LANG LEVE DE INWENDIGE MENS

Wie zich kan herinneren hoe in vooroorlogse jaren de inwendige mens aan de middelbare scholier werd gepresenteerd, kent nog die ijzingwekkende kleurenplaat in het eerste biologieboek: een geraamte voorzien van rode en blauwe bloedvaten. Veel verder ging het aanvankelijk niet: rood voor de slagaders, blauw voor de aders. Een vreemde aanblik, en een ding was zeker, zo zag het lichaam er van binnen in ieder geval niet uit. Beter werd het zodra er modellen van papier-mache uit de kast werden gehaald: opengeklapte buik- en borstholten waarin de organen, genummerd met sierlijke cijfertjes en met koperen kopspijkertjes als handvat, voor het grijpen lagen. Met kleine rukjes kwamen ze er uit.

Het was de aanzet tot anatomisch inzicht, je leerde althans waar de longen, de lever en de nieren zaten: onder of boven het middenrif, en hoe daar tussendoor de rode en blauwe bloedvaten ongeveer liepen. Keurige voorwerpen, overigens, die organen, zo netjes en overzichtelijk gerangschikt. Opnieuw wist je dat het er in het lichaam niet 'echt' zo uit kon zien, en zeker was dat bij de minste of geringste invasieve poging er achter te komen die keurige pakketjes in een bloederige chaos zouden veranderen, zoiets als bij de slager achter in de winkel, en dan erger. Het lichaam bleef onaantastbaar, en soms droomde je hoe je zelf, vele malen verkleind, van orgaan tot orgaan werd getransporteerd, via aders en slagaders. Hoe je door de rechterkamer van het hart naar de longen werd gepompt, waar je op je gemak een kijkje kon nemen, om vandaar terug naar het linkerhart via de aorta de rest van het lichaam af te reizen; de bloedsomloop als een soort spoorlijn van Roodeschool naar Breskens.

Er zijn tegenwoordig boeken die minder aan de verbeelding overlaten, weliswaar niet bestemd voor het onderwijs maar toch met een grote instructieve waarde. Grote kleurenfoto's die in detail laten zien hoe die organen er nu werkelijk uitzien, en tekst en tekeningen die bondig uiteenzetten waar ze voor dienen. Die werkelijkheid blijkt minder angstaanjagend dan het grijnzende geraamte uit de schoolboeken. Zo'n boek werd onlangs door Natuur en Techniek toegezonden, een uitgeefster die een hele reeks interessante en rijk-geillustreerde boeken op haar naam heeft staan, en borg staat voor kleurenreproduktie van hoge kwaliteit. Dit boek draagt de nogal prozaische naam Het menselijk lichaam, met als ondertitel: 'Een ongelooflijke machine'. Het is de Nederlandse bewerking van het in 1986 door de National Geographic Society te Washington DC gepubliceerde The Incredible Machine. Dat dit werk al vier jaar oud is hoeft ons niet te storen, het lichaam zal in die periode nauwelijks zijn veranderd. Trouwens, tal van de foto's zijn van aanzienlijk vroeger datum, zoals de prachtige platen van Lennart Nilsson, o.m. befaamd door A Child is Born, een serie die naar ik meen al uit de 70-er jaren stamt en die nog steeds onovertroffen is. Nilsson ontwikkelde bijzondere methoden en apparatuur om foto's binnen het levende lichaam te maken, en hiervan vinden we een flink aantal in dit boek terug. Ook zijn microscopische beelden, met vergrotingen tot 85.000 x van weefsels en organen, vinden we hier terug. Nilsson, aanvankelijk fotojournalist, werkte voor Life tot hij zich samen met Jan Lindberg, bioloog en patholoog-anatoom te Stockholm, ging toeleggen op medische en biologische fotografie. Waarbij Lindberg hielp de objecten te vinden en te prepareren. De laatste is ook nauw bij de tot standkoming van dit boek betrokken geweest.

VERGAARBAK

Maar niet van alleen Nilsson, van tal van andere fotografen en tekenaars van naam, vaak verbonden aan de National Geographic Society, is werk opgenomen. Het is een omvangrijke lijst, die al gauw de vraag oproept of zo'n veelombevattend boek als Een ongelooflijke machine niet neerkomt op een vergaarbak van links en rechts bijeengezocht materiaal. Wel, in zekere zin is dat het geval, maar dan wel van het beste materiaal dat op dit gebied te vinden is, en volgens een duidelijk uitgestippelde structuur. Dus wat zou daar tegen zijn? De deskundigheid en het vakmanschap stralen er van af, zoals ook de Nederlandse bewerking met kennelijke zorg is verricht, althans op het eerste gezicht, want het was niet doenlijk in kort bestek alle teksten uitputtend na te lezen.

Maar heeft zo'n boeiend 'kijk- en leesboek' nu inderdaad een educatieve functie of blijft het bij verwondering over wat leeft en groeit? Nee, het kan wel degelijk bijdragen aan inzicht, beter dan een encyclopaedie. Bijvoorbeeld een uitstekend hoofdstuk over de voortplanting, al is de informatie over de geslachtsdaad wel zeer summier - daar zijn Amerikanen niet zo vlot mee. Ook informatie over seksueel overdraagbare ziekten ontbreekt, behalve dat ergens op het Aids-virus wordt ingegaan. Maar het is tenslotte geen pathologieboek, het wil aanschouwelijk vooral fysiologische informatie geven. We zien dan ook een echte foto van een eicel in de plooien van een eileider, gereed om te worden bevrucht, en een paar bladzijden verderop laat een reeks illustraties zien hoe die bevruchting dan wel in haar werk gaat, compleet met celdelingen, chromosomen, de dubbele helix... het is alles tot in details weergegeven. Onderwerpen als voeding, bloedsomloop, zintuigen, immunologie, de fasen van het leven - waar ook de ouderdom een grote plaats inneemt - neurologie, psychiatrie... het komt allemaal aan bod en de informatie lijkt aardig up to date.

Dit soort boeken heeft nog een functie. De mens die zich zelf beziet en kennis neemt van zaken waaromtrent vaak een zekere geheimzinnigheid heeft bestaan, krijgt in de gaten hoe ingewikkeld maar tegelijk logisch hij in elkaar steekt. Het is verbazend dat het allemaal vlekkeloos functioneert en het begrip voor mogelijke ontsporingen zal toenemen. Enig respect voor 'the incredible machine' kunnen we wel gebruiken nu de technologie in sneltreinvaart vat op het leven lijkt te krijgen. Hoe meer men weet van wat 'daar binnen' gaande is, hoe beter gefundeerd het oordeel zal zijn over nieuwe ontwikkelingen. Vooral bij tegenstanders van bepaalde technologieen bestaat nog wel eens een te simpele voorstelling van zaken, die een funeste invloed op het oordeel kan hebben.

Biologie is in enkele decennia uitgegroeid tot een van de belangrijkste 'levenswetenschappen', en men zou wensen dat de scholen er meer aandacht aan zouden besteden. Dat valt vies tegen: zoals onlangs in het programma Vroege Vogels (een radioprogramma op de zondagochtend dat slechts een waarheid kent: 'de natuur') werd gesignaleerd, wordt biologie door steeds minder leerlingen van het VWO in 'het pakket' gekozen 'omdat je er zo weinig mee doet' op de weg naar een glanzende carriere. Biologie als eindexamenvak blijkt niet eens meer een vereiste te zijn voor degenen die medicijnen of... biologie willen studeren, zo werd medegedeeld; men kan dit vak kennelijk na twee jaren zonder bezwaar laten vallen.

Een geweldige misser, waar ook een fotoboek met boeiende teksten en illustratieve prenten niet in kan voorzien.