Suriname went slecht aan zakelijkheid in relatie

PARAMARIBO, 21 juli Bezoeken van Nederlandse ministers en andere politici aan Suriname zijn nooit rimpelloos verlopen. Toenmalig minister De Koning werd tien jaar geleden zelfs enkele uren in zijn hotel door een paar heethoofden ('De Koning, Suriname is geen pot met honing') gegijzeld. Minister Pronk is vandaag vertrokken voor een 'orienterend' bezoek aan de voormalige rijkskolonie. Een agenda is er eigenlijk niet. Het inhoudelijke beleidsoverleg werd vorig jaar in Den Haag en dit voorjaar in Paramaribo al gevoerd.

Nog voor Pronk voet aan de grond heeft gezet op de luchthaven Zanderij is vanuit Paramaribo al duidelijk gemaakt dat de Nederlandse bewindsman op een pittig onthaal kan rekenen. Vice-president Arron haalde vorige week uit tijdens een vergadering van de Nationale Assemblee. Volgens hem stuurde Nederland de Surinaamse verdragspartner 'de woestijn in' door nieuwe voorwaarden te stellen aan de hulp. Arron reageerde op een recente brief van Pronk aan de Tweede Kamercommissie voor ontwikkelingssamenwerking, waarin hij sprak van een 'restrictief' beleid ten aanzien van Suriname. Voor nieuwe ontwikkelingsprojecten moeten Nederland en Suriname niet alleen 'beleidskaders' per economische sector overeenkomen, maar ook is overeenstemming vereist over een adequaat economisch aanpassingsprogramma. En in dit laatste zit voor Paramaribo de angel. Tweeeneenhalf jaar lang is de nieuwe burgerregering, die na verkiezingen in november 1987 de macht van de militairen overnam, elke ingrijpende beslissing over sanering van de kreupele economie uit de weg gegaan.

In Den Haag is met verbazing op Arrons uitspraken gereageerd. Van een nieuwe voorwaarde is geen sprake. In maart van dit jaar bleek tijdens een kamerdebat over Suriname dat een aanpassingsprogramma voor Nederland een conditio sine qua non vormt. Pijnlijk voor Pronk is wel dat hij feitelijk is teruggefloten door de Tweede Kamer, die vond dat de PvdA-minister 'een brug te ver' was gegaan. Pronk zelf voelde wel voor een projectmatige hulpverstrekking, vooruitlopend op een uitgewerkt programma voor sanering van de nationale Surinaamse economie. In de Kamercommissie voor ontwikkelingssamenwerking en met name bij haar voorzitter Aarts (CDA) is het wantrouwen gegroeid tegen de 'oude' politieke leiders in de frontregering, die kool en geit wil sparen in de van etnische gevoeligheden zo vervulde Surinaamse samenleving. Pronk zelf gaf enkele maanden geleden ook al blijk van een groeiende aversie tegen de burgerpolitici in Paramaribo, die dezelfde zijn van voor de militaire coup van 1980. 'De politici van nu in Suriname zijn wellicht niet de juiste mensen die kunnen helpen om Suriname economisch weer een behoorlijke toekomst te geven' liet hij zich voor de radio ontvallen.

Ook Pronk wil druk op de ketel houden om Paramaribo te dwingen tot economische sanering. Met het oog hierop zal de door Pronks voorganger Bukman in 1988 in gang gezette overbruggingshulp worden gestaakt, zodra de beschikbare fondsen zijn verbruikt. Het doel van deze hulp is te voorzien in primaire behoeften alsmede grondstoffen en reserve-onderdelen voor bedrijven, in afwachting van de hervatting van de structurele hulp. Er zijn nog enkele tientallen miljoenen guldens hiervoor beschikbaar. Op het punt van de overbruggingshulp kan Pronk kritiek verwachten van Suriname. Paramaribo meent dat Nederland debet is aan de uiterst trage afhandeling door voor de aanschaf van de hulpgoederen tussenkomst van het Nederlands Inkoopcentrum (voorheen Rijksinkoopbureau) op te leggen. Den Haag vindt op haar beurt dat Suriname zelf schuld heeft aan de trage procedures.

Arrons kritische woorden in de Nationale Assemblee zijn in politieke kringen in Paramaribo weliswaar opgevat als een poging de eigen besluiteloosheid te maskeren, maar het 'restrictieve' Nederlandse beleid heeft toch vrij algemeen zware irritatie gewekt. De grootste Surinaamse werkgeversorganisatie VSB, die wel steeds voor een grondig economisch saneringsprogramma heeft gepleit, meent dat Den Haag zich bevoogdend opstelt. Tegen alles wordt 'neen' gezegd, zo heet het. VSB-voorzitter en bankier J. Brahim gaf deze week in de Surinaamse pers uitvoerig blijk van zijn ongenoegen. Volgens hem kan Nederland geld ter beschikking stellen voor projecten die niets met politiekgevoelige overheidsbeslissingen ten aanzien van economische aantasting te maken hebben. Hij noemde ondermeer infrastructurele werken (havens, wegen) en een investeringsfonds voor de particuliere sector. De Surinaamse werkgevers, die de bedrijvigheid gaandeweg zien verdwijnen, zullen Pronk onder ogen brengen dat de Surinaamse regering deze maand een uitgebreide delegatie van EG-deskundigen heeft ontvangen, die op korte termijn advies zal uitbrengen over een economisch aanpassingsprogramma. Een eerste stap die voor Den Haag aanleiding zou moeten zijn over de brug te komen. 'De Surinaamse regering zal zich niet meer aan de EG-aanbevelingen kunnen onttrekken', meent Brahim, die geldt als Surinames meest gezaghebbende econoom.

De Surinaamse gesprekspartners, onder wie de politieke leiders, vakbeweging en werkgevers, zullen hun argumenten, over het hoofd van Pronk heen, vooral willen richten tot de Tweede Kamercommissie voor ontwikkelingssamenwerking. De bewindsman zelf heeft met de hete adem van de parlementariers in de nek nu eenmaal weinig manoeuvreerruimte.

Toenmalig minister Bukman introduceerde twee jaar geleden bij het herstel van de (na de december-moorden van 1982 verbroken) ontwikkelingsrelatie met Suriname een 'nieuwe zakelijkheid', die voor andere landen al langer geldt. Voor Paramaribo, gewend aan de gemoedelijke sfeer waarin besluiten voorheen altijd werden genomen, was het een psychologische schok. En nog steeds heeft men er grote moeite mee. Pronk kent de Surinaamse politici door en door, want hij was ten slotte ook ten tijde van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 al minister van ontwikkelingssamenwerking. Zij zullen hem met de bekende Surinaamse innemendheid net als toen proberen te bespelen. Maar de tijd van het doen van concessies vanaf de vliegtuigtrap op Zanderij is definitief voorbij.