Sovjet-kolonel Leonid Pigan: 'God verhoede dat een legerzoveel kan als het onze'

'Als Ligatsjov tot tweede man gekozen was op het partijcongres, had ik niet naar huis gedurfd. Aan de vooravond van de verkiezingen hadden we het er nog over met een paar collega's in het hotel. Wat te doen als hij, wat God verhoede, gekozen wordt? We zouden worden gevierendeeld! U heeft er geen idee van hoe impopulair hij is. Maar in feite had hij geen kans. Als hij de situatie goed zou hebben ingeschat zou hij het niet hebben aangedurfd. Geen enkele weldenkende politicus zou zich zoiets hebben veroorloofd. Hij had er beter aan gedaan te zwijgen. Heeft u gezien hoe hij naar het spreekgestoelte liep, hoe hij de zaal in glimlachte? Ik was oprecht blij voor hem, ik dacht: grote god, wat is die man gelukkig. Ik was gewoon jaloers op hem!'Kolonel Leonid Pigan (43) moet lachen als hij zich de scene voor de geest haalt. Pigan lacht vaak en hartelijk, hij lacht zijn gouden tanden bloot. De kolonel was een van de vijfduizend afgevaardigden naar het 28ste partijcongres, waar militairen een belangrijke rol hebben gespeeld. Pigan is na een zware strijd tot afgevaardigde gekozen en is daar trots op. Hij heeft daarbij een hogergeplaatste officier gepasseerd en is er zeker van dat hij dat, eenmaal weer thuis, op zijn brood zal krijgen. Daarom was hij nogal teleurgesteld toen Gorbatsjov het verzoek om het mandaat van de afgevaardigden tot het volgende partijcongres te verlengen afwees met het argument dat het congres te conservatief van samenstelling was. Pigan vond dat niet alleen beledigend, hij had gehoopt op enige bescherming door zijn nieuwverworven status.

Een van de discussiepunten op het verscheurde congres was de 'depolitisering' van het leger, de afschaffing van de partijcomite's in het leger, een logische stap nu de communistische partij onder druk van de omstandigheden heeft afgezien van haar leidende rol in de samenleving en er een reeel meerpartijensysteem moet ontstaan in de Sovjet-Unie. Maar logisch of niet, de kwestie wekte grote woede bij de militaire top en Gorbatsjov moest de gemoederen sussen door, voorlopig, alles bij het oude te laten. De politieke afdeling van het leger is een zeer machtig instituut en is niet met blote handen aan te vatten.

Vladivostok

Pigan, in 1947 in de Oekraiense provincie Vinnitsa geboren, is secretaris van zo'n partijcomite in het regiment van Oessoeriisk in het Verre Oosten, niet ver van Vladivostok. Hij is tien jaar geleden op eigen verzoek overgeplaatst naar de provincie Primorje en vijf jaar geleden in Oessoeriisk gestationeerd. Primorje is voor hem het beloofde land, een paradijs op aarde, waar in het wild de geneeskrachtige gouden wortel groeit. Oessoeriisk is een stadje van 100.000 inwoners. Pigans vrouw werkt ook in het leger, bij de verbindingen. Zijn twee zoons studeren in Lvov en Moskou, tienduizenden kilometers naar het westen, aan het andere eind van het wankele wereldrijk.

Al was Ligatsjovs poging tot machtsgreep tot mislukken gedoemd, de keuze van de Oekraiener Vladimir Ivasjko als plaatsvervanger van Gorbatsjov bevalt Pigan helemaal niet. 'Ivasjko is een uitvoerder. Gorbatsjov heeft hem naar voren geschoven. Gorbatsjov heeft geen medestander op die post nodig, maar iemand die hem bij tijd en wijle de waarheid zegt, recht in zijn gezicht. Gorbatsjov is volgens mij de laatste tijd, ik wil niet zeggen, een beetje losgeslagen, maar hij houdtgeen rekening met ons. Dat is onaangenaam. Velen zijn van mening dat hetgoed voor hem zou zijn als hij wat weerwerk kreeg. Om heel eerlijk te zijn, ik zou op de plaats van Ivasjko graag iemand willen hebben van hettype Ligatsjov. Niet Ligatsjov zelf, dat is een veel te odieuze figuur, maar iemand die Michail Sergejevitsj kan tegenspreken. Wat Ivasjko betreft, dat is een man uit een en dezelfde patroontas. En bovendien hadhij de Oekraine niet in de steek mogen laten. De situatie in de Oekraine is op dit moment heel gespannen, de nationalistische bewegingen zijn sterk in opmars en de zaak ligt daar verre van eenvoudig. De Oekraiense delegatie is heel ontevreden over Ivasjko's vertrek.'

Ondanks de onvrede onder de militairen over Gorbatsjovs 'oncontroleerbaarheid' is de meerderheid volgens Pigan op zijn hand. Geruchten over een mogelijke militaire staatsgreep wijst hij verontwaardigd van de hand. 'Ik kan persoonlijk garant staan voor de mening van de officieren. We vinden dat Gorbatsjov onze steun moet hebben, al zijn we vaak niet tevreden over hem. Herinnert u zich hoe hij zaterdag het congres voorzat?

Dat slaat toch nergens op, zelfs in de slechtste Brezjnevtijden werden congressen zo niet geleid. Af en toe verliest hij zijn maatgevoel. Ik begrijp dat hij het zwaar heeft, het is volstrekt onduidelijk wie zijn medestanders en wie zijn tegenstanders zijn. Maar wij officieren zullen onze Leider niet in de steek laten. We begrijpen heel goed dat het een chaos wordt zodra Gorbatsjov vertrekt. Wij zijn volwassen mensen!' Ook met mijn opmerking dat de militaire hervormingen niet iedereen welkom kunnen zijn en dat hier heel wat gevestigde belangen op het spel staan kan de kolonel niet instemmen. 'Laten we eens kijken voor wie die veranderingen nadelig zijn. De mensen die datsja's hebben, ja. Die datsja's raken ze vroeg of laat toch kwijt. Privileges krijgt men in de regel op oneerlijke wijze, er is niet bij de wet in voorzien. Wie ze heeft heeft ze gewoon gejat. Maar welke privileges heeft een Sovjet-officier? Als u ons leven zou kennen zou u die vraag zelfs niet stellen.

Ik ben kolonel, ik verdien 590 roebel in de maand. 17 roebel betaal ik aan de partij, 30 roebel voor mijn woning, mijn twee zoons krijgen maandelijks ieder 120 roebel. Wat houd ik over? Een burgerman kan er nog een baan bijnemen, maar dat kan ik me als militair niet veroorloven. Het klinkt misschien grof, maar onze staat houdt ons allemaal behoorlijk kort. Ze voedt ons van kind af aan op met het idee dat onze elementaire levensbehoeften vervuld zijn en meer ook niet. Dat weerhoudt ons van stappen die voor een mens in een democratie normaal zijn, maar die wij als ongepast beschouwen. Ik verzeker u dat de democratische veranderingen in het leger alleen maar steun ondervinden, en die paar mensen met die datsja'sbegrijpen heus wel dat ze het leger niet in beweging krijgen, zelfs als ze dat heel graag zouden willen.'

Markteconomie

Een van de grootste struikelblokken op het congres was de kwestie van de overgang naar de markteconomie. Pigan wil best toegeven dat hij het daar ook moeilijk mee heeft. 'Onze maatschappij is niet met de uwe te vergelijken. Toen Margaret Thatcher de Poll Tax wilde invoeren greep het volk naar straatstenen. Maar wanneer Ryzjkov bij ons de invoering van de markteconomie afkondigt rent het proletariaat naar de winkel om zout en lucifers op te kopen. Wij zijn niet gewend in opstand te komen bij conflictsituaties, maar op een of andere manier te overleven. Wij kunnen ons de markteconomie niet voorstellen. Hoe kun je een mening hebben over iets wat je niet kent? Ik ben in Syrie geweest, in Libanon, dus ik kan me er wel een voorstelling van maken, ik ken de plussen en minnen. Natuurlijk, het is langzamerhand wel duidelijk dat de overgang onvermijdelijk is. Daarom heeft het geen zin dwars te gaan liggen, maar moeten we wegen zoeken die ons naar een normaal menselijk leven leiden.

Wat kan in dit opzicht tot conflicten leiden? Heus, niemand is afgunstig op die mensen die met hun talent veel geld verdienen. Maar als ik 's ochtends de deur uitloop en mijn buurman, die flessen voor statiegeld in ontvangst neemt, komt aanrijden in een Mercedes dan weet ik en weet de hele buurt dat hij een dief is en dat steekt. Wij zijn opgevoed met het idee van sociale gelijkheid, hoe vervormd dan ook. Als wij nu overgaan op de markt dan treedt bij iedereen de reflex in werking dat we dan ook allemaal gelijke voorwaarden moeten hebben.' Pigan is lid geworden van de communistische partij omdat zijn vader het zo graag wilde. Ook zijn militaire loopbaan dankt hij aan zijn vader, die partijlid werd tijdens de slag om Stalingrad in 1942. Hij heeft er geen spijt van. Voor de misdaden van Stalin voelt hij zich als partijlid niet verantwoordelijk.

'Ik begrijp niet waarom ik persoonlijk berouw moet tonen. Ik heb mijn vaderland trouw en toegewijd gediend. Ik heb niemand bedrogen, ik heb niet gevochten, ik heb niets van een ander genomen. En zo is de meerderheid in de partij. Ik ben ook tegen het opdelven van oude graven. Als communist, die behoort tot de leidende partij, voel ik me wel verantwoordelijk vooralles wat er gebeurt, voor het verleden, het heden en de toekomst, maar vooral voor de toekomst. Vroeger beschouwde toch immers niemand ons als zonen van de partij. De partij was geen normale politieke partijmaar een onbuigzame staatsstructuur. Als u daar niet van uitgaat zult u het nooit begrijpen.'

Discussieclub

Partijcomite's in het leger houden zich voornamelijk bezig met de opvoeding van de soldaten en Pigan zegt dat hem dat heel behoorlijk afgaat. Hij is de leider van een discussieclub en noemt de bijeenkomsten'een feest'.

'De laatste keer hebben we een politiek spel gespeeld, over de periode van de februarirevolutie tot oktober 1917. Daar wordt de laatste tijd steeds meer over nagedacht dus was het hoog tijd om een paar accenten te zetten. We hebben drie uur op behoorlijk niveau gedebatteerd en er zat van alles tussen: kadetten (leden van de prerevolutionaire Kadettenpartij, de Constitutioneel-democraten - LS), anarcho-syndicalisten, zelfs iemand van de Democratische Unie (radicale actiegroep - LS). Daarnaast onderhoudt het partijcomite de contacten met de maatschappij, dat is nu heel belangrijk, we moeten de publieke opinie voor ons winnen.

Verder zoeken we kandidaten voor de Sovjets, en dat hoeven niet perse partijleden te zijn. En tot slot is er de ombudsfunctie. Ik weet niet hoe dat bij u in het leger is geregeld, maar bij ons is dat een heel pijnlijk punt.' Pigan is geen principieel tegenstander van de depolitisering van hetleger, sterker nog, hij is voorstander van een beroepsleger. Waar hij wel fel tegen is is een meerpartijensysteem in het leger. 'Dat zou een ramp zijn voor het leger, stel je voor, die mensen gaan om de invloedssfeer strijden. Maar als wij voelen dat onze partijcomite's niet meer geaccepteerd worden door de jongens, dan moeten we zelf vertrekken uit de garnizoenen naar, bijvoorbeeld, de woonplaats van de officieren. Ik weet dat velen het hierin niet met mij eens zijn. U ziet hoe mensen zich hieraan vastklampen. Kijk toch eens hoeveel plaatselijke partijcomite's er zijn en allemaal hebben ze geldgebrek. Je vraagt je af of ze wel in die hoeveelheden nodig zijn, maar die gedachte wordt niet toegelaten.'

Al is Pigan niet tegen depolitisering, hij waarschuwt tegelijkertijd voor een te simplistische benadering van de kwestie. Hijzelf werkt in Oessoeriisk veel met de politie samen. Daar zijn het juist de partijsecretarissen die op de bres staan voor de handhaving van de wet. 'Wanneer een politieman een arrestant slaat of mishandelt, vliegt hij de laan uit. Wanneer de politieke functionarissen zouden vertrekken zou het bij de politie onmiddellijk op vechten uitdraaien. Daar dromen ze al tijden van! Wie treedt er nu op als rem tegen mishandeling van arrestanten? Dat zijn de mensen van de partijcomite's!'

Negatieve publiciteit

De populariteit van het leger is de laatste jaren, door hun nieuwe rol en door veel negatieve publiciteit, niet bepaald gestegen. Het is niet zozeer het leger waarvoor de bevolking bang is, denkt Pigan, maar het inzetten van dat leger. Veel van de nationale conflicten, daar is de kolonel van overtuigd, zijn gewoon vechtpartijen tussen verschillende clans en belangengroeperingen, alles is van te voren gepland. Dat gold voor Tbilisi, dat gold ook voor Bakoe.' Maar het is griezelig dat hiervoor het leger wordt ingezet. In onze divisies zitten tot 12 a 15 verschillende nationaliteiten. Stel je eens voor dat die hun onderlinge vetes gaan uitvechten! Op de lange duur is een beroepsleger onvermijdelijk, maar je moet niet vergeten dat wij arm zijn. Ik verdien een schijntje vergeleken bij een kolonel inhet Amerikaanse leger. En dan spreek ik nog niet eens van de soldaten. Een soldaat moet je volgens mij nu 600 a 700 roebel betalen.

Welke idioot neemt er voor 300 roebel dienst in ons leger? Dat geld is er natuurlijk wel, maar waarom het niet beschikbaar wordt gesteld dat begrijp ik niet.'

Huizen

In de Komsomolskaja Pravda werd daar in een open brief van een aantal parlementariers de volgende verklaring voor gegeven: het militaire establishment wil de officieren die terugkeren uit Oost-Europa financieel niet helpen om zo een conflict tussen het leger en de bevolking te creeren en een voedingsbodem te scheppen voor een militaire coup. Dat vindt Pigan onzin. 'Het probleem is dat niemand weet hoe groot ons militair budget is. De schattingen lopen op tot 200 miljard roebel. Ik vind het onbegrijpelijk dat onze regering niet in staat is dat bedrag boven tafel te krijgen. Maar stel dat dat geld er is, dan moeten er nog huizen gebouwd worden voor die officieren en daarvoor heb je bouwondernemingen nodig. Wij hebben het zelf bij ons in het verre oosten geprobeerd, we hebben immers bouwbataljons. Maar hoe kom je aan bouwmaterialen? Bij u zouden zich meteen 5 a 6 aannemers hebben gemeld voor die klus, maar ons systeem is zo volstrekt verstard dat het nergens op reageert.'

Op mijn tegensputteren dat het Sovjet-leger toch alles kan lacht Pigan ironisch. 'Ja ons leger kan alles. God verhoede dat een leger zoveel kan als het onze. Denkt u maar niet dat wij in staat zijn ons zelf uit die situatie te redden. Dat is een vergissing. Ons budget ligt helemaal vast. Een commandant heeft bijvoorbeeld verschillende vaste budgetten voor bouw, voor militaire training en voor sociale zaken. Hij mag van het ene budget, dat hij niet compleet besteedt, niets overhevelen naar het andere budget, waarop hij te kort komt. Dat systeem van verroeste normen bestaat al honderd jaar en beantwoordt absoluut niet meer aan het moderne ontwikkelingsniveau.' Volgens getallen in de Sovjet-pers zijn de laatste vier jaar 15.000 soldaten in vredestijd in het leger omgekomen. Dat is net zoveel als in tien jaar oorlog in Afghanistan. Wie verbaast zich er dan nog over dat de dienstplicht massaal wordt ontdoken? Pigan zegt geen reden te hebben om aan dat cijfer te twijfelen. 'Maar wat vindt u van het feit dat er jaarlijks ongeveer 150.000 mensen sterven door alcohol en verkeersongelukken? Je kunt die cijfers niet uit hun verband halen. Weest u er zeker van dat een sterfgeval in het leger als een tragedie wordt beschouwd. Officieren worden er streng voor gestraft en het wordt niet licht vergeten. Dat cijfer valt te verklaren uit het feit dat ons leger oneigenlijke taken verricht, bijvoorbeeldin de bouwbataljons. Bovendien werden er tot voor kort veel zieken onder de wapens geroepen en dat leidde tot ernstige conflicten tussen de jongens onderling. Daar zijn zelfmoorden uit voortgekomen.

De dood van een soldaat maakt praktisch een einde aan de carriere van een officier.'

Er wordt nu veel geschreven over de zogenaamde 'dedovsjtsjina' in het leger, wanneer oudere soldaten nieuwe recruten vernederen, mishandelen en voor zich laten sloven. Pigan erkent het bestaan van het verschijnsel, maar volgens hem hangt het van de leiding af. 'Laat iemand maar eens bewijzen dat dat voor is gekomen in het onderdeel waar ik gediend heb. Het bestond er niet. Het is een kwestie van opvoeding. Ik koos uit de soldaten de fatsoenlijkste en maakte ze partijlid en plaatste ze zo boven het collectief.'

Jakoeten

Pigan heeft zelf een geval van zelfmoord meegemaakt en dat, zegt hij, zal hij zijn leven lang niet vergeten. Fedja Lytkin was een Jakoet en Pigan heeft altijd veel achting voor Jakoeten gehad. 'Het zijn talentvolle mensen, vaak zijn het kunstenaars, ze maken prachtig houtsnijwerk en kunnen goed tekenen. Doorgaans doen ze iets voor de legerkrant. Ze zijn ook heel betrouwbaar. Je hoeft ze niet te controleren, als je ze wat opdraagt doen ze het ook. Als je ze een kuil laat graven zullen ze graven tot ze bij het magma uitkomen. Fedja had de opdracht gekregen het verven van de vloer in de kazerne te organiseren. Hij stootte per ongeluk de pot met verf om en de commandant gaf hem ervan langs. Fedja werd somber. De volgende dag had hij dienst in de mensa. Na het eten ontbraken er een paar lepels en kroezen. Opnieuw kreeg hij op zijn huid. Ik zweer u, niemand had hemeen haar gekrenkt, maar hij heeft zich verhangen. Als ik er aan denk voel ik me weer beroerd.'

Aan de dronkenschap in het leger is de laatste jaren paal en perk gesteld, maar het was verschrikkelijk, aldus Pigan. Er zijn heel watofficieren wegens dronkenschap uit dienst ontslagen. 'Begrijpelijk is het wel, het is een zwaar leven, voortdurend onder spanning, voortdurend gebrek aan enig comfort. Ik huurde destijds een kamer voor 40 roebel en verdiende toen 180 roebel. Water, wc, hout en steenkool op de binnenplaats. Ik heb zelf nooit gedronken, maar velen vonden in de drank hun troost. 'Dat het legereen afgietsel van de maatschappij is, daarmee kan Pigan niet instemmen. Het is een formule, die veel te makkelijk wordt gebruikt om al het negatieve in het leger te vergoelijken. 'Het leger is het best georganiseerde wat er bestaat in de maatschappij. Als het leger werkelijk een afgietsel zou zijn van de maatschappij dan zouden wij hier nu niet staan. Ik zou dan ergens in de loopgraven zitten en u zou thuis het laatste nieuws van het front volgen! Want we zitten, laten we eerlijk zijn, toch al midden in een burgeroorlog! De maatschappij heeft het recht zijn eigen problemen op te lossen, maar wij vragen maar een ding: demonstreer wat je wil, zo hoort het ook, maarlaat ons er in godsnaam buiten!'

Likken en blaffen

De laatste tijd, Pigan geeft het spijtig toe, bekruipt hem weleens het gevoel dat hij het leger zou moeten verlaten. 'Ik houd van het leger, ik houd van het militaire gelid, van de sfeer. Als een officier bij de tonen van een mars de rillingen niet meer over zijn rug voelt lopen dan moet hij ontslag nemen. Ik voel het nog, ik begin te trillen als een legerpaard. Het leger, dat is zelfopoffering, dat is elke dag een heldendaad. Waar vind je dat in de burgermaatschappij? Het is als een verslaving. Ik ken heel wat officieren die ontslag nemen en na een week weer op de stoep staan. In de burgermaatschappij gelden heel andere criteria. In het leger hoef ik niemand te vleien, me voor niemand te vernederen. Toegegeven, ikkan geen aanspraak maken op hoge posten, op privileges en dergelijke. Ikzal niet hebben wat anderen hebben die zich weten aan te passen en een flexibelere ruggegraat hebben, maar ik heb in ieder geval de mogelijkheid een eerlijk leven te leiden. In de burgermaatschappij moet je weten wanneer je moet zwijgen en wanneer je je bek open moet trekken. Wij hebben daar een grove uitdrukking voor: likken en blaffen.'

Voor hij zijn partijlidmaatschap opzei zei Boris Jeltsin tot het partijcongres dat hier niet de toekomst van het land, maar slechts de toekomst van de partij op het spel stond. Is de partij niet van een voorhoede langzamerhand in een achterhoede veranderd? Die gedachte komt weleens stiekem bij kolonel Pigan op.' Dat komt omdat we in een nieuwe situatie proberen te werken met oude middelen en oude mensen. Dat is onmogelijk. Niemand maakt zich druk over het begrip politieke aantrekkelijkheid van de partij.

We kampen nog steeds met het syndroom van de onverzoenlijke strijd, zelfs op het congres. Iemand neemt het woord, zegt verstandige dingen ende volgende spreker moet zijn woorden onmiddellijk ontkrachten! Waarom in godsnaam? Luister eerst eens even. Ik ben het ook niet eens met dat idee dat we ons op de arbeidersklasse moeten orienteren. Die frase dat de arbeidersklasse dit of dat niet zal begrijpen! Die begrijpt dat al heel lang niet meer. Wat mij zorgen baart is dat er niets zinnigs is gezegd over de rol van de basisorganisaties in de partij. Waar maakt men zich druk over? Over de contributie en het budget! Maar de partij is toch niet alleen een kassa met geld? We moeten ons met de mensen bezighouden.'

Toch is Pigan ervan overtuigd dat de partij zal overleven. De partijleiding orienteert zich alleen op de mening van de Moskovieten uit de onmiddellijke omgeving van het Kremlin, maar dat is volgens hem onjuist. Het volk woont van Brest tot aan Tsjoekotka aan de Beringstraat. 'Bij ons in het verre oosten is de houding ten opzichte van de communisten niet vijandig, wel enigszins gereserveerd. Maar iedereen begrijpt dat de partij op dit moment de enige stabiliserende kracht is. Van alle wankele structuren is zij de minst wankele, als je het zo mag uitdrukken. Alles hangt nu van ons af.'

Er is een ding dat Pigan hoop geeft en dat is dat het niveau van het middenkader van de partij stijgt. Pigan is voor een meerpartijensysteem en bereid met elke partij, behalve fascistische of monarchistische, te concurreren. 'Fooien als artikel 6 in de grondwet (over de leidende rol van de CPSU - LS) vind ik vernederend. Ik ben heel goed in staat mijn standpunt te verdedigen.' Over de medailles op zijn borst hult Leonid Pigan zich in nevelen. Drie ervan kreeg hij in Syrie, een daarvan, de orde van de Zesde Oktober, van president Hafez al Assad hoogstpersoonlijk, voor 'goede daden', zoals hij het uitdrukt. Een andere Syrische medaille kreeg hij voor deelname aan gevechtshandelingen. Hij mag erniet over praten, maar verzekert me dat het Sovjet-leger daar alleengepoogd heeft de stituatie te stabiliseren om verder bloedvergieten te voorkomen. 'Dat is ons gelukt en ik denk dat het Syrische volk dat naar waarde heeft weten te schatten'.