'Maar vreest u niet het leven na dit leven?'

De wereld is klein, en ons kent ons in dit circuit: Haarlemse Hilga, die zonder rok en met gebutste benen achter het CS tippelt, Dikke Jaap, die twee keer per week vastzit en net zes maanden heeft opgeknapt voor steken, Astrid, Klaas met de Paardestaart, Simon Slokdie zijn uitkering er in Rooie Nelis of Dijk 120 binnen 24 uur doorheen kan jagen en vieze Tommy die achter de kinderen aanzit en het volgens betrouwbare bronnen is je hond ook niet veilig voor hem.

Simon Slok is bovendien beroemd. Met zijn grijze baard staat hij op de stations-affiches van het Leger des Heils, met als onderschrift: 'We geloven niet in 'Zoek het zelf maar uit'.'

In plaats van zijn eeuwige pilsje heeft Simon een kruimelig stuk brood in de hand - volgens de jongens van de straat een uniek tafereel. Zelf moppert Simon dat zijn gezicht schandelijk misbruikt wordt, op de bankjes aan het Amstelveld en de Nieuwmarkt doen de wildste verhalen de ronde over de bedragen waarmee zijn medewerking is gekocht en de waarheid zal wel ergens in het midden liggen.

Natuurlijk, wie op straat loopt zondigt veel. Er wordt gedronken, gevloekt, geslagen, soms wordt er een criminele ronde in de Bijenkorf gemaakt en de omgang tussen beide sexen is soms ook niet helemaal zoals het hoort. Maar toch is het opvallend hoeveel christelijk georienteerde instellingen opeens je pad kruisen als je aan de onderkant van de Amsterdamse samenleving rondzwerft.

Op een avond waren Erik en ik eerst in de koffiebar van 'Youth with a Mission' geweest, waar de eerste kop koffie gratis is en waar je een poosje prettig warm kunt zitten. Onder de aanwezigen waren nogal watbekenden uit het circuit. Tegenover ons lag een grote zwarte man te slapen, diep in een of andere onduidelijke roes, het gezicht in de enorme handen. Zo nu en dan hief hij zijn hoofd even verdwaasd op, schudde het als een natte zwabber, en liet het dan weer vallen.

In de ruimte klonk gospelmuziek en naarmate de avond vorderde kwamen steeds meer jongelui met colbertjes en een stralende lach binnen, die zich bij de groepjes aan tafel voegden. 'Maar vreest u niet het leven na dit leven?' hoorden we een ernstige man tegen een oude zwerver zeggen, die met beverige handen en doorlopen ogen tegen een muur stond. 'De hel, dus?' Een heel mooi, lief, blond meisje zagen we een gesprek aanknopen met vieze Tom - voor insiders een vrij komisch tafereel. Later kwam ze op ons af. Ze vertelde dat ze achttien was en uit Noorwegen kwam en in bloemrijke bewoordingen vertelde ze ons over de vreugden van de hemel. 'Soms zou ik nu al dood willen, om daar te kunnen zijn, bij Jezus', zei ze.

We waren nog niet buiten, of op de Duitse brug, waar het anders wemelt van de prostituees, werden we aangehouden door een nieuwe groep, diebij een aantal gitaren Hosannah stond te zingen, en pal daarnaast stonden een paar Baptisten, en daarnaast had zich ook nog iemand van een Pinkstergroep geposteerd: 'U hebt zelf de keuze: Jezus of de buitenste duisternis!' Uiteindelijk ontsnapten we door achter het Centraal Station te gaan zitten. In de bijna lege stationshal waren de veegmachines al volop bezig, maar het was er nog warm, en daarom hadden we eerst daar nog een poosje staan kijken.

Tegen de zuilen en de wanden hingen een stuk of vijftien merendeels Marokkaanse zwerfjongens, jonge pubers soms nog, en in het midden drentelden een paar oudere heren. Het was een woordeloos gebeuren, daar op die plavuizen van de grote hal, een soort schaakspel van blikken en kleine gebaren. Maar opeens stapte zo'n man opeen jongen af, en binnen een seconde waren er plotseling twee schaakstukken minder in de hal. Ze zijn goedkoop, die jongens, zou ik later horen. Een geeltje voor een hele nacht bezig zijn, met misschien twee, drie uur slaap, een ontbijt, en dan weer de straat op. Maar je hebt weer even een dak boven je hoofd.

'Alleen als je heel jong bent kun je meer vangen. Twee geeltjes soms wel, vijftig gulden, als je net bent weggelopen.' Achter het station was het ondertussen een komen en gaan van meisjesen - opvallend veel dure - automobielen. Erik raakte al snel in gesprek met een kennis die daar in zijn auto zat te wachten. Hij kwam uit Hilversum, vertelde hij, en hij hield zijn vrouw in de gaten terwijlze liep te tippelen. 'Ik zorg voor d'r gewone natje en drogje, 'zei hij, 'maar als ze dope wil moet ze zelf maar op d'r rug gaan.'

Erik had zelf, toen hij hier op een laadplateautje 'woonde', maandenlang zijn geld verdiend door voor de meisjes het nummer van de auto op te schrijven waarbij ze instapten. Als ze niet binnen het uur terug waren moest hij de politie bellen. Vijf gulden per keer.

Met hun klanten reden de meisjes naar zogenaamde 'afwerkplaatsen', een rustige plek of een parkeerterreintje vlak in de buurt. Carla, een ex-heroinehoer, had me een paar dagen eerder iets verteld over de trucjes die een ervaren prostituee toepast om haar klant tevreden te stellen zonder echt oraal of genitaal contact met hem te hebben. 'Dat gaat gewoon met een beetje spuug op je hand, en dan tegen je nek. Of je houdt je hand gewoon tussen je benen. Maar die Duitse zwerfmeisjes die zo, hup, de straat opgaan voor de dope, die weten van toeten nog blazen, die doen alles in die auto's. En dan denkt zo'n man: Hee, dat voelt heel anders dan bij de dames van de Dijk. En dan wil hij daar ook meer.'

Ze verpesten de markt, meende Carla: 'Vroeger waren er vaste prijzen voor alle meiden, dat was zo onderling afgesproken. Maar nu! Er wordt al gepijpt in een portiekhoek voor een tientje!' 'Natuurlijk, het is ook wel begrijpelijk. Als je het gewoon doet krijg je vijftig gulden, maar zonder condoom betalen die mannen honderd, daar kun je twee shots voor kopen. Wat doe je dan als het koud is en je dolgraag een eigen bed wilt, lekker alleen, zonder al die viespeuken die bepist en aangespuugd willen worden?

Het barst van de keurige mannen die denken dat ze met een zwerfmeisje van het CS opeens alles kunnen doen waar ze bij een gewone hoer, die niet verslaafd is, nooit mee aan hoeven komen. Aids, het interesseert ze geen barst. Van achteren, een vuist erin, mijngod, dat ik niet lesbisch ben geworden is nog een wonder.' Ik weet er alles van. Ik heb ook voor dik twee miljoen in mijn aderen gespoten, in twaalf jaar tijd. En dat doet behoorlijk pijn.' Op de Duitse brug spreekt een meisje een voorbijganger aan. Of-ie alleeneven met haar naar haar hotelkamer wil. Ze kan dan nog net een shot zetten.

Om druggebruik tegen te gaan mogen meisjes alleen met een 'klant' de hotels in, maar via deze truc kunnen de meisjes toch nog even de kamer gebruiken nadat ze een echte klant hebben afgewerkt en snel een bolletje heroine hebben gekocht. De 'schijnklant' wordt beloond met een paar gulden of, als hij wil, een gratis vluggertje. Op deze wijze 'doen' meisjes het niet zelden twee keer voor een bolletje heroine, en het aantal wisselende seksuele contacten kan zo in een paar dagen tijd tot enkele tientallen oplopen.

De meeste meisjes worden, eenmaal op straat, snel hard. 'Die had je drie jaar geleden moeten zien, wat een schoonheid, en lief ook, 'hoorde ik meerdere malen van meer ervaren straatgenoten, als we weer eenmagere vrouw voorbij zagen komen, wankelend op haar naaldhakken. De enige uitzondering die ik in die weken ontmoette was Haarlemse Hilga. Zekon met haar kleine, zware, gedrongen lijf vaak geen klant krijgen, daarachter het CS, maar toch hield ze altijd de moed erin. Iedereen lachte haar uit, maar ze bleef warm en hartelijk. Als je haar geld leende kon je ervan opaan dat ze op een goede dag iets voor je terug zou doen. Als ze aan de grond zat liet ze soms voor twee geeltjes, in een verlaten goederenwagon, vijf Turken achter elkaar hun gang gaan, maar ergens hield ze iets vast dat onaangetast bleef, iets zuivers waar de wereld geen vat op kreeg.

'Aan de grond in Amsterdam' verscheen ook de afgelopen twee weken in het Zaterdags Bijvoegsel. Om redenen van privacy is een aantal namenveranderd.