Renterattenwereld slaapt

De Optiebeurs verbrak woensdag de zomerstilte met een juichend bericht over de grootste order in de geschiedenis van de beurs. Het ging om vijftienduizend opties op de 9 procent staatlening van dit jaar die in 2000 wordt afgelost. De order was een min of meer gedwongen vervolg van een op 30 mei opgezette combinatie van call- en put-opties die niet meer aan de verwachtingen voldeed. In de obligatiehoek van de Optiebeurs, waar in alle rust opties op elf verschillende staatsleningen en een index omgaan, kijkt niemand op van een order van een paar duizend opties. De gemiddelde ordergrootte in die sector is 250 contracten. In de luidruchtige hoek van de aandelenopties, waar de particuliere beleggers actief zijn, is dat maar tien contracten. De obligaties zijn het speel- en werkterrein van grootbeleggers als pensioenfondsen, levensverzekeringmaatschappijen en beleggingsinstellingen.

Het nieuwe record wijst dus helemaal niet op een opleving in de gulden-obligaties. Sterker nog, het gaat helemaal niet goed in de wereld van de renteratten, de vriendelijke bijnaam voor knabbelaars in obligaties die kunnen denken, rekenen, handelen en zich opwinden over de derde positie achter de komma van een koers of een rentepercentage. Al jaren beweegt de omzet in obliagtie-opties rond de vijf procent van de totale beurs-omzet. Dat is niet in overstemming met de grote belangstelling voor vastrentende waarden in guldens en de groeiende omvang van de Nederlandse staatsleningen met beursnotering; eind juni bijna 200 miljard gulden nominaal.

Een van de verklaringen voor dat verschil is de handel in staatsleningen die in Londen plaatsvindt. Een makkelijke zondebok buiten de deur. Ook de Duitsers zitten met zo'n probleem: staatsleningen worden in Duitsland verhandeld, maar in Londen is een invloedrijke bloeiende termijnmarkt op die waarden. Een van de actiepunten van de initiatiefgroep Amsterdam Internationaal Financieel Centrum is de handel in vastrentende guldenswaarden terug te halen naar Amsterdam.

Maar hoe doe je dat? Is het eigenlijk wel nodig? Als je Europees denkt, maakt het niet uit waar de handel gebeurt. Als de klant/belegger maar snel en voordelig wordt geholpen klantgericht denken. Maar zo Europees en klantgericht denkt de financiele cq beurswereld nog niet, want iedere beursstad spant zich in om zoveel mogelijk omzet binnen de eigen muren te houden.

Een van de Amsterdamse initiatieven is de instelling van een nieuw professioneel handelssysteem voor de meest recente staatsleningen. Dat open orderboek syteem en de mogelijkheid om handelaren daaraan bied- en laatprijzen te laten toevoegen, moet de guldenshandel in Londen terughalen naar Amsterdam.

Het is opvallend dat bijna niemand in de financiele hoofdstad is te vinden die vertrouwen heeft in een gunstige afloop. De effectenbemiddelaars opereren steeds internationaler en zijn verplicht de orders van hun klanten zo goed mogelijk uit te voeren.

Omzet bij een ander betekent voor de beurzen in Amsterdam minder inkomsten, minder prestige voor directie en medewerkers is bedreigend voor het voortbestaan van de beurs. Banken die dat niet zien, doen aan korte termijn politiek, vinden ze bij de beurs.

Insiders, die goed op de hoogte zijn van de markten maar niet genoemd willen worden, wijzen bij dat verwijt in de richting van de beurzen: Amsterdam heeft een effectenbeurs, een optiebeurs en een financiele termijnmarkt, samen een volledige en uitstekende structuur voor een bloeiende markt in Nederlandse obligaties, maar de beurzen verkopen dat aspect zo slecht. De wereld van de renteratten en de aanpak van vermogensbeheerders die miljarden van anderen onder hun hoede hebben vraagt om topmensen die kunnen uitleggen hoe je opties en termijncontracten bij dat beheer kan toepassen.

Maar die toppers zien zij niet bij de beurzen die ieder voor zich en niet samen hun gemeenschappelijke markt benaderen.

Een recente voorbeeld. Bij een bepaald pensioenfonds wilde men niet in obligatie-opties doen, omdat daar zo weinig in omgaat, dacht men. Het nieuwe orderrecord wijst er op dat die veronderstelling onjuist is. De Optiebeurs moet dat soort misverstanden snel uit de wereld helpen.