Scepsis bij directeuren over werking akkoord zorgsector

'We kunnen alles gebruiken, behalve een nieuw conflict'Nederland zag onlangs voor het eerst ziekenhuisdirecteuren actie voeren. In West-Brabant stelden ze als eerste zondagsdiensten in, in Rijnmond kondigden ze een opnamestop af en uit Amsterdam togen ze naar het Binnenhof. Nu ligt er een convenant en een CAO-akkoord. Een goed begin, menen de opstandige directeuren, maar de problemen zijn er niet mee opgelost. ROTTERDAM, 21 juli 'De CAO is meer dan we wilden', zegt H. J. Elbers, algemeen directeur van ziekenhuis Lievensberg in Bergen op Zoom. 'Lof voor Meijers (de onderhandelaar van de werkgevers) en de zijnen.'

Er zitten wel risico's aan, meent Elbers: het is mogelijk dat de voorziene verlaging van de pensioenpremie niet doorgaat en een deel van het geld voor verlichting van de werkdruk dat het Centraal Bestuur van de Arbeidsvoorziening moet betalen er niet komt. En er moet volgend jaar opnieuw worden onderhandeld over de lonen. W. Schutterop, directeur van verpleeghuis De Breede Vliet in Rotterdam-Hoogvliet: 'We kunnen alles gebruiken in de gezondheidszorg, behalve een nieuw arbeidsconflict.'

'Simons verdient een compliment: hij is een echte Hollander. Hij had niets te geven en hij verpakte dat als een cadeau. Hij stuurde iedereen het bos in en ze lijken er tevreden mee.'

G. Hulst, directeur van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam heeft oprecht waardering voor de staatssecretaris van volksgezondheid, althans voor de manier waarop hij opereert en voor de duidelijkheid van zijn politieke keuzes. Maar hij is het niet met hem eens.

Simons geeft prioriteit aan de verzorging van chronische patienten. Verpleeghuizen en zwakzinnigeninrichtingen krijgen er meer geld bij dan ziekenhuizen. Dat zit Hulst dwars: 'Een oudere dame valt van de trap en breekt haar bovenbeen. Als ze snel wordt geopereerd is ze in twee weken weer op de been. Maar straks kan er 's nachts om drie uur geen rontgenfoto meer gemaakt worden. Mogelijk gevolg: de noodzakelijke operatie kan niet op tijd worden uitgevoerd, dus moet ze ouderwets worden behandeld het been wordt gezet, ze ligt zoveel weken in het ziekenhuis, ze moet in revalidatie, komt in de thuiszorg. Vervangen van 'cure' door 'care' is een heilloze weg.' Voor verlichting van de werkdruk krijgen de ziekenhuizen volgend jaar ook een portie. Dit jaar ging al het geld naar de verpleeghuizen, de zwakzinnigeninrichtingen en de psychiatrie. Binnen de Nationale Ziekenhuisraad (NZR) leidt deze verdeling tot spanningen. Hulst:'Als de ziekenhuizen weer niets hadden gekregen voor de werkdruk zouden ze uit de NZR zijn getreden. Die kans bestaat nog steeds.'

Elbers zou het net als Hulst beter vinden als de werkgevers zich anders zouden organiseren, bijvoorbeeld in de vorm van een federatie. Dat zou voor ziekenhuizen de mogelijkheid openen meer marktgericht te opereren. Elbers: 'Mijn instelling wordt niet betaald uit belastinggeld, men wil graag betalen voor mijn produkt, dan moet ik toch mijn prijzen mogen verhogen?' Schutterop heeft minder reden tot klagen over het convenant. Wel vraagt hij zich af hoe hij het extra geld mag uitgeven. Hij staat sceptisch tegenover oplossingen als werkervaringsplaatsen en deeltijdwerk: 'We willen best meewerken aan werkervaringsplaatsen de doelstellingen zijn sympathiek maar wij hebben gemerkt dat het aanbod kwantitatief en kwalitatief te gering is. Deeltijdwerk heb ik altijd geprobeerd te beperken. Wij zijn een organisatie met demente bejaarden. Ik heb liever minder verschillende gezichten om het bed om de herkenbaarheid te vergroten.'

'Mij baart de snelheid waarmee de extra middelen mogen worden uitgegeven zorgen', zegt mevrouw H. Willemse, directeur van de SIGRA, het samenwerkingsverband van de Amsterdamse instellingen voor intramurale gezondheidszorg. 'Voor 1990 is er immers ook geld beschikbaar gesteld voor werkdrukverlichting. Het duurt echter veel te lang eer de instellingen duidelijkheid krijgen over de gevolgen voor hun budget.'.

Hulst: 'We kunnen pas wat doen als het geld er is. Als Simons ervoor zorgt dat procedures met de helft worden bekort zijn we al een heel eind.'

'Het gaat er niet om of ik geld heb, maar of ik mensen kan krijgen', aldus Elbers. Toekenning van geld voor werkdruk wordt naar het zich laat aanzien gekoppeld aan het in huis halen van nieuw personeel. 'Dat is een onmogelijke opgave voor deze regio, gezien de krapte op de arbeidsmarkt', zegt Willemse. De instellingen in de Randstad en zeker die in Amsterdam willen erkenning van de hogere nood waarmee zij te kampen hebben. Zij pleit voor een regionale arbeidsmarkttoeslag, gekoppeld aan 'objectieve criteria'. Regionale differentiatie in salarissen en toekenning van geld aan instellingen zet buiten de Randstad veel kwaad bloed. Elbers: 'Dat betekent dat Amsterdam en Rotterdam hun problemen oplossen over de ruggen van de rest. Daar zijn te veel bedden, daar zijn te veel specialisten.'

Hij erkent dat het in Amsterdam moeilijk is om personeel te krijgen, maar daaraan kan een ziekenhuis volgens hem veel doen: 'Ik heb een volledige personele bezetting op de operatiekamer en de intensive care, als een van de weinige ziekenhuizen. Toch betaal ik strikt volgens de CAO. Er zit een goede manager met sociale intelligentie: die zorgt bijvoorbeeld voor een uitje met zijn allen op zijn tijd. Het is heel belangrijk dat ze elkaar leuk vinden.'

Hulst: 'De Randstad, met het accent op Amsterdam, zal nog beter moeten onderbouwen dat de problemen hier anders zijn dan bijvoorbeeld in Twente.'

Willemse: 'Wil men in de Randstad dezelfde mogelijkheden hebben als in de rest van het land, dan moeten de middelen op een schijnbaar niet 'evenredige' manier worden verdeeld.' Of je dan in Amsterdam hogere salarissen moet betalen, weet Hulst niet: 'Misschien moet je het wel zoeken in secundaire arbeidsvoorwaarden, bijvoorbeeld het gemakkelijker maken om aan woonruimte te komen en een oplossing vinden voor de langere reistijden. Maar daar zijn wel kosten aan verbonden, dus dat vergt een hoger budget.' De vraag voor elke directeur is hoe hij aan personeel moet komen. Schutterop heeft zijn hoop gevestigd op schoolverlaters. In de eerste plaats zal de sector zijn imago moeten verbeteren, meent hij. Dan komen er vanzelf meer leerlingen. Maar om meer mannen te krijgen zal er ook wat moeten worden gedaan aan het carriereperspectief: 'Iemand moet niet per se tot zijn pensioen hetzelfde doen. En we zullen de drempel tot de opleiding moeten verlagen. Nu moeten leerlingen eerst zeven maanden vooropleiding volgen. Er is een trend naar steeds theoretischer opleidingen. Dat hoeft voor mij niet. We moeten tegen de mensen kunnen blijven zeggen: je moet zes maal per dag die kont wassen.'