MICHAEL CROUWEL; Meer talent dan zijn vader

Vandaag begint de vijftiende editie van de Haarlemse Honkbalweek. Een spektakel dat altijd veel publiek heeft getrokken en vooral dit jaar een welkome afwisseling is voor de saaie en door Levi's Neptunus gedomineerde competitie. Aan de eerste zeven 'Honkbalweken', die in 1961 begonnen, was onverbrekelijk de naam van catcher Wim Crouwel verbonden. Nadat hij in 1973 afscheid had genomen van het internationale honkbal verdween de naam Crouwel uit de Honkbalweek-annalen. Vandaag na precies weer zeven Honkbalweken staat er opnieuw een Crouwel in het Pim Mulier-stadion. De zoon van Wim, Michael, speler van Opel Nicols. 'Wie eenmaal de sfeer van de Haarlemse Honkbalweek heeft gesnoven', schreef wijlen bondsvoorzitter Guus van der Heijden eens, 'is reddeloos verloren'.

Zo ervaren veel honkballiefhebbers dat ook in de honkbalwereld unieke evenement, dat altijd bol staat van de sentimenten. Duizenden mensen trouw wachtend bij voorbeeld in de stromende regen om maar niets te hoeven missen van een wedstrijd tussen Oranje en de Grand Rapid Sullivans uit Amerika, ook deze keer weer van de partij in Haarlem. Wim Crouwel, fysiotherapeut, die onder meer jarenlang de Nederlandse hockeyploeg onder handen heeft genomen, heeft de Honkbalweek ook nog scherp op zijn netvlies. Hij werd in die tijd, met een woordspeling op zijn beroep, de psychotherapeut voor de Nederlandse werpers genoemd. Een leider die de heuvelartiesten tot grote hoogte wist op te zwepen. Een begenadigd slagman, een verstandige honkloper, een accurate buitenvelder, kortom een complete honkballer. 'De weken waren altijd heel bijzonder', zegt hij. 'Je was er altijd zeer emotioneel bij betrokken. Spelen in eigen land voor propvolle tribunes tegen ijzersterke tegenstanders. Cuba, de Sullivans, Japan bijvoorbeeld. Een stadion vol met kenners. Familiedagen waren het, waarin mensen een week naar Haarlem trokken om elkaar daar in een heerlijke sfeer te treffen. Welke honkballiefhebber herinnert zich niet een of andere prachtige anekdote van dat fenomeen Honkbalweek?'

Ervaring

Michael, de 21-jarige zoon van Wim Crouwel, kent die anekdotes nog niet uit eigen ervaring. Weliswaar heeft hij er al achttien interlandwedstrijden op zitten, maar de Honkbalweek is nieuw voor hem. De catcher en buitenvelder van Opel Nicols is in de vijf jaar dat hij in de hoogste klasse opereert als een komeet omhoog geschoten. Ieder jaar nemen zijn slagprestaties toe, met als topper vorig seizoen een gemiddelde van .366. Nog lang niet zo goed als zijn vader, die ooit in 1967 als beste slagman een gemiddelde van .490 bij elkaar ranselde, maar kenners voorspellen hem een glanzende carriere. 'Hij heeft meer talent', aldus zijn vader, 'dan mijn broer Karel, die ook op het hoogste niveau heeft gehonkbald, en ik samen. Dat blijkt ook wel. Aanvankelijk wilde hij bij Nicols, dat dit seizoen wel in een zeer diep dal zit, niet catchen. Hij was bang, dat hij met talenten als Marlon Fluonia en Gerlach Halderman voor zich, geen uitzicht zou houden op Oranje. Maar ondanks dat er grote druk op hem is uitgeoefend bij Nicols om toch regelmatig de zwak bezette catchersplaats in te nemen, is hij als buitenvelder gekozen in Oranje. Vooral door zijn slagprestaties, denk ik. In de eerste zes wedstrijden van dit seizoen sloeg hij alleen al net zoveel homeruns als in totaal vier seizoenen hiervoor. Dat hij de laatste tijd meedeelt in de malaise bij Nicols is niet meer dan logisch. Er gaat heel veel negatieve invloed uit van de situatie waarin de ploeg verkeert.' Wim Crouwel heeft zijn zoon in feite nooit gestimuleerd om te gaan honkballen. Het is allemaal vanzelf gegaan. Hij coachte zijn zoon Michael toen die bij de jeugd honkbalde van ABC in Amsterdam. Michael nam zelf de beslissing om in 1986 te gaan spelen bij het inmiddels ter ziele gegane Amstel Tijgers om er drie jaar onder de hoede van misschien wel de beste honkballer die Nederland ooit heeft gehad, Charles Urbanus (nu coach bij Oranje), de fijne kneepjes te leren. De laatste twee seizoenen, bij veelvoudig kampioen Nicols, is het nog weer beter gegaan met hem.

Vuist

Michael Crouwel kan in de vijftiende jaargang van de Haarlemse Honkbalweek tonen dat de misere bij Opel Nicols, die onlangs escaleerde toen teamgenoot Marcel Joost en coach Dave Daniels met elkaar op de vuist gingen, geen invloed heeft gehad voor zijn optreden in Oranje. Wellicht dat hij na volgende week zondag net als zijn vader, ook al speelde die 18 jaar geleden voor het laatst in een Honkbalweek, moeiteloos allerlei anekdotes kan vertellen. De Honkbalweek is immers een evenement van allure. In de wereld van de amateurhonkballers na het wereldkampioenschap en de Intercontinental Cup het belangrijkste toernooi.

    • Joop Köhler