LeMond is gewoon nerveus, bang dat hij de Tour niet wint

Het Italiaanse wielrennen beleeft hoogtijdagen. Bugno, Argentin, Giovannetti en Chiappucci veroveren de wielerwereld. Voor de grootste verrassing zorgt Claudio Chiappucci (27), nu al ruim een week in de gele trui. Een Italiaan die al in zijn amateurtijd de aanval zocht. Na een ernstig ongeluk verloor hij even zijn lef. Chiappucci over zijn moeder, Toto Schillaci, zijn drang tot aanvallen en de angst van LeMond.

Vind je het vreemd dat weinigen voor de Tour de France van Claudio Chiappucci hebben gehoord? Een beetje wel. Want ik heb dit jaar toch in Parijs-Nice een etappe gewonnen en het bergklassement. Maar ik dat is natuurlijk niet te vergelijken met de gele trui in de Tour de France. Dat is het belangrijkste wat een wielrenner kan bereiken. Dan krijg je pas publiciteit. Ik kan me voorstellen dat buiten Italie iedereen zich over mijn prestaties in de Tour verwondert. Een renner die vorig jaar nog 81ste was in de Tour, die kan toch niet zomaar een week of langer in de gele trui rijden en hem nog winnen ook, wordt er dan gedacht.

Maar zelfs de Italiaanse journalisten wisten tot voor vorige week weinig over jou te vertellen. Ze verbazen zich elke dag.

Dat is niet mijn probleem. Ik vind het niet vreemd dat ik zo goed kan meekomen in deze Tour. Het ligt in de lijn van mijn ontwikkeling. Sinds vorig jaar ben ik steeds sterker gaan rijden. Als amateur was ik in 1982 amateurkampioen van Italie, ik won tien wedstrijden waarvan vooral koersen met bergen. Niet de hoogste. Ik was een regelmatige renner, die met de besten omhoog klom. Vergelijk het met hoe ik nu rij. Ze rijden me er niet gauw af. Ik was in 1988 al 24ste in de Giro en dit jaar twaalfde. Ik heb me nu verbeterd in de sprint en vooral in de tijdritten.

Waarom ben jij de kopman van de Carrera-ploeg en niet Flavio Giupponi, die vorig jaar nog tweede was achter Fignon in de Giro? Doodgewoon omdat ik een stuk hoger in het FICP-puntenklassement sta. Bovendien was het onzeker of Giupponi wel in goede conditie was. Tijdens de testen van onze ploegarts Grazzi voor de Tour bleek dat hij een grote conditieachterstand had. Boifava, mijn ploegleider, had meer vertrouwen in mij dan in Flavio. Dat heeft hij goed gezien, want Giupponi is al naar huis en ik rijd in de gele trui.

Je bent sinds 1985 beroepswielrenner en al die tijd ben je bij ploegleider Boifava. Hij staat bekend als een van de beste ploegleiders in het peloton. Heeft hij veel invloed gehad op jouw ontwikkeling? Natuurlijk. Davide is rustig en ik heb veel vertrouwen in hem. Hij heeft altijd goede renners bij zich gehad als Visentini, Roche en Bontempi. Ik ken hem al van mijn amateurtijd. Maar mijn ontwikkeling kan niet alleen zijn verdienste zijn. Dat kan niet van een man afhankelijk zijn. Het is gewoon een kwestie van samenspel tussen Boifava, dokter Grazzi en mij. Ik ben nu 27. Ze zeggen dat je dan als wielrenner in de kracht van je leven bent. In elk geval word ik met het jaar sterker. Renners als Argentin en Bugno, die nu de besten van Italie zijn, hebben er vijf jaar overgedaan om de top te bereiken. Misschien ben ik volgend jaar of een jaar later zover. En als ik de Tour win, ben ik er dit jaar al. Het lijkt me beter zo lang mogelijk bij dezelfde ploeg te werken. Ik naar 7-Eleven? Onzin. Staat dat in de kranten? Hebben ze niets anders te schrijven over mij? De samenwerking en de teamgeest krijgen de kans te groeien als je bij een ploeg blijft. Ik heb rust en vertrouwen van mijn omgeving nodig. Ik fiets sinds mijn veertiende jaar, als amateur reed ik ook altijd voor dezelfde ploeg.

Betekende de komst van je moeder naar de Tour in Lourdes een stimulans voor je? Natuurlijk was dat leuk. Het was eerder belangrijk voor haar dan voor mij. Ze kreeg door mijn succes de kans naar de Tour te komen kijken. Ze kende natuurlijk zoals iedereen in Italie de Giro, maar dat is heel anders dan de Tour. Ze heeft genoten, want ze is geinterviewd door de Italiaanse en Franse televisie. Dat vond ik leuk voor haar, want sinds 1985 is ze weduwe. Ik ben het enige kind dat nog bij haar woont. Mijn twee oudere broers zijn uit huis en getrouwd. Ik nog niet. Mijn vader overleed een paar weken nadat ik in 1985 in de Trofeo Lagueglia debuteerde als profwielrenner. Het was fijn voor mijn moeder dat ze door mijn aanwezigheid in de Tour voor de eerste keer in haar leven naar Lourdes kon. Ik heb haar door mijn gele trui iets belangrijks in haar leven kunnen geven. Is jouw succes in de Tour de France te vergelijken met dat van Toto Schillaci tijdens het wereldkampioenschap voetbal? Ik zou mijn succes niet willen vergelijken met dat Schillaci. En niet alleen omdat hij een voetballer is en ik een wielrenner. Bovendien weet ik niet hoe beroemd Schillaci in Italie is, want ik was in de Tour toen het wereldkampioenschap nog bezig was. Ik ben blij voor hem. Hij scoorde het hele seizoen al veel. Het was onbegrijpelijk dat bondscoach Vicini hem niet eerder durfde opstellen. Maar misschien ben ik bevooroordeeld, want ik een tifoso juventino. Juventus is mijn club. Schillaci en Chiappucci zijn nu de beroemdste sportmensen van Italie. We zouden een goed spitsenduo vormen. Maar hij komt van Sicilie en ik kom uit het noorden. Dat maakt weleens wat uit in Italie.

In 1986 heb je in de Ronde van Zwitserland een ernstig ongeluk gehad. Wat is er precies gebeurd en heeft dat je in je ontwikkeling als wielrenner geremd? Ik reed in een kopgroep, toen in een afdaling een auto ons tegemoet kwam. In Zwitserland zijn ze kennelijk niet gewend aan wielerkoersen. Dus luisterde de automobilist niet naar de politie toen ze hem wilde tegenhouden. Perini, Maini en ik botsten frontaal op de auto. Perini had een schedelbasisfractuur, maar hij fietst nog steeds bij ons in de ploeg. Ik brak een sleutelbeen en scheurde een achillespees. Zeven dagen na het ongeluk ben ik behandeld door dokter Danilo Tagliabue, een bekende chirurg die onder meer skier Alberto Tomba heeft geopereerd afgelopen winter. Pas drie maanden later kon ik weer fietsen. Ik ben toen op een andere manier gaan koersen. Ik durfde niet meer vooraan te rijden.

Deed je dat vroeger dan wel? Ik ben altijd een aanvallende renner geweest, als amateur al. Iedereen weet dat de aanval de beste verdediging is. Het heeft een paar jaar geduurd voordat ik weer zelfvertrouwen had en weer op mijn oude aanvallende manier ben gaan rijden. Ik hou van aanvallen. Ik hou daarom van Belgische en Franse wedstrijden. Daar wordt hard gereden. Ik reed vorig jaar ook al de Ronde van Vlaanderen uit, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik, de Waalse Pijl, waarin ik zelfs achtste was. Ik won weliswaar slechts twee wedstrijden, in augustus de Coppa Placci en in september de Ronde van Piemonte. Maar wie mijn uitslagenlijst bekijkt, moet toegeven dat ik al jaren boven de middelmaat uitsteek. Ik stond voor de Tour op de 28ste plaats van de FICP-ranglijst, misschien nu al bij de eerste tien. Ik ben geen echte winnaar, ik ben meer een klassementsrenner.

Het mooiste moment met jou in deze Tour was de manier waarop je tijdens de klim naar Luz-Ardiden een aanval van LeMond beantwoordde door hard over hem heen te gaan. Was dat bluffen? Nee, ik voelde me sterk. Ik denk niet aan bluffen of aan show maken. Ik ben die dag al op de eerste cols in de aanval gegaan, niet uit angst of om LeMond af te bluffen. Maar omdat ik me sterk genoeg voelde. Ik heb al gezegd: de aanval is de beste verdediging. Als ik de hele dag aan het wiel van LeMond had gezeten, had hij me er misschien afgereden. Ik wacht nooit af. Dat ligt niet in mijn aard. Ik zoek de aanval. Op Luz-Ardiden deed ik misschien te veel kop. Maar als ik het niet had gedaan, had LeMond het ook niet gedaan. Er moest toch worden doorgereden omdat Breukink achter lag en Delgado duidelijk slecht reed. Ik heb na afloop wel even gedacht dat ik daardoor de Tour zou kunnen verliezen. Maar wat had ik anders moeten doen? In de etappe naar St. Etienne hebben wij met de hele ploeg achter Pensec aangereden. Dat kostte achteraf te veel kracht. Maar je moet toch rijden om de gele trui te behouden. Dat is de koers. Iedereen zegt dat Boifava de beste ploegleider is. Waarom zou juist hij zo stom hebben gedaan. Soms heb je geen keus, ook Boifava niet.

LeMond is geirriteerd omdat jij bent gedemarreerd toen hij tijdens de beklimming van de Marie-Blanque een lekke band kreeg.

Ik heb niets met Greg Lemond en zijn ploeg te maken. Ik rij niet voor Z, maar voor Carrera. Bovendien was het Indurain, de ploeggenoot van Delgado, die aanviel. Als we hadden gewild hadden we echt doorgereden. Hij moet zich niet zo kwaad maken over zulke kleine dingen. Hij was toch binnen drie kilometer terug. Zeggen ze dat hij problemen heeft met zijn ballen? Dat heeft hij volgens mij al vanaf de eerste dag. Wat hij of zijn vader zegt over die blessure laat me koud. Hij kan het als een excuus gebruiken, Misschien is het tactiek van hem. Hij is gewoon bang dat hij niet de Tour wint. Dat merk je aan alles. Hij is nerveus. Hij kan nog de Tour winnen, maar hij is niet de oude LeMond.