Spanning in EMS bedreigt voortgang van rentedaling

UTRECHT, 21 juli De derde week van de Duitse monetaire unie had een goede start, maar spanningen binnen het Europees Monetair Stesel (EMS) betekenden een keerpunt in de rente-ontwikkeling.

De goede start was te danken aan de Amerikaanse centrale bank die eind vorige week om ongewone redenen tot verlaging van haar funding-tarief was overgegaan. Een tweede oorzaak van het aanvankelijk optimisme voor met name de Duitse obligatiemarkt was wellicht het akkoord tussen Kohl en Gorbatsjov over het NAVO-lidmaatschap en financiele hulp aan de Sovjet-Unie.

Een gevolg van deze zich ook tot de Duitse en Nederlandse geldmarkten uitstrekkende euforie was de noodzaak tot interventie binnen het EMS. In het bijzonder gold dit voor de gulden die vanaf maandag de onderste plaats van de Franse frank had overgenomen, met de Spaanse peseta als tegenhanger. De D-Mark bleef ondanks een vrij opmerkelijke geldmarktverruiming door de Bundesbank buiten de directe gevarenzone en noteerde tegenover de gulden ruim boven de spilkoers van fl. 1,1267. Voor De Nederlandse Bank zat er niets anders op dan de speciale beleningsrente te verhogen.

Wellicht mede om extra tegengas te geven tegen de uitspraak van de Franse minister van Financien als zou de Franse rente omlaag kunnen, werd het tarief met wel 0,2 procentpunt tot 8 procent verhoogd. Het meevallende inflatiecijfer in Frankrijk gedurende de maand juni (0,2 procent, overeenkomend met 3 procent op jaarbasis) zal hem tot de uitspraak hebben aangezet. Het gevolg was niettemin dat gisteren de frank weer onderaan de slang terechtkwam, zij het op de voetgevolgd door de D-Mark en de gulden. De gulden klom aldus tegenover de D-Mark omhoog tot beneden de spilkoers.

Per saldo bleef de spanning binnen het EMS echter duidelijk gehandhaafd.

Ondanks de tariefsverhoging van DNB en een stagnerende rentedaling in de Verenigde Staten boekte de obligatiemarkt deze week per saldo terreinwinst. Gisterenmiddag bedroeg het effectief rendement binnen het 10-jaarssegment iets minder dan 8,7 procent en was het rente-ecart met Duitsland tot ruim 20 basispunten opgelopen. Daarbij kwam het Duitserenteniveau al met al beneden het Amerikaanse te liggen.

Eurokapitaalmarkt

Het grote nieuws van de afgelopen week was dat de Federal funds rate, na een halfjaar van stabiliteit, met 1/4 procentpunt werd verlaagdtot 8 procent. Dit door de Fed gestuurde tarief op interbancair daggeld geldt als indicator voor het monetair beleid van het Amerikaanse stelsel van centrale banken.

Hoewel de officiele motivatie was dat de rentes op de Amerikaanse kredietmarkt een ongewenste stijging vertoonden, zouden volgens geruchten ook politieke motieven ten grondslag liggen aan de actie van de Fed. De afgelopen maanden is van regeringswege herhaaldelijk in het openbaar kritiek geuit op het beleid van de Fed. Tijdens de Humphrey Hawkins testimony, een halfjaars overzicht van het monetair beleid, herhaalde Fed-voorzitter Greenspan nog eens dat het hier om een eenmalige correctie ging en dat geen fundamenteel economische factoren ten grondslag lagen aan de actie.

Inderdaad lijkt de kans niet erg groot dat de Fed verdere stappen zal ondernemen voordat een akkoord tot stand is gekomen over het Amerikaans begrotingstekort. Toch werd de indruk niet weggenomen datde Fed het accent van haar monetair beleid tijdelijk heeft verlegd, zodat inflatiebestrijding op dit moment niet de eerste prioriteit heeft. Samen met de tegenvallende inflatiecijfers over de maand juni, een stijging van 0,5 procent, leidde dit met name in het lange segment van de yieldcurve tot rentestijgingen.

Omdat beleggers in het korte segment wel bereid bleken mee te denken in de door de Fed aangegeven richting, gaf de Amerikaanse yieldcurve een steiler verloop te zien. Dit beeld werd ook weerspiegeld in het eurodollarsegment van de eurokapitaalmarkt.

Een primeur valt te melden uit de Spaanse peseta-sector. Nadat in 1987 deze sector werd opengesteld voor buitenlandse debiteuren was het alleen aan supranationale instellingen toegestaan hiervan gebruik te maken. Nadat onlangs ook deze restrictie werd opgeheven, bracht het Koninkrijk van Denemarken afgelopen woensdag als eerste niet-supranationale geldnemer een 10 miljard peseta grote5-jaars lening uit. De coupon van 133/4 procent en de uitgiftekoers van 101,75 procent genereerden een effectief rendement van 13,25 procent. Mede door de sterke peseta kreeg de lening een goede ontvangst. DSM bracht een 75 miljoen Australische dollar grote 143/4 procents lening uit met een looptijd van 4 jaar. De lening had een uitgiftekoers van 102 procent, een effectief rendement van 14,06 procentvertegenwoordigend. Ook deze lening werd goed ontvangen.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek