Sofia: nieuw systeem, nieuwe problemen

ROTTERDAM, 21 juli Bulgarije dreigt, in vergelijking met de andere Oosteuropese landen, op achterstand te raken: ruim een maand na de parlementsverkiezingen kampt het land met een constitutionele crisis, ontstaan na het aftreden van president Mladenov, met een politiek vacuum als gevolg van het uitblijven van een consensus over de vorming van een nieuwe regering, met een toegenomen animositeit tussen etnische Turken en Bulgaarse nationalisten en met een partij die zich midden in een identiteitscrisis bevindt. Van hervormingen is voorlopig geen sprake, de economie gaat door een diep dal en tot overmaat van ramp krijgt de voormalige partijleider Zjivkov binnenkort ook nog eens de kans voor het parlement en de natie zijn voormalige medewerkers de huidige machthebbers eens flink de mantel uit te vegen.

De revolutie van november lijkt de Bulgaren voorlopig vooral instabiliteit en verwarring te hebben opgeleverd. Dat lijkt op het eerste gezicht verbazend, vooral gezien het resultaat van de verkiezingen. De socialistische partij (BSP) de partij van de voormalige communisten heeft bij die verkiezingen immers een absolute meerderheid behaald: ze domineert met 211 van de 400 zetels het parlement en zou dus in theorie, op de vingers gekeken maar niet gehinderd door de oppositie, aan de slag kunnen.

Niet bekend

Het land zit ook zonder regering, want de demissionaire premier, Andrej Loekanov, is er na maanden hengelen nog steeds niet in geslaagd de oppositie te overtuigen van de noodzaak zitting te nemen in een brede coalitieregering. De oppositie, verenigd in de Unie van Democratische Krachten (SDS), heeft lering getrokken uit de ervaringen van Solidariteit in Polen en voelt er niets voor verantwoordelijkheid te nemen voor het opruimen van de door Zjivkovs regime achtergelaten puinhopen. Het maakt Loekanovs taak er niet simpeler op. Het is niet zo moeilijk een kabinet samen te stellen dat uitsluitend uit BSP-leden bestaat, maar het wordt wel een probleem de belangrijkste taak van die regering het opstellen van een nieuwe grondwet tot een goed einde te brengen: die nieuwe grondwet vereist een tweederde meerderheid en Loekanov heeft de SDS dus nog hard nodig.

Dat Todor Zjivkov de mogelijkheid krijgt zich in het parlement te komen verdedigen tegen al de beschuldigingen die de afgelopen maanden tegen hem zijn geuit, is een andere tegenvaller voor de BSP-leiders. Zij hebben zich na Zjivkovs val in november niet ingehouden als het om aantijgingen ten aanzien van de verdreven leider ging: hij kreeg hoogstpersoonlijk de schuld van alle malaise, van de onderdrukking in het verleden, van corruptie, machtsmisbruik en verrijking op grote schaal, van de economische crisis en de hoge buitenlandse schuld en werd en passant zelfs uitgemaakt voor een politiespion onder het voorvorige (koninklijke) regime. Zjivkov werd een universele kop van jut, hem werd een zo groot gebrek aan intellectuele capaciteiten toegeschreven dat men zich mag afvragen hoe hij zich 35 jaar als partijchef heeft kunnen handhaven en zo weinig integriteit dat men zich ook kan afvragen hoe de hoeders van de nieuwe democratie in het verleden eigenlijk zo innig met hem hebben kunnen samenwerken.

Inmiddels zijn na maanden onderzoek geen steekhoudende bewijzen voor Zjivkovs schuld gevonden. De voormalige president en partijchef heeft inmiddels hulp gekregen uit onverwachte hoek: de Onafhankelijke Vereniging voor de Verdediging van de Mensenrechten heeft de Bulgaren voorgehouden dat iemand onschuldig is zolang zijn schuld niet is bewezen, dat Zjivkovs huisarrest neerkomt op een schending van de rechten van de mens en dat de Bulgaarse strafwet niet voorziet in de berechting van politieke activiteiten. Wat Zjivkov heeft gedaan, zo stelde de Vereniging vorige week, heeft hij niet persoonlijk gedaan: 'De beslissingen van het politburo zijn collectief genomen. Er staan geen handtekeningen onder en de verantwoordelijkheid voor misdaden kan dus niet zuiver persoonlijk zijn'. 'Het zou een schande voor ons land zijn als de politieke activiteit van het voormalige staatshoofd simpelweg tot gewone misdaden wordt gereduceerd omdat men tegemoet wil komen aan de huidige publieke opinie.'

Voor de huidige leiders was die verklaring wat pijnlijk: als ex-leden van Zjivkovs politburo zijn ze dus in theorie even schuldig als de man op wie ze zo lang zo heftig hebben afgegeven. Op de avond waarop de Vereniging haar verklaring uitgaf kregen de Bulgaren op de tv ook nog eens te horen dat Zjivkov geen eigen auto, geen eigen huis en zelfs geen bankrekening binnen of buiten Bulgarije bezit en op basis van de Bulgaarse strafwet niet kan worden vervolgd. Dat straks Zjivkov in het parlement ook nog eens mag komen zeggen hoeveel boter mensen als de verdwenen Mladenov, BSP-chef Lilov, premier Loekanov, vice-premier Aleksandrov en minister van defensie Dzjoerov op hun hoofd hebben is 'een risico dat we moeten nemen', vond Tsjavdar Kjoerianov, BSP-kandidaat voor het presidentschap. Maar hij heeft makkelijk praten: hij is een geleerde zonder bevlekt verleden.

Ook de nieuwe Bulgaars-Turkse animositeit bedreigt de stabiliteit in Bulgarije. Al bij de inaugurele zitting van het vers gekozen parlement in Veliko Trnovo kwam het tot een betoging van Bulgaarse nationalisten, die de 23 afgevaardigden van de (Turkse) Beweging voor Rechten en Vrijheden (DPS) de derde partij van het land het recht ontzegden in de volksvertegenwoordiging te zitten: in het Bulgaarse parlement horen alleen Bulgaren thuis. Hoewel DPS-leider Achmet Dogan zich almaar verzoenend uitlaat en roept dat 'we allemaal Bulgaren zijn', is zijn partij de nationalisten een doorn in het oog. Een van hun leiders, Dimitur Arnaoedov, stelde vorige week dat een partij langs etnische of religieuze lijnen moet worden verboden. In zijn omgeving wordt de DPS zelfs ronduit uitgemaakt voor 'een terroristische organisatie', omdat de leden zich hebben verzet tegen de campagne waarmee Zjivkov in 1984 en 1985 van de 900.000 Turken authentieke Bulgaren trachtte te maken.

Zo dreigt Bulgarije langzaam in de periferie van de veranderingen in Oost-Europa terecht te komen. Hervormingen kunnen pas door een nieuw kabinet op stapel worden gezet en dat is er nog altijd niet. De economische crisis wacht daar niet op en is inmiddels serieus gaan bijten: inflatie en werkloosheid nemen toe, de produktie daalt en aan veel produkten, tot aan brood toe, bestaat gebrek. Het is nauwelijks een wonder dat het vertrouwen in de toekomst slinkt. Bij een opiniepeiling, vorige maand georganiseerd door de Academie van Wetenschappen, bleek liefst 73 procent van de ondervraagden het liefst naar het buitenland te vertrekken om daar werk te zoeken. Een alarmerend percentage, zo vond de Academie.