zien. Ze weten niet wat er met mij aan de hand is geweest. Levert toch leuke gesprekken op. Ik moet het verhaal over mijn ziekte en de operatie heel vaak vertellen en dat ik een nog een tijdje een stoma moet dragen. Ik vind het niet vervelend. Ik leg het liever uit dan dat er weer allerlei geruchten in het peloton de ronde doen.

Ik merk dat ik het leuk vind in de Tour te zijn. Ik was weliswaar goed hersteld van de operatie. Maar ik zat maar thuis, 's morgens een kop koffie en een krant. Maar dan zit je dan als jonge vent van 28 om elf uur 's morgens voor je uit te kijken. Ik ben niet het type om de hele dag op m'n platte kont te gaan zitten. Ik heb geen hobby's als tuinieren. Ik ben hardstikke blij met de aanbieding van Veronica om met hen programma's in de Tour te maken. Daardoor kreeg ik weer allerlei columns. Het is leuk oud-collega's te zien en tussen journalisten te lopen die ik al zoveel jaren ken. Op Alpe d'Huez zag ik voor het eerst al die mensenmassa's. Als renner was je je daar niet van bewust. Ik merk nu dat je als topsportman een bevoorrecht mens bent. Al die mensen die bij de Tour behoren, zijn er voor het wielrennen. Terwijl er maar 200 renners zijn. Iedereen heeft elkaar nodig. Ik ben ervan geschrokken hoeveel mensen bij de finish lopen. Zeker veertig procent te veel. Allemaal invite's en juist op een plek waar journalisten moeten werken. Die mensen horen daar niet. 's Avonds met Bill Archibald van Oakley-zonnebrillen in Grenoble gaan eten. Om half een terug in het hotel. Nog een uurtje op het terras gezeten. Toen toch maar naar bed gegaan. Ik moest de kamer delen met Jeroen. Ik heb slecht geslapen omdat mijn kamergenoot lag te snurken. Ten einde raad heb ik hem op zijn zij gegooid en geroepen: 'He, wakker worden. Ik word gek hier.'

Vrijdag

Het is rustdag. Rond kwart voor tien opgestaan en naar mijn andere kamer gegaan. Daar lag Leo van Vliet (oud-wielrenner, maar geen familie). Om een uur of twaalf met de Veronica-jongens naar het hotel van de ploeg van Post gegaan. Even met de renners gekletst. Ik voelde meteen aan hoe het is om coureur te zijn. Er heerste een slechte stemming. Ja, wat wil je, als de prestaties slecht zijn wordt op alle slakken zout gelegd. Maar het zijn mijn problemen niet meer. Ik voel me nauwelijks meer betrokken, het zijn gewoon mijn oude ploegmakkers. Om vier uur naar het PDM-hotel gegaan. Was erg gezellig, lekker in het gras gezeten, met de vrouw en de dochters van ploegleider Jan Gisbers gekletst. Ik werd uitgenodigd met mijn vrouw mee te eten met de PDM-ploeg. Die hadden speciaal een restaurant gereserveerd. Toch weer rennersvoer gegeten. Maar het was weer lekker, ik had het een tijd niet gehad. Eerst salade dan kip met spaghetti. Champagne en wijn erbij, ja ook de renners. Schijnbaar niet zo slecht als je de prestaties bekijkt. Er heerst een ontspannen sfeer. Groot verschil tussen PDM en Panasonic. Als ik dat zo zie, dan denk ik: dan kan dus ook op een andere manier. Er is veel meer mogelijk. De rust straalt er vanaf. Ze weten dat ze met volwassen mensen werken. Toen ik bij Post was, werden we behandeld als jongetjes van zestien jaar.

Om halftwaalf terug in het hotel. Vlakbij was in een groot stadion met een prachtig vuurwerk, ben ik nog even naar gaan kijken. Met een paar mensen van de radio nog een colaatje op het terras gedronken. Om halfeen naar bed. Maar diep in de nacht kwam de andere Van Vliet, Leo, mijn kamer binnengeslopen. Ik dacht dat hij naar huis was. Moesten we het bed delen. Was leuk. Ouderwetse kamergenootjes.

Zaterdag

Quatorze juillet. Kwart voor elf weggegaan omdat we op tijd moesten zijn voor de start wilden we niet op de reclamekaravaan stuiten. In Villard-de-Lans waar de start was, even door het dorp gelopen, op een terrasje gezeten, ijsje gegeten. Veel Hollandse mensen die een handtekening wilden en vroegen hoe het met me was. Leuk dat ik dat nog mag mee maken. Het had ook anders met me kunnen lopen.

In de koers iets geks meegemaakt met de auto van een Spaans televisiestation. Ik reed de Veronica-jeep. De chauffeur wilde me voorbij, claxonneren, groot licht op. Daar had ik geen zin in. Uiteindelijk heb ik hem voorbij gelaten. Toen ben ik hem gaan pesten, ook gaan claxonneren. Hij ging toen echt fouten maken, reed bijvoorbeeld in een dorpje autos's tegen de dranghekken. Het bleek Ocana, oud-Tourwinnaar, maar hij moet niet denken dat hij alles mag. Later hoorde ik dat hij al veel ongelukken op zijn geweten heeft in de Tour-karavaan. Ik vond het heerlijk me eens even uit te leven in zo'n Nissan Terrano met een Ferrari-motor erin. Ik heb Ocana na de wedstrijd de hand geschud en gezegd: het was een mooie wedstrijd.

Bij kilometer 92 kunnen de volgers wat eten en drinken. Leuk, zie je bekende mensen uit de oude tijd. Fred Debruyne en Raphael Geminiani vertelden verhalen uit de oude doos. Aan de finish in St. Etienne bij de NOS-televisie op de monitor het slot van de koers gezien. De sprint tussen Breukink en Chozas was er een van twee strijkijzers. Vandaag heb ik gezien dat Delgado slecht rijdt. Breukink bevestigt mijn stelling dat hij de Tour gaat winnen. Hij wordt steeds sterker. Ik denk dat hij in de tijdrit zal toeslaan. Iedereen roept dat ik gek ben. Hij is rustiger geworden bij Gisbers. Bij Post was er altijd paniek als iemand ziek werd. Gisbers zegt: rustig maar, we gaan het even uitzoeken. Bij Post werd Breukink eerst op de troon gezet en vervolgens bij de vuilnis. Post had zo'n jonge renner nooit mogen ruilen tegen Rooks en Theunisse.

Toen ik het podium afging begon een Fransman te duwen. En die Fransen zijn al zo vreselijk vervelend tijdens de Tour. Ik heb hem in het Nederlands even de huid vol gescholden.

We moesten nog ver rijden naar ons hotel in Lyon. Voor het eten een biertje gedronken. Ik probeerde een glas van een liter, maar die kreeg ik niet leeg. De alcohol kwam hard aan omdat ik de hele dag niet had gegeten. Restaurantje opgezocht. Tijdens de maaltijd veel gepraat over onderwerpen die ik kan doen voor ons radioprogramma van dinsdagavond. Twaalf uur terug en meteen naar bed. Daar was ik wel aan toe na zo'n hete dag.

Zondag

Al om acht uur op. Gewacht op mijn collega's, want ze waren weer eens te laat. Daardoor hebben we ons verschrikkelijk moeten haasten om op tijd bij het vertrek in Le Puy te zijn. We moesten zeker 150 kilometer rijden, haalden we dus niet. Daarom moesten we achter het peloton gaan rijden. Ik mocht even achterop bij de motorrijder van fotograaf Cor Vos. Bij de bevoorrading weer in de auto gesprongen. Ik wilde toch het peloton voorbij rijden, maar dat lukte niet op die bochtige wegen. We bleven iedere keer hangen tussen de ploegleidersauto's achter het peloton en tussen al die auto's van de pers. Toen we er eindelijk langs dachten te komen, werden we opgehouden door een wagen met gasten van de Tour-directie die door oud-wereldkampioen Stablinski wordt bestuurd. Zo'n arrogante Fransman die het rijk alleen wil hebben. Toch zijn we er na enig gevloek voorbij kunnen komen.

Mooie vrouwen aan de kant van de weg, rapportcijfers gegeven. Toen als een speer naar de aankomst in Millau om de laatste vijftien kilometer te kunnen zien op de televisie. Mooie koers. Velen schrokken toen Breukink LeMond en Delgado moest laten gaan. Ik niet, ik wist dat hij op eigen tempo terug zou komen.

Na de finish nog wat met Euro Sport gedaan. Ik moest wat informatie geven en de renners aanwijzen. Ik kan ze herkennen aan hun postuur en houding. Dan weet Tom Blom, de man die 's avonds laat in Engeland de beelden moet becommentarieren, waarover hij het heeft.

Toen naar de perszaal gegaan, was nog een heel eind naar beneden, bovendien raakten we vast in het verkeer. In de perszaal een interview voor ons programma gemaakt met Peter Ouwerkerk van Het Vrije Volk en de GPD. Die doet voor de twintigste keer de Tour. Ik heb gevraagd of hij het nog doet omdat hij het leuk vindt of gewoon omdat het zijn werk is.

Na de gebruikelijke afspraken met journalisten zijn we naar ons hotel gegaan. Was meer dan honderd kilometer terug, in Mende. Werd dus racen om nog tijd te kunnen zijn voor het eten. Lukte niet, dus onderweg om negen uur gestopt. Lekker en goedkoop gegeten. Kwart voor elf in hotel. In Mende was het noodweer geweest, de straten stonden blank. Was ons en de coureurs gelukkig bespaard gebleven. Doodmoe van zo'n verschrikkelijke dag naar mijn kamer gegaan. Even mijn vrouw gebeld, die weer thuis was. Iedereen was gezond, ook de kleine. Dat gaf me weer moraal.

Maandag

Ik werd op een verschrikkelijke manier wakker. Of het brandalarm afging, maar het was de telefoon. Het was alsof het midden in de nacht was, maar het was acht uur. Weer honderd kilometer rijden naar de start in Millau, over slingerende weggetjes. We waren op tijd. Even een kopje Cafe de Colombia gedronken. Dan schrik je wel wakker. Dan sta je de eerste drie uur te trillen. Als wielrenner dronk ik het ook voor de start, maar dan had je na een uurtje al de agressie er wel weer uitgefietst. Bij kilometerpaal 92, de dagelijkse tussenstop voor de volgers, was witte bonen het hoofdgerecht. Daar ben ik met een nieuw soort tijdverdrijf begonnen, het verzamelen van speldjes over de Tour de France. Aan de finish in Revel heb ik geprobeerd een reportage te maken over fotografen, met Jacqueline de Haas. Maar ze had niet veel tijd, was ontzettend druk. Later in de perszaal lukte het gelukkig wel. Het was een verschrikkelijke hete dag. Je kunt beter in de auto zitten dan op de fiets met dat weer, in de auto kun je het raam opengooien. Over het algemeen hebben de renners het beter dan wij, denk ik weleens, maar in die hitte of in de regen balen ze verschrikkelijk. Dan is het toch een hard vak. Ik heb nog niet gedacht: blij dat ik niet op de fiets zit. Ik had er toch heel graag bij willen zijn. We horen dat de Tour-directie ons via de Tour-radio een berisping heeft gegeven voor ons rijgedrag van zondag. We zijn toen te lang tussen de ploegleiders blijven hangen. Was niet onze schuld, maar die van Stablinski. Die heeft natuurlijk ons nummerbord doorgegeven aan de wedstrijdleiding. 's Avonds stukjes gemaakt voor ons programma van morgen. Na het eten direct naar bed gegaan. Ik was echt moe en morgen wachtte de zware Pyreneeen-etappe naar Luz-Ardiden, we moesten om zeven uur op.

Dinsdag

Vanaf Blagnac, de startplaats, zijn we zijn voor het peloton uit gaan rijden. Bovenop de Tourmalet zijn we gestopt, hebben we lekker in de zon in het gras gelegen. Net voor de eerste renners zich meldden, zijn we als een speer naar beneden gereden en vervolgens naar de top van Luz-Ardiden. Wat we daar meemaakten was verschrikkelijk, een heksenketel met al die Baskische toeschouwers, we konden nergens de auto kwijt. Breukink verliest vier minuten op LeMond. Verschrikkelijk jammer voor hem. Ik ben naar hem toe gegaan, ben in de ploegleidersauto bij hem gaan zitten en heb een arm om hem heen geslagen. Hij probeerde wel te relativeren, maar als oud-renner weet ik dat je op dat moment teleurgesteld bent, zeker als je hoog in het klassement staat. Ik herinner me nog 1987, toen ik als eerste over de Aubisque reed en vlak voor de top van Luz-Ardiden werd ingelopen. Ik heb nog naar de plek gezocht waar Parra en Herrera me inhaalden. Maar ik realiseerde me dat ik op dat moment niets gevoeld en gedacht heb, zo uitgeput was ik.

Naar beneden was tien keer erger dan naar boven. Hoe kom je snel mogelijk naar beneden, langs de karavaan van volgers, ploegleidersautos's, reclameauto's en toeschouwers? Een helse race was het. We moesten zo snel mogelijk in Lourdes zijn voor het programma van Veronica Sport, dat om zeven uur begon in het hotel van PDM. Daarom ben ik met een PDM-auto meegereden. Tussen Luz en Lourdes stond een grote file van veertig kilometer. We moesten constant links van de weg rijden. Toch waren we pas om kwart over zeven op de plaats van bestemming. Wielaert kwam met onze auto pas om kwart voor acht aan. De Krom, die voor het programma bij Panasonic was, was gelukkig al om tien voor zeven aangekomen. Anders was het hele programma in de soep gelopen.

Na de uitzending hebben we geprobeerd een restaurant te vinden. Dat was verschrikkelijk. Het was een grote kermis. Dat is het normaal al in Lourdes, maar met al die Tour-volgers was het nog erger. Voor veel geld junk-food gegeten. Ik kwam Dominique Arnaud tegen, de Franse ploeggenoot van Delgado. Hij zei dat hij op zoek was naar het mirakel om goede benen te krijgen. Bleek de volgende dag dat hij kilometers alleen voor het peloton uitreed. Daar snap ik dus niks van. Zeker lang met zijn benen in het water gezeten. Terug naar Pau, waar we sliepen. Om een uur lag ik doodvermoeid in bed. Nog even mijn vrouw gebeld, want dat hoort erbij.

Woensdag 18 juli

Begonnen met het ochtendprogramma van Bart van Leeuwen van zeven tot negen. Even verteld van mijn ontmoeting met Arnaud. Toen naar de start gegaan, maar De Krom was onvindbaar. Daardoor kwamen we te laat en moesten we een kilometer na de startlijn op het parcours parkeren. Dus een kilometer terug moeten lopen. Toen we moesten vertrekken was Wielaert er nog niet, want die moest nog een uitzending doen door de telefoon. Toch maar weggereden. Vijf kilometer verder hebben we gewacht en bleek Jeroen noodgedwongen bij de auto van Omroep Brabant te zijn ingestapt. De koers gevolgd tot over de col de Marie-Blanque, vervolgens binnendoor gegaan om voor de renners aan de finish in Pau te komen. Nog een paar speldjes verzameld. Ik heb er zelf niets aan, maar ik weet dat ik een neefje er ontzettend veel plezier mee doe. Na de aankomst van de renners weer naar de perszaal en vervolgens naar Tour-directeur Leblanc. Hij zou gedreigd hebben dat we uit de koers gezet worden. Bleek niet waar. Onze jeep was een beetje hoog, zei hij. We hebben er samen vrolijk een glas champagne op gedronken.