Patientenorganisaties: Simons moet bijbetalen voor medicijnvermijden

DEN HAAG, 21 juli Staatssecretaris Simons (volksgezondheid) moet voorkomen dat de patient door invoering op 1 januari van een nieuw systeem voor de vergoeding van geneesmiddelen moet bijbetalen. Het plan komt er in de huidige vorm op neer dat juist die groepen patienten worden getroffen die door hun gezondheidstoestand zijn genoodzaakt veelvuldig medicijnen te gebruiken.

Dat stelt het Landelijk Patienten/Consumenten Platform in een brief aan de directeur geneesmiddelenvoorziening van het ministerie van WVC. In het platform is een groot aantal maatschappelijke groeperingen en patientenverenigingen vertegenwoordigd. Deze tellen samen meer dan 750.000 leden.

Eind mei heeft het ministerie commentaar gevraagd op de nieuwe bezuinigingsplannen. Die komen er op neer dat binnen elke groep medicijnen alleen die middelen voor volledige vergoeding door het ziekenfonds in aanmerking komen die meteen beneden het gemiddelde (de ijkprijs) zijn geprijsd. Voor duurdere preparaten moet de patient bijbetalen.

Het platform wijst er op dat juist chronische patienten veelal geen keus hebben tussen een goedkoop of duur middel, omdat werking, bijwerking en toedieningsgemak niet steeds hetzelfde zijn. De gedwongen overstap op een ander middel doordat de kosten anders niet te dragen zijn 'vergt vaak een overgangsperiode van enkele maanden of nog langer, die gepaard gaat met grote onzekerheden en angsten ten aanzien van de werking van het nieuwe middel', zo schrijft het platform.

Eerder deze week kwam de Ziekenfondsraad met een verdeeld advies aan staatssecretaris Simons; een deel van de raad heeft een grote reeks bezwaren, een ander deel meent dat de bewindsman helemaal van het plan moet afzien.

Ook de raad verwacht vooral problemen bij oudere, chronische patienten. Als zij nu een middel krijgen dat boven de 'ijk' ligt, zullen ze moeten bijbetalen. Kunnen of willen ze dat niet, dan moeten zij worden ingesteld op een ander medicijn, hetgeen medisch onverantwoord kan zijn. Het systeem mag volgens de raad ook geen levensreddende middelen omvatten, omdat de patient in die situatie niet keuze-vrij is. Ook middelen die duurder zijn dan de 'ijk' maar beduidend minder bijwerkingen tonen dienen van bijbetaling te worden vrijgesteld, zo vindt de raad.

Verder meent de Ziekenfondsraad dat bij het huidige voorstel in een aantal groepen geneesmiddelen niet voldoende assortiment overblijft voor een goede behandeling. Ook is er kritiek op de manier waarop de gemiddelden worden berekend aan de hand van een 'gedefinieerde dagelijkse dosis'; vooral kinderen en ouderen zullen daarvan de dupe worden. Door het systeem moet veelal bij lage doses worden bijbetaald, waardoor de dokter meer zal gaan voorschrijven dan wenselijk is. De raad wijst er op dat er door de systematiek zelfs een verschuiving van goedkope naar duurdere middelen kan ontstaan.

Staatssecretaris Simons verwacht van het plan een bezuiniging van 700 tot 1.100 miljoen in 1994. Hij gaat daarbij uit van een jaarlijkse omzetgroei aan geneesmiddelen van 9 tot 12 procent. De raad acht dat buitenproportioneel, omdat die over 1988 5,8 procent was voor de totale verstrekking farmaceutische hulp. Maar zelfs al die voorspelling bewaarheid zou worden komt de Raad niet hoger dan een besparing van 450 tot 780 miljoen. Er zou dus 320 miljoen uit de particuliere markt moeten komen. Daartoe ontbreken echter de wettelijke middelen. De overheid kan alleen dwingend optreden bij de zogeheten standaardpakketpolissen binnen de particuliere sector.

De Raad vraagt zich bovendien af of dit systeem zich verdraagt met het EG-recht. Het ministerie heeft immers tot nu toe niet duidelijk kunnen maken dat de keuzen die zijn gemaakt tussen middelen die wel of niet volledig worden vergoed 'op grond van objectieve en controleerbare criteria' zijn gedaan.