Kattemest

Mr Bowles' gouden gras, Milium effusum aureum, is 'de gedroomde plant om een donkere hoek op te vrolijken met een plek goud' (Margery Fish); 'ziet er in maart en april uit als vlekken zonlicht tussen de kale takken' (Beth Chatto), 'het lichte oppervlak van de bladeren is het hele jaar door aantrekkelijk: een helder kanariegeel, verkleurend naar boter, afhankelijk van seizoen en plaats' (Robin Lane Fox). En dat is nog niet alles. De meeste goud- en zilverbladige planten hebben veel zon nodig, maar deze wonderplant 'moet in de schaduw worden gekweekt (...) daar doet hij het zonder twijfel het best' (M. Fish). Aldus ook Beth Chatto en Robin Lane Fox, die verder alleen van mening verschillen over de benodigde grondsoort: droge schaduw onder de bomen, zegt de eerste, maar de laatste houdt het op 'een vochtig plekje'. Het was nog niet zo makkelijk om dat gouden gras van Mr Bowles te vinden; het plaatselijke tuincentrum had er nooit van gehoord en de dichtstbijzijnde kwekerijen hadden het niet in voorraad. De vergeefsheid van onze expedities maakte de plant alleen maar aanlokkelijker; we moesten er absoluut een hebben, of zelfsmeerdere.

Intussen was ik er in geslaagd Mr Bowles te achterhalen: hij was de E. A. Bowles die in zijn tuin een tehuis voor zwakzinnige planten (' home for demented plants') had aangelegd, ook wel The Lunatic Asylum genaamd. Er was een gedraaide hazelaar, 'de krankzinnigste van allemaal', waarvan ieder stukje hout gedraaid was, plus een gedraaide hagedoorn, een gestoorde vlier en twee gouden regens die 'vreemde gewoontes hadden ontwikkeld' (een ervan hield zichzelf voor een eik). Het laat zich denken dat mijn begeerte zijn gras te bezitten hierdoor nog verder werd aangewakkerd.

Mijn aandacht werd daarna voor een poosje in beslag genomen door de jacht op andere, niet minder aanlokkelijke planten; de Milium was ik even even vergeten - tot ik er onverwacht een tegenkwam, in Boskoop. Daar stond hij, een pol geel gras, mooi compact, misschien ietsminder opwindend dan de engelse auteurs hadden voorgespiegeld; maar dat zou snel veranderen wanneer hij zich eenmaal genesteld had in onze droge schaduw (voor het gemak had ik besloten mij maar op de schoolvan Fish-Chatto te verlaten). We namen Mr Bowles' gouden grasklomp mee naar huis en kozen een plekwaar hij de beste kans maakte er in de lente uit te zien als zonneschijn. En zowaar, hij fleurde zienderogen op (of was dat omdat wijde slak hadden verwijderd die we in de pot aantroffen?). Zo stond hij daar een dag of wat in zijn ring van slakkenkorrels, en toen kwam dekat; die knaagde van alle bladeren de toppen af. Daar bleef het nietbij: sindsdien heeft hij het blad tot de grond toe weggegraasd; met dat gras van Mr Bowles is kennelijk wel iets heel bijzonders aan de hand.

Deze poes is ook degene die in de draden klom die voor onze gloednieuwe clematis waren gespannen, en daarbij een van de twee laatst overgebleven knoppen verpletterde; de anderen waren ten offer gevallen aan een ziekte die hele takken in een nacht deed verwelken. Deze kat - de onze - heeft ook de behoefte telkens opnieuw zijn territorium af te bakenen door alle bloembedden overvloedig te besproeien.

Maar hij kan niet in zijn eentje verantwoordelijk zijn voor de waarlijk overstelpende hoeveelheden kattemest die we elke ochtend in de tuin aantreffen. Dat moet het resultaat zijn van collectieve inspanning: drie katten wonen aan de ene kant van ons, vier aan de andere en achterom nog een paar. De verkoop van kattekorrels moet zijn ingestort sinds wij zijn begonnen met het omspitten van onze tuin, die er bij onze aankomst verwaarloosd en overwoekerd bij lag; al die verse losse aarde is kennelijk onweerstaanbaar voor katten. Maar het doet af aan de charme van de ochtendinspectie om voortdurend te moeten kijkenwaar je loopt, en ook het waarschuwen van bezoekers is een pijnlijkebesogne.' Een van de anomalieen van de engelse wet', schreef John Carey, 'is dat het voor zover ik weet een misdrijf zou zijn over de schutting van de buurman te klimmen en je behoefte te doen in zijn groentetuin, terwijl je een medeplichtige van het kattegeslacht straffeloos op precies dezelfde boodschap uit kunt sturen.'

Hetis een leemte waarin ook de Nederlandse wet niet voorziet; en gelukkig maar: een staat waarin deze kwestie wettelijk is geregeld zou misschien niet alleen voor katten, maar ook voor mensen onaanlokkelijk zijn. Dan liever kattemest!Wat is er aan te doen? Bloembedden zijn tot op zekere hoogte te beveiligen door stokjes rechtop in de aarde te zetten, zoals in Engeland tijdens de oorlog wel met open terreinen werd gedaan, tegen de parachutisten. Maar zodra de grond eenmaal dicht begroeid is zijn de moeilijkheden voorbij.

Minder duidelijk is dat inzake Mr Bowles' gouden gras. Een beschermend korfje over de plant, om hem gelegenheid te geven weer op krachten te komen, is gemakkelijk genoeg te verwezenlijken. Maar wat komt daarna? Een tuin vol gekooide planten, waarvan de uitlopers onmiddellijk door katten worden afgebeten? Nee, er is, vrees ik, niets aan te doen: Mr Bowles moet weg.

Margery Fish, Gardening in the Shade, 1972Beth Chatto, The Dry Garden, 1978Robin Lane Fox, Better Gardening, 1982E. A. Bowles, My Garden in Spring, 1914John Carey, in: Anne Scott-James, The Language of the Garden, 1984